Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Omhoog met die stad, omhoog met die stad!

Naar jaarlijkse gewoonte wil ik het hier toch even hebben over de toekomende stadsorgie die vanaf aanstaande zaterdag opnieuw de straten van Gent zal onderkotsen en -poepen. Meestal doe ik dit 'stilstaan bij' aan de hand van een gedicht. In onderstaand geval situeer je de Zuid-Limburgse dichter Frans Budé best ergens ter hoogte van de Vlasmarkt, op de tiende avond aldaar. Met zijn vieze schoeisel tussen lege, plastieken bekers - die de anders gladde macadam het en masse toegestroomde, hopeloze volkje normaliter op de grond zou doen belanden - de balans van het onverstaanbare gewauwel van omstaanders opnieuw wat richting gevend. Om dan, flauwgefluisterd en tegen het ochtendgloren, in de muilen van halfvolle vuilniswagens definitief te worden gesmoord. Een jaar terug het containerpark in, tussen het brandbare en giftige stadspleinsteengruis... * Het bestaat dus echt: verward, verloren een café binnenlopen, namen opzeggen, een vrouw zijn dorst aanbieden, daarna zich onvindbaar ma...

Met woorden kan men nooit genoeg tevreden zijn...

Voor dezer dagen potentiële Belgische bij-de-formateur-aanschuivers komt deze keer vanuit Noord-Holland een wijze raad aanwaaien. Door, naast, boven of onder de allereerste formateursnota: haal vooral, met het oog op het maken van een grote liefde na desgevallend dingen te hebben willen zien door niemand anders ooit tevoren gezien, de laatste versregel in jullie koppen. 't Kan misschien eens geen kwaad. Buig jullie in de eerste plaats niet te diep over deze, gene of andere nota. En nee, Lodeizen heeft het nu eens niet over 'overzomeren', maar gewoon over 'even het land uitgaan'... * ik was niet tevreden met mijn woorden en met de wereld die te koud is ik wilde dingen zien nog nooit gezien door de andere mensen en van mijn lange haat wilde ik een grote liefde maken en daarvoor ben ik uit dit land gegaan Hans Lodeizen , uit: Verzamelde gedichten (2007)

"De koevoet op de klomp: zo wrikt hij steen bij steen."

God Een god in de gedaante van een uil verblijft op zolder. Wij luisteren naar het krassen van zijn klauwen en dankbaar vinden we op tafel zijn smakelijke uitwerpselen. Miroslav Holub , uit: De geboorte van Sisyphus : een keuze uit de gedichten en andere teksten 1958-1998 (2008) Toen ik afgelopen maandag de biografische mastodont 'Theun de Vries : een schrijversleven. 1907-1945' bij mijn plaatselijk postpunt ging ophalen, kwam mijn dankbaarheid aanvankelijk niet verder dan die uit bovenstaande, beeldrijke verzen. En dat is vandaag, wanneer ik mijn best doe dit blogbericht te vervolledigen, nog voor geen meter verbeterd. Met een zelfgekozen service flatovergang en de geboorte van een allereerste achterkleinzoon in 't verschiet dienen ze bij het charmante en zeer uitvoerige berichtenblad 'De Leeswolf' beter te weten. Drie weken krijgt een ongeoefend, en dromend van vloeiend uit de pen rollende recensies, meningenoudje om een dergelijke klus te klaren. Een voltijds r...

Man met esdoornscherpe blik spoedt zich naar de poëzie...

Stekende hartklachten, enge benauwdheid, droevige armoede, voortdurende verbanning en het nijpende voorgevoel dat hij hierdoor tegen de zomer van 1937 waarschijnlijk zijn laatste gedichten aan balen gewillig papier zal toevertrouwen, houden zelfs vertaler Arie Visser niet tegen om uit het meest onleesbare Mandelstam-Russisch de mooiste Nederlandse verzen-in-vertaling te slijpen. Zowaar de bekendste slavist onzer regio's, de betreurde Karel van het Reve, zou dit ootmoedig toegeven. Daar mijn kennis van het Russisch zo goed als onbestaande is, een reden te meer om me te geloven. Al kan dit laatste ook ruimschoots gecompenseerd worden door mijn twee stevig-lillende neusgaatjes voor druipend-cleane poëzie. Schadeloosstelling hieronder in tweemaal vier lijnen... Ik zeg dit zacht en niet concreet want het is nog niet het juiste uur: het onnavolgbaar hemels spel wordt met oefenen geleerd en zweet... En wat je veel te vaak vergeet onder de lucht van het vagevuur - het zalig hemelse bestel ...

