Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Secuur portret van Theun de Vries als halfzachte wereldverbeteraar en mateloze veelschrijver: "Het schrijven welde in mij op als het sprengwater in een beek."

Dichtbundels, hoorspelen, novellen, filmscenario's, biografieën, historische romans,… Met ruim 150 titels op zijn naam heeft de in het Friese Veenwouden geboren veelschrijver Theun de Vries , Nederlands meest argeloze revolutionair, met Revolte is leven: biografie van Theun de Vries (1907-2005) nu ook zijn eigen complete levensverhaal op papier. Rond "een van de sterkst overschatte schrijvers van ons land," zoals criticus Max Nord de veelzijdige De Vries ooit typeerde, heeft historicus Jos Perry toch maar mooi deze meeslepende en rijk geschakeerde biografie geweven. Zelfs op heel hoge leeftijd weigerde De Vries, die van zijn favoriete filosoof Spinoza leerde "het leven op aarde te veranderen en te humaniseren," zijn communisme te verzwijgen, te verloochenen of te bagatelliseren. Gezien de toenmalige situatie bleef de schrijver, ook als zeventigjarige achter zijn keuze staan. Niet abnormaal voor een man die sinds het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 19...

Jazz Age-generatie predikt decadentisme: "Als we ons verveelden veroverden we de stad met een Huysmansachtige perversiteit."

"In 1920 choqueerde ik een opkomende jonge zakenman door een cocktail voor de lunch voor te stellen. In 1929 was er drank in de helft van de kantoren van de binnenstad, en een kroeg in de helft van alle grote gebouwen." In het verrukkelijke essay 'Mijn verdwenen stad' (1932) typeert de Amerikaanse schrijver Francis Scott Fitzgerald (1896-1940) in amper twee kernachtige zinnen de uitbundige sfeer van de New Yorkse 'roaring twenties', de zogeheten Jazz Age. Als uitmuntende chroniqueur vergeleek hij deze periode vaak met de nerveuze spanning die toen in de grote steden achter de oorlogslinies kon worden opgemeten. In dit woelige decennium, dat met de desastreuze beurscrash van 1929 prompt in duigen viel, van de zich in de nadagen van de Eerste Wereldoorlog achter een schijnbaar materieel en ethisch zorgeloos leven wegstoppende Jazz Age-generatie schreef Fitzgerald dan ook zijn grootste romansuccessen. Debuteren deed hij met 'This Side of Paradise' (...

Waarom zitten er altijd van die witte klodders in vogelkak en andere hardnekkige mythes over sekseverschillen...

Het zouteloze gejammer over de weinig beleden esthetiek van de blote vrouwenvoet, de ver gezochte ergernis aan het gering aantal vrouwen dat wel opgewonden geraakt van "het laatste bastion van puur mannelijke geilzucht" dat in de volwaardige videotheek harde porno wordt genoemd, de ordinaire hartstocht voor de zeemzoete vrouwenstem van het 'Geile Praat Systeem' waarmee tegenwoordig nagenoeg alle wagens zijn uitgerust en het platgetreden pad van het griezelige gevaar dat schuilt in het geven van goed bedoelde complimenten aan voor dubbelzinnigheden gevoelige dames. De voorspelbaarheid van de van verveling rammelende, wekelijks neergepende wedervaardigheden van een welopgevoede, hoger opgeleide tienervader/huisman/journalist wil wel eens schadelijk zijn voor het leesplezier van de nietsvermoedende lezer.   In de periode tussen 2008 en 2011 verschenen in het weekendmagazine van 'De Standaard' tal van de hand van Tom Heremans gedane observaties, vergezeld...

"Tonio was het slachtoffer van de uitzondering. De kleine nederlaag die het systeem lijdt, ten nadele van de grotere."

