Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Boordevol nuance, dit slagersverhaal van de Duitse historicus Helmut Walser Smith...

Dit curieuze verhaal van de negentiende-eeuwse slager van het West-Pruisische stadje Konitz kon niet anders dan de jonge historicus Helmut Walser Smith (1958) bijna twee decennia tot zijn eigen schrijf- en onderzoekslades over vijf eeuwen Duitsland te verplichten. Hypergenuanceerd en ver, ver weg ook van het platgelopen denken over sluimerende collectieve gevoelens van onvrede en armzalige daden van haat en verderf. Reden te meer om me vandaag nog, ritueel dansend, naar mijn lokale boekhandelaar te schieten, om Smiths onlangs in het Nederlands verschenen en overal op superlatieven onthaalde 'Duitsland: een natie en haar geschiedenis' (De Arbeiderspers, 2021): "Ook de historicus Michael Geyer heeft geschreven over de 'antinomische consensus - wantrouwen jegens elkaar - die gewekt wordt door despotisme', en plaatst de aantasting van menselijke solidariteit centraal voor een nieuwe verklaring van het wezen van het Derde Rijk. 'De afwijzing van de mogelijkheid va...

Over Kurt Weilers animatiefilm 'Die Suche nach dem Vogel Turlipan' en John Steinbecks novelle 'De parel'...

Naar 't schijnt had hij graag Bertolt Brechts baseline om "nicht wirkliche Dinge zu zeigen, sondern die Wirklichkeit der Dinge" op zijn overbehaarde torso getatoeëerd gezien. Een grootheid in de DDR-filmgeschiedenis, deze vandaag precies honderd jaar geleden ter wereld geanimeerde Kurt Weiler . Verspreid over evenveel jaren maakte deze immer goedlachse Niedersachser zo'n dertigtal uitsluitend door poppen bevolkte animatiefilms voor DDR-kinderen en hun ouders: van de bedroefde sneeuwman met de gestolen neus uit 1956 tot zijn weergaloze troepen wilde leeuwen die hij in oude medicijndoosjes deed huizen. Zijn plastische poppen verruimden op wonderbaarlijke wijze haast alle in de DDR opgedane inzichten. Na de Tweede Wereldoorlog opgeleid in Engeland deed 'Zauberer Weiler' eigenzinnige dingen met Shakespeares wintersprookje en kon hij zich volledig laten gaan in zijn met citaten van Marx en Weber doorspekte satirische films, volledig geanimeerd en met collages aan e...

"'Ik weet het, ik ben rococo,' zei ze met verdrietige trots als ik haar - misschien onbeholpen - moed probeerde in te spreken."

Door kleine broer Viktor onvoorwaardelijk met 'Jaju' of 'Lula' aangeduid, herdenken we vandaag Julia Elisabeth Therese Mann, een trotse, welbespraakte vrouwelijke verschijning die op 13 augustus 1877 in Lübeck ter wereld kwam. Voor Josef Löhr, de vijftien jaar oudere Duitse bankier, en zijn leefwereld voelde deze Jaju, zeker na drie meisjes in de gedaante van evenveel kinderen en een snel afgesloten verstandshuwelijk met Herr Löhr in 1900, amper wellust. Volgens oudere broer Thomas had zusje Lula, nochtans een dame met een uitgesproken neiging tot uiterlijk vertoon, heel wat aanleg om te schrijven maar vluchtte ze liever in de odeur van goedkoop okselzweet tussen de armen van trosjes begrijpende minnaars en de al even deugddoende effecten van het pijnstillende narcoticum morfine om de geleden huwelijkspijnen alsnog wat te kunnen dempen. Toen haar bankierende echtgenoot in 1922 plotsklaps kwam te overlijden en de Duitse hyperinflatie al zijn en haar opgebouwde fortuinen ...

"Nooit sturen ze eens een leuke meid die ik nog veel kan leren, bijvoorbeeld(...) hoe je kleine, katoenen broekskes zonder kleurverlies kunt wassen."

