22 februari 1935, Danilo Kiš dus. Rond getal ook: precies negentig vandaag.
Denk: lamme goedzak met het uiterlijk van een schooljongen, gekneld tussen twee stelten van benen en een warrige haardos (een uiterlijk dat Kiš, aldus György Konrád, tot aan zijn dood behield), die als volwassen literatuurlector voortdurend diende te schipperen tussen de aula's van de Franse universiteiten van Straatsburg, Bordeaux en Lille. En dit op die lange sporten van hem.
Lees: 'Kinderleed', het eerste deel van zijn autobiografische drieluik, dat opzienbarende papieren deken dat de vertellende zoon, netjes gedrieëndeeld, langzaam maar zeker rond zijn geheimzinnige, onrustbarende vader weet te draperen. Maar voor de vader komt altijd de moeder, en in Danilo Kiš' geval: de liefdevolle moeder, die zorgzame hen uit de kinderjaren van hoofpersoon Andi Sam: "Mijn geboortemand was bekleed met lappen en veren, als een vogelnestje. Mijn moeder leerde me het leven: hoe je kwispelt, hoe je je tanden laat zien, hoe je de slaap uit de ogen haalt en hoe je lastige vliegen wegjaagt. Hier oefenden we samen ook de elementaire technieken van aanval en verdediging. Dat was een mooi, ongevaarlijk spel. We vielen elkaar aan als straathonden, maar we bedekten onze tanden met velours en hielden onze nagels in, als dolken in de schede."
22 februari 1935, vandaag is voor altijd Danilo Kiš: "Zum Wohl, lieber Danilo, zum Wohl!"
Reacties