"Zo'n ongeluk als Tonio overkwam - het is door de rekenmeesters ingecalculeerd. Volgens hun rekenmethodes gebeuren er 's nachts op bepaalde kruispunten met stoplichten in volle werking meer ongelukken dan bij alleen een oranje knipperlamp. Maar... iemand , in dit geval Tonio, moest het geringere risico van de niet functionerende verkeerslichten opvangen."(*) Daar ik bij weinig lezenswaardige papierblokken van minstens zeshonderd pagina's de leesconcentratie doorgaans ongeveer halverwege verloren heb, gaan genotzuchtige, ongeduldige lezers (op zoek naar immens-genereuze boeken over bedroevende onderwerpen) vaak voor een snelle passage op mijn sofa. Ervaringsdeskundigheid heet zoiets dan in bepaalde sectoren. Enfin. Zo ook dus een paar weken geleden, toen een opvallend jonge moeder me kwam vragen waarom ze in godsnaam die laatste negenhonderdzevenenvijftig gram in haar reiskoffer zou reserveren voor A.F.Th. van der Heijdens buitensporig geprezen dodezonenpil...

Vierenveertig films tegenover anderhalve roman: Zweig en Allen hebben wel meer dingen gemeen...

"Niet eraan denken - wat een kinderlijk bevel! Alsof overprikkelde zenuwen ooit genegen waren zich door de teugels van de wil te laten intomen! Niet eraan denken, terwijl je gedachten als schichtige, losgebroken paarden met pijnlijk hamerende hoeven in de nauwe ruimte tussen je slapen rondjakkeren! Niet eraan denken, terwijl je geheugen koortsachtig beeld op beeld blijft stapelen, terwijl je zenuwen sidderen en flikkeren en je verstand zich schrap zet om zich te verweren en te verzetten!(...) Niet eraan denken, terwijl je maar aan één ding kunt denken: hoe te ontsnappen, hoe je te verweren?" uit: Zweig, S., Ongeduld , 2013 (tweede druk), Amsterdam, Atlas Contact, p. 277 

Zonder al te veel te melden, roddelen batsen waarlijk heel wat af...

"Veel had ik niet gemeen met de Turken uit de buurt. Goed, we kwamen uit hetzelfde land, spraken elkaars taal en roken identiek, maar daar hield het eigenlijk wel mee op. Mijn vriendjes werden elk weekend door hun ouders naar de moskee gestuurd. Dan bleef ik alleen achter in de wijk, zonder iemand om mee te spelen. Als ik Turis vroeg of ik ook lid mocht worden van die club, stak hij zijn middelvinger naar me op met de vraag of ik later misschien imam wilde worden." In een ongepolijste schrijfstijl gooit debutant Özcan Akyol (1984) onomwonden het semi-autobiografische relaas van Eus, zijn voor galg en rad opgroeiende Turkse alter ego, naar de aanvankelijk argeloze lezer. Het Oost-Nederlandse plaatsje Deventer, in deze roman steevast als 'Koekstad' aangeduid, is de troosteloze plek waar de jongen, na broers Mahir en Kosta, als derde kind ter wereld komt. Vader Turis, een werkschuwe bedrieger van de bovenste plank, vult zijn dagen met het scoren van koopjes terwijl ...

Zelfironisch dollend door de puinresten van de Tsjecho-Slowaakse dissidente literatuur...

Als zoon van een overtuigd communist die na de Tsjecho-Slowaakse omwenteling van 1948 partijfunctionaris werd, organiseerde de Tsjechische schrijver en journalist Ludvík Vaculík (1926) als een van de eersten op grote schaal de ondergrondse literatuur. Voortdurend op zoek naar een socialisme met een menselijk gezicht, behoorde hij tot de belangrijkste criticasters van het twintigste-eeuwse Tsjecho-Slowaakse regime in de jaren vijftig. Toen in de jaren zeventig en tachtig manuscripten van collega-dissidenten werden verzameld, vermeerderd en onder vrienden verspreid, vonden ze vaak een stiekeme weg naar buitenlandse uitgeverijen. Een van de vormen van de toenmalige ondergrondse literatuurbeoefening was het zogeheten 'feuilleton', waarbij iemand naar aanleiding van een actuele gebeurtenis één A4’tje vol schreef, om dit vervolgens clandestien te verspreiden. Onder meer door hun formaat konden deze 'feuilletons' in één keer een groot publiek bereiken. Een aantal van Va...