Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Metten Marten: onbezonnen schavuit maakt ongevraagd superamusant debuut!

Bijna een kwarteeuw is de Vlaamse schrijver Gerard Walschap niet meer en toch verscheen dit voorjaar een nieuw, zij het onafgewerkt, boek van zijn hand. Metten Marten is een typische schelmenroman geworden, geschreven in de periode waarin ook ’s mans meest bekende romans als Zwart en Wit (1948), Zuster Virgilia (1951) en Oproer in Congo (1953) het levenslicht zagen. Het verhaal achter de ontdekking van deze aanzet tot een doldrieste avonturenroman is bijna even merkwaardig als de neergepende belevenissen van Metten Marten zelf. Na een aantal gepubliceerde fragmenten in De Vlaamse Gids (1949) en Band (1952) liet Gerard Walschap in een brief aan schrijver Raymond Brulez weten dat hij aan een groot historisch verhaal werkte. Beginnend met de jeugd van Metten Marten, vanaf het moment dat hij van huis wegloopt tot het punt waarop de vlegel in Brest besluit deel te nemen aan een Amerikaanse expeditie van koning François I, diende het daarna over Mettens avonturen in de Nieuwe Wereld t...

Dichter Peppelenbos over een zwembadgevoel dat Michael Phelps vrijwel onbekend moet zijn...

  Zwembad Zwemmers verlaten het bad en ik blijf achter in het diepe dat blauwer kleurt dan de rest al het water is voor mij alleen voor mij. Je ziet altijd eerst de vogel opvliegen speciaal voor jou doet hij zijn best dan zie je pas de kat. Op het veldje ligt mijn zus met een gebroken been, ook alleen met om haar heen honderden zwemmers die kijken naar bot en vlees. Dat je te laat opmerkt dat het zo stil is. Dat het zwembad je te ruim is. En later lukt het niet je broek aan te krijgen je handen te nat en te tril doen niet wat jij wil. Je wordt ingehaald door de ziekenwagen de reiger in het weiland kijkt niet op of om. Coen Peppelenbos , uit: Vallende mannen (2011)

Alsof een gedicht enkel bestaat uit takken en het buitenshuis uitsluitend poëzie is...

Yardbird I ik zou die avondlijke merel in mijn tuin op een tak in een gedicht willen zetten, maar waarom zou ik, hij zit per slot van rekening daar waar hij zitten moet: in een gedicht daarbuiten.   Roland Jooris , uit: Het museum van de zomer (1974)

Een beetje lanterfanten, wat gipskruid en je kan zo weer met de benen onder iemand anders tafel...

Zaterdagochtend Op zaterdagochtend gaat ze naar buiten, iedereen boodschapt, behalve dus zij. Nul nummertjes trekken, niks in de rij, zij strekt de benen, zij klimt in de kuiten. Ze hoort de eerste nachtegaal fluiten, op klaarlichte dag! Maar ja, het is mei, kieviten buitelen boven de wei en op een hekje twee blonde tapuiten. Vlak voordat de winkels gaan sluiten gaat ze langs bij een bloemisterij. Koopt een paar roosjes met gipskruid erbij, ja, doe maar ruig, ze is niet te stuiten. Boeketje voor hen die dat nu nog niet weten, maar straks zullen vragen: zeg, blijf je eten?   Marijke Boon , uit: Tranen op het tafelzeiltje (1999)

Secretaresse van Roeselaars CC De Spil doet waarvoor ze is aangenomen...

... veel volk naar mijn blog lokken. Dankjewel, Isabel! Ik speel nochtans geen theater en besta verder ook niet uit verschillende acteurs. En al helemaal niet uit een volledig gezelschap waarvan één speler afgelopen week hartstikke ziek werd en de Roeselaarse meerwaardezoeker(?) hierdoor niet naar het roodpluchen kon. "'M van Macbeth' van Moed, van Medelijden, van Macht, van Mededogen, Meedogenloos, Meelijkwekkend, Mateloos, van Meer en Meer." Maar vooral van merkeerd megoogeld. Maar nu je hier toch bent, kijk gerust even rond. Veel oorlog, af en toe wat kleins rond poëzie en boekskes die ik verplicht ben te bespreken. En eigenlijk doe ik dat allemaal niet zo graag: maar de artritis moet uit de vingers en de digitale revolutie gevolgd! Enfin... Isabelleke, tot nog eens zulle. Tot ntwadde skwons, daar in 't seeseetse van Roeselare!

DHV: De Haes Veevoeders...

Zonsondergang 2 Hier ergens maalt nu een boerin gedroogde reptielen tot poeier. Onder de poolster doopt een Eskimose harpoenen voor het nieuwe jaar in haar urine. Ik ga wat schemeren en ook met al mijn wangen op een uier liggen of zitten onder door nonnen geplante populieren. Dan wordt het zeker dag nog hier of ginder. Jos de Haes , uit: Verzamelde gedichten (1974)

Visionaire Gruwez met de kop in de realiteit...

De modderen engel Uit modder zijn de engelen ontstaan of aan de aarsjes van onreine meisjes, waaruit zij roekeloos en rücksichtslos ontpopten voor dichters die van oudsher hielden van de maan, altijd verslaafd aan de charmante waan dat goud uit goud ontstond en niet uit aarde. En zelfs wanneer één hunner iets ontwaarde, zelden bleek verlangen tot begeerte bekwaam. Luuk Gruwez , uit: Een huis om dakloos in te zijn (1981)