Doorgaan naar hoofdcontent

"Mon plus grand regret sera de ne plus vivre entièrement à la campagne l'été..."

Precies zes dagen geleden, in het wonderbaarlijke jaar 1913, arriveerde Cyriel Buysse met hebben en houden terug in zijn echtelijke woonst aan de Laan van Meerdervoort - bij het gefortuneerde vrouwtje Nelly Dyserinck - in Den Haag. Buysses 'landziekte' naar de wondermooie Leielandschappen waarin hij is opgegroeid moet er nu maar weer voor half jaartje tegen kunnen. Het pijnlijke afscheid van Afsnee - zonder morren terug naar het Haagse winter- en salonleven - doet de Nevelaar op de laatste bladzijden van zijn in 1913 bijgehouden dagboek 'Zomerleven' een beetje kinderlijk ironiserend van de pen...


4 november

't Is uit. Alles is dood of ingeslapen. Geen kleur noch fleur meer, ergens. De ganse natuur ligt omsluierd in dikgrijze mist. De elementen zijn uitgewoed, de natuur gaat in stilte haar winterslaap beginnen.


5 november

In het eentonig grijs-kille van hemel en aarde zijn de tuinlui bezig met putten te graven, waarin zij jonge boompjes planten. De gele, omgewoelde grond ruikt scherp naar vocht en humus, en zodra ergens een kuiltje is gegraven zijn de roodborstjes er dadelijk bij, om te zien of niets te azen valt.
Wat zijn ze altijd lief, de roodborstjes en wat passen ze goed met hun bronsgroen jasje en hun bruinrood vestje bij de tinten van het stervend herfstlover! Soms zitten zij op een takje, waaraan nog enkele dorre blaadjes hangen, zacht ritselend door elkaar, als waren zij van getaand klatergoud; en daar zingen ze heel even hun kort en o, zo diep-weemoedig najaarsvooisje.
Dan laten zij zich zwijgend weer in een pas omgespit kuiltje vallen en pikken er de wormpjes op.


6 november

Opruimen. Inpakken.


7 november

Inpakken. Opruimen.


8 november

Het afscheid: vlug, stil, met een glimlach op de lippen, om den weemoed en de droefheid te verbergen. Nog eens goed alles bekeken: den heuvel, den molen, het huisje, de bossen, de velden, de wegen, alles wat maandenlang zo schoon en heerlijk was en nu zijn winterslaap is ingegaan, maar om toch weder met de zoete lente te ontwaken en te herleven.


9 november

Tottolot... tottolot... tottolot... Bijna den gansen dag tottolot... tottolot... tottolot... en tottolettelot en tottolettelettelettelot. 's Avonds aankomst in de stad.


10 november

Stadsleven.


einde

Uit: Buysse, C., Zomerleven, 2006, Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen, p. 324-330.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Secuur portret van Theun de Vries als halfzachte wereldverbeteraar en mateloze veelschrijver: "Het schrijven welde in mij op als het sprengwater in een beek."

Dichtbundels, hoorspelen, novellen, filmscenario's, biografieën, historische romans,… Met ruim 150 titels op zijn naam heeft de in het Friese Veenwouden geboren veelschrijver Theun de Vries , Nederlands meest argeloze revolutionair, met Revolte is leven: biografie van Theun de Vries (1907-2005) nu ook zijn eigen complete levensverhaal op papier. Rond "een van de sterkst overschatte schrijvers van ons land," zoals criticus Max Nord de veelzijdige De Vries ooit typeerde, heeft historicus Jos Perry toch maar mooi deze meeslepende en rijk geschakeerde biografie geweven. Zelfs op heel hoge leeftijd weigerde De Vries, die van zijn favoriete filosoof Spinoza leerde "het leven op aarde te veranderen en te humaniseren," zijn communisme te verzwijgen, te verloochenen of te bagatelliseren. Gezien de toenmalige situatie bleef de schrijver, ook als zeventigjarige achter zijn keuze staan. Niet abnormaal voor een man die sinds het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 19...

Djoos Utendoale tient le fou avec moi: verzen geschreven in de taal van de volksmens aan weerskanten van de 'schreve'.

Utendoale, uit de vallei of het dal van de West-Vlaamse bergen. Djoos, van Joris. Afkomstig van Westouter: pater Joris Declercq. Troubadours en kleinkunstenaars uit de regio zoals Antoon vander Plaetse, Gerard Vermeersch en Willem Vermandere namen Declercqs verzen in hun repertorium op. Van Boeschepe tot Cassel en van Ieper tot Ekelsbeke, de ganse Westhoek ging aan Utendoales rijmsels kapot. Vlinders zijn er hellekapellen, butterschitters of flikflodders. Averullen, mulders en roenkers worden in gangbaar Nederlands meikevers. Voetelingen, sokken. Nuus, wij. Hadden pendelaars geen files onderweg dan was het volop vroeger thuus komm'n of dan-ze peisden. De poëzie van Djoos Utendoale is geschreven in een bijzonder zingend taaltje: het Westhoeks. Over de invloed van dialecten moeten we, althans pater Joris Declercq, niet al te neerbuigend doen: "En moest Luther de bijbel in het Nederduits vertaald hebben en niet in het Hochdeutsch, de taal van zijn geboortestreek, dan sprak de he...

Simons' toonaangevende boekgeschiedenis dertig jaar na dato grondig herzien en sterk uitgebreid...

In 1984 kwam Ludo Simons , emeritus hoogleraar boek- en bibliotheekwetenschap en oud-bibliothecaris van verschillende Vlaamse culturele instellingen, voor de dag met het eerste deel van zijn studie Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen . Terwijl boekwetenschapper Simons in dit overzicht uitsluitend aandacht had voor het Vlaamse uitgeefvak in de negentiende eeuw, completeerde hij zijn omvangrijke eenmansstudie in 1987 met een tweede volume dat zich volledig toespitste op de twintigste eeuw. Vreemd genoeg was er tot dan toe in Vlaanderen op dit terrein nauwelijks enige voorstudie gedaan. Simons' titanenarbeid werd onverwijld verheven tot standaardwerk en achteraf terecht bekroond met velerlei prijzen. Op vraag van uitgeverij Lannoo is er nu deze grondig herziene en sterk uitgebreide versie van dit alom bejubelde naslagwerk dat in historische analyse en gedetailleerde volledigheid veruit onevenaarbaar is. Deze keer schenkt Simons extra aandacht aan de ontwikkeling van de boe...