Eurosceptische noorderlingen? Best mogelijk.

"Wanneer de een of andere buitengewone gebeurtenis in het leven intreedt, wanneer een wereldhistorische held helden om zich verzamelt en heldendaden verricht, wanneer een crisis intreedt en alles beteekenis krijgt, wenschen de menschen daarbij te zijn; want dit vormt. Best mogelijk. Maar er bestaat een veel meer voor de hand liggende manier, waardoor men veel grondiger kan worden gevormd. Neem een leerling van de mogelijkheid, zet hem midden op de Jutlandsche heide, waar niets geschiedt, waar het opvliegen van een korhoen de grootste gebeurtenis is; en hij beleeft alles volmaakter, precieser, grondiger dan hij, die op het tooneel van de wereldgeschiedenis wordt toegejuicht, maar die niet door de mogelijkheid gevormd was." Als binnenkort de eerste boeken, waarin geleerde economisten en volleerde debt traders verhalen over het Griekse financiële drama, op de o zo stabiele boekenmarkt worden gegooid, dan kan deze Kierkegaard alvast op de eerste bladzijde dienen. "Wie daaren...

"Hij kwam en was onmiddellijk innemend."

"Wilt gij mij het genoegen doen Zondagmiddag het dagelijksch brood met mij en de mijnen te komen gebruiken? Het zal voor die gelegenheid uit soep, vleesch en groenten bestaan." Zo ging het op 30 april 1937 in een brief van Maurice Roelants aan Maurice Gilliams . In tijden waarin schrijvers nog brieven aan elkaar stuurden, was het na een aantal keren heen en weer vaak prijs. Met spijzen en dranken werd de ene tot aan de eettafel in het schrijfhol van de andere gelokt. Soms moesten daar zelfs jaren overheen. Zoals in bovengeschreven geval. Gilliams, zonder schooldiploma en daarom niet altijd de meest zelfzekere, werd door Roelants naar Woluwe gedreven om "(...) eenige fantastische plannen te bespreken." In een voetnoot bij deze passage in het mooie, zorgvuldig samengestelde brievenboek 'Die Onvindbare heb ik bij u gezocht, Maurice... De briefwisseling tussen Maurice Gilliams en Maurice Roelants' annoteert literatuurwetenschapster Liesbeth Van Melle dat ze uit...

"Er zijn verschillende, gevaarlijke soorten van mensen, die de automobilist op zijn weg, of onderweg, kan ontmoeten."

Hoogstwaarschijnlijk bedoelde Cyriel Buysse met deze gevaarlijke mensensoort niet Georgette Leblanc, de Franse gevallen operadiva en andere bedhelft van zijn goede vriend Maurice Maeterlinck. Bijna even lyrisch als de Nevelse Snor in 1910 over de automobiel van wiel tot stuur, schreef ook zij in haar latere mémoires nogal extatisch over het eerste stalen ros van haar geliefde Maeterlinck: "Nous eûmes l'automobile de la première heure, un de ces véhicules hauts sur pattes qui semblaient courir après leur cheval.(...) Nos départs étaient triomphants. Le bruit de ferraille qui signalait notre passage attirait les voisins. On agitait des mouchoirs; les poules, qui n'avaient pas encore compris, s'affolaient devant le capot." Nog lyrischer, meestal nagenoeg bij alles van zeker slijtage dat zijn pas kruist, is fotograaf en zelfverklaard Buyssekenner Michiel Hendryckx. Op Klara doet zijn vrolijke hertocht iedere zondag in juni vanaf de noen menigeen geestig wakker worden...