Afsluiten deed hij op maandag 10 augustus 2015, in Ertvelde. Na anderhalf decennium nog nauwelijks iets gepubliceerd te hebben. Een laatste keer echt bedwelmend was hij met 'Alles in het klein' (1990), al zou ik voor zijn toneelstuk 'Grasland' (1996) zo anderhalve hand veil hebben. Zijn motto was dat van Anton Tsjechov die ooit schreef dat het ruwe klimaat de mens, nochtans nonchalant op het toilet, ertoe bracht voortdurend op de kachel te gaan liggen. Eriek Verpale dus, wereldvermaarde Meetjeslandse huisvrouw, want niet overal naar waarde geschat. Verpale, Vlaamse formulerende bijzonderheid, vooral dan in zijn onovertroffen brieven: "Kijk, zo heb ik mezelf nog nooit kunnen zien: in profiel. Wat een kolossale neus, en dan dat eeuwige brilletje, zelfs een oorbel. Met zo'n kop kun je natuurlijk nooit 's iets uitspoken dat verborgen kan blijven, want iedereen herkent je onmiddellijk. (Vorig jaar, op de Antwerpse boekenbeurs: 'Goeiedag mijnheer de Kuyper! ...

Herman Teirlinck over het vandaag vierennegentigjarige 'verschijnsel' Harry Mulisch...

In de bundel 'Chantage op het leven' uit 1953 staat de opmerkelijke novelle 'Oneindelijke aankomst', neergeschreven gedachten bij het reilen en zeilen van de altijd zoekende mens. Alleen al daarom kunnen toekomstige lezers zich nu al freuen over die aardse passage van het vandaag vierennegentigjarige 'verschijnsel' Harry Mulisch. Een schrijver over wie Herman Teirlinck tien jaar later in 'Ode aan mijn hand' (1963): "Wanneer een verschijnsel onder alle opzichten ten slotte waarneembaar is geworden, blijkt het 'een feit' te zijn, waartegen een Lord Mayor machteloos staat. Een verschijnsel is Harry Mulisch wél. Onder welk opzicht echter hij dient te worden waargenomen, is niet zo gemakkelijk uit te maken. Misschien spant hij zich in om het te beletten."

Komaan, lieve Márai, terug aan die inktpot van jou, en die laatste zeventig pagina's van 'Gloed', opnieuw!

Zoals de snelste manier om speeksel te produceren verschillende keren na elkaar luidop 'Brecht' zeggen is, zo is de snelste manier om deze vertelling samen te vatten die van de stokoude hardop orakelende generaal op rust Henrik: "Wat kan ik beginnen met het muffe geheim van een vrijgezellenwoning, met de rotte materie van echtbreuk, verjaarde en bedompte alkoofgeheimen, intieme herinneringen van doden en grijsaards die de dood tegemoet strompelen?" Om vervolgens, hij dan, die brave Hongaarse militair Henrik, meer dan de helft van het boek, volgevreten en gezeten tegenover zijn zwijgzame vriend Konrád, luidkeels om dit alles heen aan het herkauwen te slaan. Tja, het laatste wat je van deze nochtans fabuleus gecomponeerde roman kan zeggen, is dat Henriks toehoorder, zijn indertijd naar de tropen gevluchte boezemvriend Konrád, een man van veel woorden is. En als hij al aanstalten maakt om te spreken, dan weigert hij doodleuk te antwoorden. Maar misschien is dat juist de ...

Hermann Conradi: vanwege de muzikaliteit in sommige van zijn tienerschrijfsels meer dan welgekomen in die vermaarde 'Klub 27'...

Deze Hermann Conradi zag op 12 juli 1862 in het zuidoosten van Sachsen-Anhalt, Jeßnitz, Oost-Duitsland, het levenslicht. Als kind: kwijnende schoolverlater, als volwassen: misdeelde pur sang naturalist. Samen met jeugdvriend en streekgenoot Johannes Schlaf voorzag hij de toentertijdse Duitsers van voortreffelijke Whitman-, Verhaeren- en Zola-vertalingen. Denk ook groter, naturalisme over het ganse Duitse land: Otto Erich en Julius Hart. Vroeggestorven en vanwege de muzikaliteit in sommige van zijn tienerschrijfsels sowieso meer dan welgekomen in die vermaarde 'Klub 27'. Conradi's verzameld werk bestaat uit drie banden en heeft tegenwoordig algauw de waarde van een kwart van zo'n volledig maandelijks pensioengeld. Bijzonder gevat zijn de aforismen waarin hij niet verlegen zit startende schrijvers met gratis advies te behangen, zoals dat van de belofte op een groot (lezers)publiek: "Als je met je eigen werk naar applaus van collega-schrijvers wilt dingen, wees dan z...