Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Er worden posts getoond met het label J.C. Bloem

Keats en Bloem: biografie in brief- en dichtvorm...

"Hij heeft zich niet in het hart van de mens ingedacht, zoals Wordsworth gedaan heeft, maar toch had Milton als filosoof beslist even grote gaven als Wordsworth. Wat valt daar nu uit af te leiden? Och, heel veel: het bewijst dat er werkelijk een grote opmars van het intellect is, het bewijst dat een machtige voorzienigheid de machtigste geesten ondergeschikt maakt aan het vigerende tijdsgewricht, of het nu om menselijke kennis of religie gaat. Ik heb vaak medelijden gehad met een leraar die zo vaak het 'Nominatief: musa' in zijn oren moet horen dreunen. Ik hoop dat dit geschrijf jou niet dezelfde pijn heeft bezorgd. Ik mag die dingen dan eerder gelezen hebben, maar ik heb er nooit maar het flauwste benul van gehad, en bovendien zeg ik mijn les graag op tegen iemand die mijn langdradigheid verdraagt omwille van mijzelf." Tonnen jaaraftrappend leesplezier verschaft deze Nederlandse vertaling van nagenoeg alle John Keats-brieven, ondertussen ook al weer de ouderdomskaap ...

"Gepubliceerde verzenbundels zijn premature grafheuvels voor wie ze geschreven heeft."

Ten eerste: eenmaal gepubliceerd werk behoort niet alleen de dichter toe. Ten tweede: hoe ouder de dichter, hoe soberder zijn verzen. Zo zijn alvast de regels van de Nederlandse dichter J.C. Bloem de kloppende symptomen van dit tweede poëzie-axioma. Deze supergetalenteerde verzenbrouwer, in zijn vrije uren groot liefhebber van de betere lolita en fervent aanbidder van het stijlvolle zwarthemdengemarcheer waaraan Harry - Die Hemelse Oorlog - Mulisch zijn ganse oeuvre te danken heeft, mag met zijn zee bij het krieken van dit nieuwe jaar zeker niet ontbreken. Proost en schuif voorzichtig bij 2013 aan! Aan zee Een gore zee; Aan 't strand daarvan: Van lieverlee Een eenzaam man. Zijn blik is naar Verlatenheid - Geen uitzicht, waar Men die vermijdt. In 't niets verglijdt, Zonder misbaar, De hooploosheid Van weer een jaar. De mond blijft stom Tegen de tijd, Want ouderdom Is eenzaamheid. J.C. Bloem , uit: Verzamelde gedichten (1968) ...

Drie dichters, een onderwijzer en héél veel roet...

Dat de drankzuchtige burgemeesterszoon J.C. Bloem ook een aardig stukje kon dichten, bewijst zijn Officiersschap in de Orde van Oranje-Nassau. Want, zoals algemeen geweten: zo'n titel verdien je niet zomaar. Dientengevolge leest het palmares van deze stugge oud NRC-redacteur dan ook als een volledige Winkler Prins met donkerblauwe omslag: lamlendige, zwijgzame dagen op de achterbank van een automobiel, betaald met grootvaders erfenis. Over één van die heroïsche herfstritjes met collega-schrijvers Jan Slauerhoff en Theun de Vries en onderwijzer Gerben Brouwer schreef die middelste nogal droogjes in zijn herinneringen: "Zo reden daar drie stugge Friezen in de rammelende auto langs ’s Heren nachtelijke wegen, en zeiden, waarschijnlijk alle drie om een andere reden, boe noch ba." Wat de achterbankgezetene J.C. Bloem betrof, nogal wiedes. Die trachtte, met door de koude gebarsten lippen en tranen in de ogen, krampachtig een einde te maken aan een reeds lang ingezet, schots en ...