Doorgaan naar hoofdcontent

Bij het optrekken van het Berlijnse Schot...

Aan de bouw van de meest bekende Muur, behalve dan voor de Chinezen en de Palestijnen, zullen we vandaag, dankzij het betere kroniekwerk, maar al te vaak herinnerd worden. Bij deze wel heel bijzondere verjaardag een passage uit Maks heel vette, smaakvolle en succesvolle Europese historiografie.


"Er bestaat een merkwaardig verhaal over Joseph Roth, of beter gezegd, over Berlijn. Toen een Amerikaanse historicus omstreeks 1970 onderzoek deed naar Roths Berlijnse jaren, verbaasde hij zich voortdurend over de reisafstanden tussen Roths woningen, werkplekken en stamcafés. 'Die Roth moet elke dag uren in de S-Bahn gezeten hebben!' Ten slotte liet een Berlijnse kennis hem een gedetailleerde stadskaart zien: in werkelijkheid lagen die plekken vlak bij elkaar. Er was alleen een Muur tussengekomen.
Het verhaal zegt iets over de acceptatie van de Muur, even tijdloos en onontkoombaar als een rivier die door de stad loopt. Maar het tekent ook hoe de Muur ingreep in het weefsel van Berlijn. Er woonden alleen al aan de Oost-Berlijnse kant meer dan honderdtwintigduizend mensen vlak bij de Muur, waarvan de meesten gaandeweg moesten verhuizen. De DDR-autoriteiten schiepen zo een kale strook van honderden meters tussen de Hinterlandmauer, de eigenlijke grensbarrière voor de Oost-Duitsers, en de Muur zelf. Daarvoor lag nog weer een grenszone van tweeënhalve kilometer breed die zwaar werd gecontroleerd.
(...)
Van de negentien miljoen Oost-Duitsers zijn in totaal ongeveer tweeënhalf miljoen naar het westen uitgeweken, veruit de meesten in de jaren vijftig. Ongeveer duizend mensen zijn bij hun vluchtpoging om het leven gekomen, het merendeel langs de Berlijnse Muur. Bij het voormalige Checkpoint Charlie staat een klein museum, stampvol met vluchtattributen en bijzondere foto's: koffers waarin een dame kon worden gepropt, auto's met uitgeholde banken en benzinetanks, valse papieren, een grote haspel voor grondkabels - goed voor vier vluchtplaatsen -, grootse tunnelwerken. Spectaculair was de ontsnapping van Reichsbahn-machinist Harry Deterling, die in december 1961 met zijn stoomlocomotief 78079 en een paar wagons vol ingewijde familieleden langs de verbaasde grensposten naar het westen denderde. De conducteur, een Volkspolizist en vijf toevallig meereizende passagiers liepen boos over de rails terug.
De Oost-Duitse zanger Wolf Biermann - hij werd later 'ausgebürgert' - mocht in 1965 bij hoge uitzondering optreden in het westen. Hij dichtte bij die gelegenheid een 'Wintersprookje':

Im deutschen Dezember floss die Spree,
Von Ost- nach Westberlin,
Da schwamm ich mit der Eisenbahn,
Hoch über die Mauer hin.
Da schwebte ich leicht über 'n Drahtverhau
Und über die Bluthunde hin..."

Uit: Mak, G., In Europa: reizen door de twintigste eeuw, 2004, Atlas, p. 958-959

Reacties

Populaire posts van deze blog

Djoos Utendoale tient le fou avec moi: verzen geschreven in de taal van de volksmens aan weerskanten van de 'schreve'.

Utendoale, uit de vallei of het dal van de West-Vlaamse bergen. Djoos, van Joris. Afkomstig van Westouter: pater Joris Declercq. Troubadours en kleinkunstenaars uit de regio zoals Antoon vander Plaetse, Gerard Vermeersch en Willem Vermandere namen Declercqs verzen in hun repertorium op. Van Boeschepe tot Cassel en van Ieper tot Ekelsbeke, de ganse Westhoek ging aan Utendoales rijmsels kapot. Vlinders zijn er hellekapellen, butterschitters of flikflodders. Averullen, mulders en roenkers worden in gangbaar Nederlands meikevers. Voetelingen, sokken. Nuus, wij. Hadden pendelaars geen files onderweg dan was het volop vroeger thuus komm'n of dan-ze peisden. De poëzie van Djoos Utendoale is geschreven in een bijzonder zingend taaltje: het Westhoeks. Over de invloed van dialecten moeten we, althans pater Joris Declercq, niet al te neerbuigend doen: "En moest Luther de bijbel in het Nederduits vertaald hebben en niet in het Hochdeutsch, de taal van zijn geboortestreek, dan sprak de he...

"Whitman is de grootste kunstenaar die zijn natie heeft voortgebracht. Zijn gelijken zijn Milton, Bach, Michelangelo en de barokke meesters van sublimiteit."

(...)  hij was een peer van een okeë vent het mondje rap geroerd opvliegend  niet onknap sloeg hij het leven als een oude gabber op de schouders  hield wel van een humorgeintje zou zijn leven geven voor een vriend  dol op de vrouwtjes gematigd gokker at en dronk met smakken  kwister van duiten verloor hij de moed tegen het einde hij werd ziek  hij werd geholpen door een bijdrage hij stierf op eenenveertigjarige leeftijd en dat was zijn begrafenis  thumbs up of up yours boezelaar cape handschoenen riem  zweep met zorg uitgekozen baas starter uitkijk knecht  de kantjes eraf of iemand die de kantjes eraf rechtdoor tweede links eerste man of achterste man  een goede of een slechte dag goed spul of slechte spullen  de eerste buiten of de laatste binnen en dan onder de wol verpeinst de docht hoeveel dit alles voor hem was  onthemd in aarde  (...)  In 2005 nog gingen tweeëntwintig Nederlandse dichters voor Querido aan de sla...

"De hele Nederlandse literatuur is vergeven van deze verderfelijke mentaliteit. Jan Terlouw die Griet Op de Beeck tijdens een etentje schalks op schoot trekt. Griet die aan het kirren slaat."

De Nederlandse schrijver en politicus Jan Terlouw is overleden. Terlouw dus, tevens de halve, lezende jeugd van de meeste van mijn FB-vrienden, als ik hier zo rond me kijk. Jammer, want nu kan ik eens niet 'meedelen'. Van Jan Terlouw zelf heb ik nooit een letter gelezen, en dat wil ik het liefst houden zo. Alles de schuld van dat 'Horrortheater' van criticus, vertaler en schrijver Arie Storm , een landgenoot van eerdergenoemde, de overleden Terlouw.  "Ik dacht eraan hoe vervelend ik mannen als Jan Terlouw, Adriaan van Dis en uitgever Joost Nijsen vond. En nog steeds vind, moet ik zeggen. Dat heb ik aan mijn jeugd te danken: ik kan niet tegen achterbaks gedrag. Authenticiteit wordt op prijs gesteld. Genoemde 'heren' zijn drie mannen die het enorm achter hun ellebogen hebben. Ze zeggen dit, maar ze doen dat. En iedereen trapt erin.(...) De hele Nederlandse literatuur is vergeven van deze verderfelijke mentaliteit. Jan Terlouw die Griet Op de Beeck tijdens ee...