Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Man met esdoornscherpe blik spoedt zich naar de poëzie...

Stekende hartklachten, enge benauwdheid, droevige armoede, voortdurende verbanning en het nijpende voorgevoel dat hij hierdoor tegen de zomer van 1937 waarschijnlijk zijn laatste gedichten aan balen gewillig papier zal toevertrouwen, houden zelfs vertaler Arie Visser niet tegen om uit het meest onleesbare Mandelstam-Russisch de mooiste Nederlandse verzen-in-vertaling te slijpen. Zowaar de bekendste slavist onzer regio's, de betreurde Karel van het Reve, zou dit ootmoedig toegeven. Daar mijn kennis van het Russisch zo goed als onbestaande is, een reden te meer om me te geloven. Al kan dit laatste ook ruimschoots gecompenseerd worden door mijn twee stevig-lillende neusgaatjes voor druipend-cleane poëzie. Schadeloosstelling hieronder in tweemaal vier lijnen... Ik zeg dit zacht en niet concreet want het is nog niet het juiste uur: het onnavolgbaar hemels spel wordt met oefenen geleerd en zweet... En wat je veel te vaak vergeet onder de lucht van het vagevuur - het zalig hemelse bestel ...

Eurosceptische noorderlingen? Best mogelijk.

"Wanneer de een of andere buitengewone gebeurtenis in het leven intreedt, wanneer een wereldhistorische held helden om zich verzamelt en heldendaden verricht, wanneer een crisis intreedt en alles beteekenis krijgt, wenschen de menschen daarbij te zijn; want dit vormt. Best mogelijk. Maar er bestaat een veel meer voor de hand liggende manier, waardoor men veel grondiger kan worden gevormd. Neem een leerling van de mogelijkheid, zet hem midden op de Jutlandsche heide, waar niets geschiedt, waar het opvliegen van een korhoen de grootste gebeurtenis is; en hij beleeft alles volmaakter, precieser, grondiger dan hij, die op het tooneel van de wereldgeschiedenis wordt toegejuicht, maar die niet door de mogelijkheid gevormd was." Als binnenkort de eerste boeken, waarin geleerde economisten en volleerde debt traders verhalen over het Griekse financiële drama, op de o zo stabiele boekenmarkt worden gegooid, dan kan deze Kierkegaard alvast op de eerste bladzijde dienen. "Wie daaren...

"Hij kwam en was onmiddellijk innemend."

"Wilt gij mij het genoegen doen Zondagmiddag het dagelijksch brood met mij en de mijnen te komen gebruiken? Het zal voor die gelegenheid uit soep, vleesch en groenten bestaan." Zo ging het op 30 april 1937 in een brief van Maurice Roelants aan Maurice Gilliams . In tijden waarin schrijvers nog brieven aan elkaar stuurden, was het na een aantal keren heen en weer vaak prijs. Met spijzen en dranken werd de ene tot aan de eettafel in het schrijfhol van de andere gelokt. Soms moesten daar zelfs jaren overheen. Zoals in bovengeschreven geval. Gilliams, zonder schooldiploma en daarom niet altijd de meest zelfzekere, werd door Roelants naar Woluwe gedreven om "(...) eenige fantastische plannen te bespreken." In een voetnoot bij deze passage in het mooie, zorgvuldig samengestelde brievenboek 'Die Onvindbare heb ik bij u gezocht, Maurice... De briefwisseling tussen Maurice Gilliams en Maurice Roelants' annoteert literatuurwetenschapster Liesbeth Van Melle dat ze uit...

"Er zijn verschillende, gevaarlijke soorten van mensen, die de automobilist op zijn weg, of onderweg, kan ontmoeten."

Hoogstwaarschijnlijk bedoelde Cyriel Buysse met deze gevaarlijke mensensoort niet Georgette Leblanc, de Franse gevallen operadiva en andere bedhelft van zijn goede vriend Maurice Maeterlinck. Bijna even lyrisch als de Nevelse Snor in 1910 over de automobiel van wiel tot stuur, schreef ook zij in haar latere mémoires nogal extatisch over het eerste stalen ros van haar geliefde Maeterlinck: "Nous eûmes l'automobile de la première heure, un de ces véhicules hauts sur pattes qui semblaient courir après leur cheval.(...) Nos départs étaient triomphants. Le bruit de ferraille qui signalait notre passage attirait les voisins. On agitait des mouchoirs; les poules, qui n'avaient pas encore compris, s'affolaient devant le capot." Nog lyrischer, meestal nagenoeg bij alles van zeker slijtage dat zijn pas kruist, is fotograaf en zelfverklaard Buyssekenner Michiel Hendryckx. Op Klara doet zijn vrolijke hertocht iedere zondag in juni vanaf de noen menigeen geestig wakker worden...

IJzergrauw en konijngrijs: dwergen zijn vaak nieuwsgierig...

"Als de slaapkamer de hele dag niet gebruikt wordt kan een konijn zich ook daar eenzaam voelen. Wordt de slaapkamer overdag vaker gebruikt dan is dit een prima plaats voor een konijnenkooi.(...) Waar een konijn echter een hekel aan heeft is lawaai. Of dat nu rock, klassiek of andere muziek is, voor een konijn allemaal lawaai voor zijn gevoelige oren. Liefhebbers van luide muziek dienen dus voor het konijn een ander plaats te vinden, of een koptelefoon te gebruiken.(...) De meeste huisdieren houden ook niet van sigarettenrook. Wordt er in de woonkamer dus stevig gerookt, dan is dit ook niet de ideale plaats voor de kooi.(...) Voor de rust van het dier is het beter de kooi tegen een wand of in een hoek te zetten. Het dier voelt zich dan in de rug gedekt.(...) Het spreekt eigenlijk voor zich, maar ook een plaatsje bij de verwarming is niet aan te bevelen. Toegeven, er zijn nogal wat zaken waar men rekening mee moet houden bij het zoeken naar een plaatsje voor de kooi. Maar voor het w...

"Ik besloot mijn gedicht te wijden aan een verloren christelijke moeder. Zo is het ongeveer gegaan."

Lichtzinnigheid, achteraf gezien. En de modus van dat doe ik snel wel even. De belofte aan de redactie van een literair tijdschrift om op zoek te gaan naar een antwoord op de vraag waarom hij precies dit ene gedicht schreef, was er misschien een van het soort beloftes die dichters zelf niet kunnen nakomen. Bij nader inzien welterverstaan. Maar ja... belofte maakt schuld én zoals dichter Rutger Kopland het in zijn memoires zelf vermeldt: "Als je een mooi en goed vers hebt gemaakt wil je dat zoveel mogelijk mensen dat zien, dat vers en dat je het gemaakt hebt." Vooral dat laatste, dat je het gemaakt hebt, is van doorslaggevend belang. Ik ging naar moeder om haar terug te zien. Ik zag een vreemde vrouw. Haar blik was wijd en leeg, als keek zij naar de verre overzijde van een water, niet naar mij. Ik dacht: misschien - toen ik daar stond op het gazon, pilsje gedronken in de kantine van het verpleegtehuis, de tijd ging langzaam in de godvergeten eenzaamheid - misschien zou 't ...

"De korte rapportage over ganzen ging over ganzen. Het gedicht gaat over iets anders, het gaat over waar het over gaat."

Na eerst wat medelijden te hebben getoond voor journalisten - want om te weten te komen hoe schapenvlees smaakt, zijn zij de enigen in het schrijvend gelid die het volledige schaap dienen op te eten - gaat dichter-psychiater Rutger Kopland in zijn essay 'De elf geboden' ervan uit dat de lezer van de door de dichter gezochte afgebeelde werkelijkheid uiteindelijk dient te zeggen dat het zo is. Zelf verwoordt hij deze poëziepremisse als volgt: "In een van mijn gedichten vliegen kakelende ganzen over. Ik stelde mij die voor. Ik zal het gedicht citeren en hoop dat u zult denken: ja, inderdaad er vlogen ganzen over." Wat bedoelde je toen je zei: diepte dat is een woord voor wat ik nu voel - diepte. Er vloog een kleine groep ganzen over, een ijskoude glasheldere hemel in december. Dat is het wat ik bedoel zei je: ganzen godvergeten hoog, hun dunne geschreeuw wat is het, dat alleen zijn samen dat blinde lot weten van die diepte die we hemel noemen het is een heel oud gevoel -...