dinsdag 25 oktober 2011

Ook vanuit de kajuit van een stuurman kunnen seizoenen knetteren...


Herfst

Langzaam van ver gevolgd door den hond van den hof,
Zijn wij de oude wegen zwijgend ingeslagen.
Een bleeke herfst verbloedt achter de zwarte hagen;
Vrouwen gaan einderlangs, rouwend, in donkre stof.

Als in een kloostertuin of kerkerbinnenhof
Is de lucht stil en grijs met droefenis beslagen;
En ieder gouden blad, wanneer zijn uur geslagen,
Gaat, als een souvenir, te gronde, keert tot stof.

De stilte sluipt tusschen ons... Harten vol leugen,
Elk, moe van reizen en reeds rijp voor vreemd verheugen,
Zich vlucht en landing aan een blijdre kust belooft.

Maar 't woud heeft, deze avond, zooveel donkre weemoed,
Dat ook ons hart, meegaande, milder wordt en meedoet
Aan 't fluistren van Weleer, onder den lucht die dooft.

Als van een kind dat men betreurt en dood gelooft.


J.J. Slauerhoff, uit: Verzamelde gedichten (2008)

0 reacties: