Doorgaan naar hoofdcontent

Drie dichters, een onderwijzer en héél veel roet...


Dat de drankzuchtige burgemeesterszoon J.C. Bloem ook een aardig stukje kon dichten, bewijst zijn Officiersschap in de Orde van Oranje-Nassau. Want, zoals algemeen geweten: zo'n titel verdien je niet zomaar. Dientengevolge leest het palmares van deze stugge oud NRC-redacteur dan ook als een volledige Winkler Prins met donkerblauwe omslag: lamlendige, zwijgzame dagen op de achterbank van een automobiel, betaald met grootvaders erfenis. Over één van die heroïsche herfstritjes met collega-schrijvers Jan Slauerhoff en Theun de Vries en onderwijzer Gerben Brouwer schreef die middelste nogal droogjes in zijn herinneringen: "Zo reden daar drie stugge Friezen in de rammelende auto langs ’s Heren nachtelijke wegen, en zeiden, waarschijnlijk alle drie om een andere reden, boe noch ba." Wat de achterbankgezetene J.C. Bloem betrof, nogal wiedes. Die trachtte, met door de koude gebarsten lippen en tranen in de ogen, krampachtig een einde te maken aan een reeds lang ingezet, schots en scheef herfstsonnet...


Herfststorm

Nu vieren alle winden hunne toomen,
De hechte zomerbouw stort steen na steen,
De wereld valt als een oud huis ineen:
Molmzwarte balken kraken van de boomen,

Flarden behang van blaren neder komen;
Een lucht van roet drukt landen, dras als veen,
Gelijk een water breekt door dijken heen
Gaan regenvlagen in geweldige stroomen.

Weldra besneeuwt de winter deze puinen
Van wat den aanval der seizoenen duldde;
Maar alle winter vindt zijn zeker tanen.

Dan treedt de lente in nieuwe aardsche tuinen,
Die langs de dingen glimlacht bleek en gulden
Met een gelaat verteederd door veel tranen.


J.C. Bloem, uit: Verzamelde gedichten (2002)

Reacties

Populaire posts van deze blog

Secuur portret van Theun de Vries als halfzachte wereldverbeteraar en mateloze veelschrijver: "Het schrijven welde in mij op als het sprengwater in een beek."

Dichtbundels, hoorspelen, novellen, filmscenario's, biografieën, historische romans,… Met ruim 150 titels op zijn naam heeft de in het Friese Veenwouden geboren veelschrijver Theun de Vries , Nederlands meest argeloze revolutionair, met Revolte is leven: biografie van Theun de Vries (1907-2005) nu ook zijn eigen complete levensverhaal op papier. Rond "een van de sterkst overschatte schrijvers van ons land," zoals criticus Max Nord de veelzijdige De Vries ooit typeerde, heeft historicus Jos Perry toch maar mooi deze meeslepende en rijk geschakeerde biografie geweven. Zelfs op heel hoge leeftijd weigerde De Vries, die van zijn favoriete filosoof Spinoza leerde "het leven op aarde te veranderen en te humaniseren," zijn communisme te verzwijgen, te verloochenen of te bagatelliseren. Gezien de toenmalige situatie bleef de schrijver, ook als zeventigjarige achter zijn keuze staan. Niet abnormaal voor een man die sinds het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 19...

Djoos Utendoale tient le fou avec moi: verzen geschreven in de taal van de volksmens aan weerskanten van de 'schreve'.

Utendoale, uit de vallei of het dal van de West-Vlaamse bergen. Djoos, van Joris. Afkomstig van Westouter: pater Joris Declercq. Troubadours en kleinkunstenaars uit de regio zoals Antoon vander Plaetse, Gerard Vermeersch en Willem Vermandere namen Declercqs verzen in hun repertorium op. Van Boeschepe tot Cassel en van Ieper tot Ekelsbeke, de ganse Westhoek ging aan Utendoales rijmsels kapot. Vlinders zijn er hellekapellen, butterschitters of flikflodders. Averullen, mulders en roenkers worden in gangbaar Nederlands meikevers. Voetelingen, sokken. Nuus, wij. Hadden pendelaars geen files onderweg dan was het volop vroeger thuus komm'n of dan-ze peisden. De poëzie van Djoos Utendoale is geschreven in een bijzonder zingend taaltje: het Westhoeks. Over de invloed van dialecten moeten we, althans pater Joris Declercq, niet al te neerbuigend doen: "En moest Luther de bijbel in het Nederduits vertaald hebben en niet in het Hochdeutsch, de taal van zijn geboortestreek, dan sprak de he...

Simons' toonaangevende boekgeschiedenis dertig jaar na dato grondig herzien en sterk uitgebreid...

In 1984 kwam Ludo Simons , emeritus hoogleraar boek- en bibliotheekwetenschap en oud-bibliothecaris van verschillende Vlaamse culturele instellingen, voor de dag met het eerste deel van zijn studie Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen . Terwijl boekwetenschapper Simons in dit overzicht uitsluitend aandacht had voor het Vlaamse uitgeefvak in de negentiende eeuw, completeerde hij zijn omvangrijke eenmansstudie in 1987 met een tweede volume dat zich volledig toespitste op de twintigste eeuw. Vreemd genoeg was er tot dan toe in Vlaanderen op dit terrein nauwelijks enige voorstudie gedaan. Simons' titanenarbeid werd onverwijld verheven tot standaardwerk en achteraf terecht bekroond met velerlei prijzen. Op vraag van uitgeverij Lannoo is er nu deze grondig herziene en sterk uitgebreide versie van dit alom bejubelde naslagwerk dat in historische analyse en gedetailleerde volledigheid veruit onevenaarbaar is. Deze keer schenkt Simons extra aandacht aan de ontwikkeling van de boe...