Doorgaan naar hoofdcontent

Osip Emilevitsj Mandelstam, akmeïst tot in de kist...

"In het midden van mijn levensweg was ik in het (...) Sovjetbos achtergelaten door rovers die zich mijn rechters noemden." 

15 januari 1891 is voor altijd Osip Emilevitsj Mandelstam, meest dissidente dichter in het twintigste-eeuwse Rusland van die eerste vier decennia, akmeïst tot in de kist (dood aan dat Franse symbolisme, weg ermee, directe observaties, mensen, zo uit de natuur, helderheid, Achmatova, eenvoud, Goemiljov), altijd onderweg of op de vlucht, immer lyrisch, hartpatiënt ook, deed soms meerdere jaren over slechts een handvol gedichten, opgegroeid in de buurt van Sint-Petersburg, autobiografisch met 'Het ruisen van de tijd' - verschenen toen hij net de dertig was gepasseerd - op eenzame hoogte (althans vertaalster Yolanda Bloemen), voor altijd verbonden ook met deze formidabele zin over Stalins grootschalige zuiveringen aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog: "Alleen bij ons hebben ze respect voor de poëzie, alleen bij ons kun je er de doodstraf voor krijgen." 


Ik ga nog even verder: angstaanvallen, Verlaine- en De Goncourt-vertaler, aangevallen, buitengesloten, geestelijk en creatief gekrenkt tot aan verschillende, ernstige identiteitscrisissen toe, voortdurend verliefd ook (maar altijd terug naar vaste rots in de branding, vrouwlief Nadezjda Chazina), schreef zijn strafste gedichten in de late jaren 30 in quarantaine in Voronezj (althans bloemlezer Arsène Droogakkers, zoals onderstaand ding dus waarin de verbannen schrijver hopeloos op zoek naar een extra paar oren aan wie hij zijn gedichten zou kunnen voorlezen en de lokale dichter Pokrovski niet thuis gaf, waarna eeuwige sidekick Nadezjda nogal laconiek: “… misschien had hij zich van angst wel verstopt, wat volkomen logisch was geweest), rode draad door nagenoeg zijn gehele poëtische oeuvre is dat instinctieve, intellectuele verlangen naar een identiteit. 

Doe dus voor een keer een voordeel met de titel van een dichtbundel ('Neem mijn verzen in acht', Atlas, 2010), dank het vertalersteam Zeeman-Bloemen op de blote knieën en zoek nadien nog lang heil in dat pakkend geschreven essay van Peter Zeeman over Osip Mandelstams louterende zoektocht naar de mediterrane wortels van zijn poëzie in die Armeense (dat aloude christendom boordevol kantieke rituelen!) en Georgische (die eeuwig besneeuwde bergtoppen!) landschappen van 1930. De plekken ook waar deze betreurde dichter, vandaag precies honderdvierendertig, echt waar, het gelukkigst was (door die ‘relatieve’ rust), het productiefst ook, de plekken (althans Mandelstam-kenner Zeeman) waar hij ook zijn mooiste gedichten schreef. Glazen hoog dus, voor altijd en één keer, op deze Osip Emilevitsj Mandelstam! Quo vadis?


Neem mijn verzen in acht : gedichten / Osip Mandelstam (auteur), Margriet Berg, Yolanda Bloemen en Jan Robert Braat (vertalers). - Amsterdam : Atlas, 2010. - 238 p.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Gevoelens van gemis, afwijzing en ontgoocheling: stuk voor stuk gaan ze in de Shelley-blender 'Mathilda' geheten...

"Mijn leven was onloochenbaar leeg en nutteloos, maar zeg nooit tegen de lelie die door regen en wind is geveld: richt je op en bloei als vanouds. Mijn hart bloedde uit een dodelijke wond, maar op een andere manier kon ik niet leven." Gevoelens van gemis, afwijzing en ontgoocheling: stuk voor stuk gaan ze in de Shelley-blender 'Mathilda' geheten. Dat, en het verplengen van tonnen tranen door de in een bad vol sombere gedachten badende ik-figuur uit deze novelle. De tweeëntwintigjarige Mary Shelley snijdt en slaat, zeker vanaf ongeveer driekwart boek, de lezer voortdurend in de armen en om de oren. Autobiografisch, deze tweehonderd jaar oude amoureuze vader-dochterdingetjes door de blik van de jonge Mathilda? Geen idee. In ieder geval is de zelfgekozen eenzaamheid van deze Mathilda van een gans andere orde dan die van pakweg Amy Winehouse . De hoop ooit voor iemand nog genegenheid te kunnen voelen, was bij de betreurde Londense zangeres-met-ook-vaderdingetjes in de mee...

Djoos Utendoale tient le fou avec moi: verzen geschreven in de taal van de volksmens aan weerskanten van de 'schreve'.

Utendoale, uit de vallei of het dal van de West-Vlaamse bergen. Djoos, van Joris. Afkomstig van Westouter: pater Joris Declercq. Troubadours en kleinkunstenaars uit de regio zoals Antoon vander Plaetse, Gerard Vermeersch en Willem Vermandere namen Declercqs verzen in hun repertorium op. Van Boeschepe tot Cassel en van Ieper tot Ekelsbeke, de ganse Westhoek ging aan Utendoales rijmsels kapot. Vlinders zijn er hellekapellen, butterschitters of flikflodders. Averullen, mulders en roenkers worden in gangbaar Nederlands meikevers. Voetelingen, sokken. Nuus, wij. Hadden pendelaars geen files onderweg dan was het volop vroeger thuus komm'n of dan-ze peisden. De poëzie van Djoos Utendoale is geschreven in een bijzonder zingend taaltje: het Westhoeks. Over de invloed van dialecten moeten we, althans pater Joris Declercq, niet al te neerbuigend doen: "En moest Luther de bijbel in het Nederduits vertaald hebben en niet in het Hochdeutsch, de taal van zijn geboortestreek, dan sprak de he...

"Mary houdt ervan dat ik haar kleine meisje ben, en ik wil haar meisje zijn. En zij wilde altijd een jongen zijn."

"Tot de eigenaardigheden van Grace behoorde ook dat zij Ernest in zijn eerste kleuterjaren, te zamen met zijn anderhalf jaar oudere zusje Marcelline, als meisjestweeling aankleedde en een tijdlang probeerde beide kinderen dienovereenkomstig op te voeden. Deze idee-fixe wekte grote ergernis bij vader Ed en leidde, een fase later, tot gevoelens van uiterste walging bij Ernest. Het kan ertoe hebben bijgedragen dat de opgroeiende zoon zich van de weeromstuit vaak overdreven martiaal ging voordoen en dat Ernest in zijn verdere leven in dezelfde lijn bepaalde merkwaardigheden is blijven vertonen."  Kleine psychoanalytische duidingen in van die stevig doorlezen overzichtswerken rond reilen en zeilen van 's werelds meest voorname schrijvers, ik houd daar dus van. In bovenstaand geval is de Amerikaanse uk Ernest Hemingway , geboren op 21 juli 1899, aan de beurt. In 1991 nog voldoende reden voor de Nederlandse academicus dr. A.M.F. Smulders om eens stevig in schrijvers kindheid te ...