Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Amsterdam Wereldboekenmarkt: de stad van de dromende boeken.

Ze gooiden ermee naar de hoofden van de leeslustige zoekers: de boekhandelaren met hun boeken. Verschrikkelijke foltering van vijf kilometer zoeken in de Amsterdamse binnenstad. Ik denk zo'n driehonderd meter te hebben afgelegd. De volgende keer begin ik pas na die driehonderd meter. Zo'n massa letterhongerigen voor zo'n hoeveelheid letters. De Here weze geprezen! Twaalf boeken rijker en amper éénendertig euro armer. Twaalf wereldauteurs en evenveel wereldtitels. Van een snuifje Argentijns tot een duimpje Oekraïns. De oorsprong van de auteurs van de boeken dan, welteverstaan. Niet die van de gerechten 's avonds op mijn slechts half afgewassen bord in het snel uitgezochte restaurant. Je kan met die eethuizen daar in Amsterdam best hetzelfde doen als met je boeken bijeengeraapt op een markt: secuur uitkiezen, en meestal dan daar waar weinig mensen zijn: aan het kleinste kraampje of in het nietigste restaurantkeldertje.

Herman Brusselmans laat zich interviewen.

Den Brussel op dreef in den voorlaatsten HUMO/Onafhankelijk Weekblad voor Radio en TV: 'Laatst bedacht ik in een column de romantitel 'Joden die Auschwitz een mooie stad vinden'. (...) Bij de dood van Hugo Claus leek het alsof werkelijk iederéén hem een groot schrijver vond, maar dat is natuurlijk niet zo. Ik denk dat niemand hem over vijf jaar nog uit vrije wil zal lezen. Zo is het ook W.F. Hermans vergaan, en Simon Carmiggelt, en Gerard Reve ook, vrees ik. (...) Hugo Claus wou vorig jaar al tot euthanasie overgaan, maar hij was het vergeten.' Den Brussel toch, slaapverwekkend nieuw en toch zo gefixeerd op de toekomst van de eigen navel. Want die in het interview aangehaalde Khaled Hosseini, die niets of niemand kent en nooit ergens gesignaleerd. Dat doet zo'n pijn. Den Brussel toch, klaar om postuum een hoop eerbetoon in ontvangst te nemen. Dat komt zo voor mekaar...

Paul Verhaeghen wint met zijn 'Omega minor' de Independent Foreign Fiction Prize 2008.

'Een ongelooflijk ambitieus boek. Maar de schrijver heeft een aantal eigenaardigheden die sommige lezers kan vervreemden. De belangrijkste is zijn bizarre fixatie op ejaculatie,' aldus een Brits recensent vanuit de luie stoel, werkend aan de individuele voortgang van de eigen erectie. 'Ik geloof erg in de literatuur van de noodzaak. Ik heb het gevoel dat ik leeg geschreven ben,' reageert de auteur van het prijswinnende boek. Een 'ejaculatio praecox' is doorgaans het gevolg van onbewuste psychische spanningen zoals een extreem geloof in de literatuur van de noodzaak. Schrijvers moeten in de eerste plaats en bij voorbaat voortdurend schrijven. Al de rest is inderdaad vroegtijdig geklaarkom.

Willem Brakman (1922-2008)

'Kwaliteit speelt aan de grachtengordel in Amsterdam nog nauwelijks een rol, en dat maakt me doodsbang. Daarom is het belangrijk dat goede schrijvers de moed niet opgeven. Ik heb 50 boeken geschreven, dat heeft me niet meer dan kopergeld opgeleverd, maar ik heb nooit een seconde gedacht om ermee op te houden. Dat is het bewijs van goed schrijverschap.' De in Vlaanderen nauwelijks gelezen Nederlandse schrijver Willem Brakman is niet meer. Jan Wolkers, Hugo Claus en J.J. Voskuil zijn op de hemelse afdeling belangwekkende literatoren in blijde verwachting. Een vierde 'twintiger' zal zich dra bij hen voegen. En je weet wat mensen zeggen over andere mensen in groepen van vier...

Wim Kayzer schuift zijn ogen wagenwijd open.

“Ik had een enorme hekel aan de maanden augustus en september. Pas later besefte ik waarom: het waren de maanden waarin de patiënten me niet alleen hun kwalen meedeelden, maar ook hun vakantieverhalen.” (Kayzer, W., De waarnemer, 2005, Uitgeverij Balans, p. 298) De fijnbesnaarde Jos Borré plakt in zijn recensie in DMBOEKEN het vette etiket van auteursroman op het geschrift “De waarnemer”. “Deze papierbundel is een moreel uitputtend totaalboek waarin de visie primeert, volkomen ongeschikt voor latente hypochonders en overwerkte huisartsen.” Aldus diezelfde brave mijnheer Borré. Zijn collega-recensent van het dagblad De Standaard heeft het over: “(…) een debuutroman, van een heel ander kaliber dan het zoveelste debuut van een twintiger met bindingsangst (…)” De wereldberoemde HUMO-journalist Wilfried Hendrickx nodigt Wim Kayzer, op het einde van het afgenomen interview naar aanleiding van de verschijning van zijn opmerkelijke debuut (?), uit samen een punt achter het leven te zetten. In ...

Roland Topor, Franse duivel-doet-al.

Roland Topor, de allerlaatste dadaïst die tien jaar geleden sneuvelde in de eigen hersenbloeding, wordt dankzij Arnon Grunberg, en diens alsmaar groter wordende inkomsten uit de vele gewonnen literatuurkampen, van de nodige pluimen op de hoed voorzien door de Nederlandse uitgave in boekvorm van 's mans belangrijkste bijdragen tot de wereld van de kunst. Tot de wereld in zijn geheel. Topor was van vele markten thuis, hij was - niet in achtereenvolgende opsomming maar gewoon alles tegelijkertijd - cineast, tekenaar, acteur, lithograaf, schilder, schrijver en beroepsprovocateur. Met titels als 'De huurder', verfilmd door Roman Polanski, 'Memoires van een oude zak' en 'De mooiste tieten ter wereld' etaleerde Topor, onder luid schaterlachend, toeziend oog van de koolzwarte humor, al zijn macabere gedachten. Hij was de koning van de kots, de pis, de seks, de bloederige taferelen en de geperverteerde nonchalance. In verband met kaka ontglipte aan Topor ooit de volg...

Franz Kafka schrijft een brief.

'Helemaal onverenigbaar met je houding tegenover je kinderen leek het wanneer jij, wat werkelijk heel vaak gebeurde, je beklaagde waar iedereen bij was. Ik moet toegeven dat ik als kind (later wel) daar ongevoelig voor was en niet begreep hoe je in vredesnaam daarvoor begrip kon verwachten. Je was in elk opzicht zo reusachtig; wat kon ons medelijden of zelfs onze hulp jou schelen? Daarvoor had je toch eigenlijk verachting moeten hebben, zoals zo vaak voor ons. Ik geloofde daarom niets van je geklaag en zocht er de een of andere geheime bedoeling achter. Pas later begreep ik dat je werkelijk erg leed door je kinderen, maar destijds, toen je geklaag onder andere omstandigheden nog op een kinderlijk, open, onvoorwaardelijk, tot elke hulp bereid meegevoel had kunnen rekenen, kon het voor mij weer niets anders zijn dan een overdreven middel om mij op te voeden en te vernederen, op zichzelf niet zo'n erg doeltreffend middel, maar met het schadelijke neveneffect dat het kind eraan wen...