Doorgaan naar hoofdcontent

Op precies 27 seconden weet ik dat de Franse romancier Marcel Proust tegelijkertijd enig kind én astmapatiënt was.

Onlangs kwamen Duitse onderzoekers tot de vaststelling dat de doorsnee internetgebruiker gemiddeld zo'n 27 seconden bij één webpagina stilstaat. Van grondig lezen, is daarom niet al te vaak sprake. Vandaag werd deze conclusie nogmaals aangehaald in de kolommen van een krantenartikel ter promotie van het verschijnsel slowreading. Die 27 seconden zouden immers bepaalde menselijke hersendelen, wegens ongebruikt door veel te veel scannend lezen, volledig kaalvreten. Vandaar ook dat ik op deze plaats voortdurend op zoek moet naar geestige onderwerpen en verdiepende links die boven die 27 seconden mikken. Al was het maar om de sloop van ieders aangesproken hersenschorsdeeltje tegen te gaan.


Daarom blader ik - om de angst voor het lege, witte vierkant van alweer zo'n nieuw te schrijven blogpost te verdrijven, maar ook omdat het zo'n geestig, vindingrijk leeswerk is - bijwijlen en bijtijds maar al te gaarne in de wetenschappelijke publicatie 'Kunstpsychologie' van KASK-docente en psychotherapeute Charlotte De Groote.
In dit boek haalt deze interessante dame onder meer de vol macht doordrenkte wil aan, zoals die ooit werd geformuleerd door psychoanalist Otto Rank in zijn in 1945 heruitgegeven Will Therapy and Truth and Reality, achter het creatieve genie van iedere kunstenaar. Aldus worden mensen in hun strijd tegen de buiten- en de binnenwereld voortdurend geconfronteerd met twee onbewuste principes: fear of life en fear of death. Dat eerste komt ongeveer overeen met de angst die mensen hebben verschillend te zijn van anderen. En bijgevolg ook eenzaam. Fear of death is dan weer net de tegenovergestelde vrees: die van opgeslorpt worden in de massa met het daaraan verbonden terminale verlies van individualiteit en vrijheid.
Naargelang ieders geleverde strijd met die angsten worden er volgens Otto Rank drie soorten mensen geboren. De aangepaste doorsnee mens, badend in fear of life, die voortdurend op zoek gaat naar conform gedrag, ondergeschikt is en o zo graag tot een bepaalde groep wil behoren. Zijn aangeleerde wil is die wat de autoriteit van hem/haar verwacht. Een tweede groep zijn de neuroten met een aangeboren angst voor de dood. Zij beschikken over een sterke, dominante wil die voortdurend strijd levert met allerlei oveheersende krachten in en buiten zich. Voor zichzelf iets realiseren zit er bij neuroten bijgevolg niet in. Deze groep scheidt zich van andere mensen met het oog op de ontwikkeling van een eigen wil. Schuld en frustratie zijn doorgaans het gevolg. De derde soort, aldus Otto Rank, is de scheppende soort. Het specimen dat een strak gespannen evenwicht vindt tussen deze twee angsten. Zo'n mensen scheppen de werkelijkheid naar eigen beeld zonder zich al te veel te buigen voor de gestelde autoriteiten. De creatieve mens wil, in zijn zoektocht naar onsterfelijkheid en erkenning, daarom volledig samenvallen met de collectieve wil van zijn eigen cultuur.
Altijd handig dus zo'n machtsgeile wil die de menselijke soort eenvoudigweg in drie afgelijnde groepen verdeelt en deze blogpost alvast opnieuw doet besluiten dat de aangepaste mens het daarbuiten, in de echte wereld, doet en dat de neuroot voortdurend aan het internet hangt, op zoek naar de creatieve mens om over te schrijven.


Kunstpsychologie / Charlotte De Groote.- Gent: Academia Press, 2007.- 298 p.- ISBN 978 90 382 11 71 8

Reacties

Populaire posts van deze blog

Djoos Utendoale tient le fou avec moi: verzen geschreven in de taal van de volksmens aan weerskanten van de 'schreve'.

Utendoale, uit de vallei of het dal van de West-Vlaamse bergen. Djoos, van Joris. Afkomstig van Westouter: pater Joris Declercq. Troubadours en kleinkunstenaars uit de regio zoals Antoon vander Plaetse, Gerard Vermeersch en Willem Vermandere namen Declercqs verzen in hun repertorium op. Van Boeschepe tot Cassel en van Ieper tot Ekelsbeke, de ganse Westhoek ging aan Utendoales rijmsels kapot. Vlinders zijn er hellekapellen, butterschitters of flikflodders. Averullen, mulders en roenkers worden in gangbaar Nederlands meikevers. Voetelingen, sokken. Nuus, wij. Hadden pendelaars geen files onderweg dan was het volop vroeger thuus komm'n of dan-ze peisden. De poëzie van Djoos Utendoale is geschreven in een bijzonder zingend taaltje: het Westhoeks. Over de invloed van dialecten moeten we, althans pater Joris Declercq, niet al te neerbuigend doen: "En moest Luther de bijbel in het Nederduits vertaald hebben en niet in het Hochdeutsch, de taal van zijn geboortestreek, dan sprak de he...

Simons' toonaangevende boekgeschiedenis dertig jaar na dato grondig herzien en sterk uitgebreid...

In 1984 kwam Ludo Simons , emeritus hoogleraar boek- en bibliotheekwetenschap en oud-bibliothecaris van verschillende Vlaamse culturele instellingen, voor de dag met het eerste deel van zijn studie Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen . Terwijl boekwetenschapper Simons in dit overzicht uitsluitend aandacht had voor het Vlaamse uitgeefvak in de negentiende eeuw, completeerde hij zijn omvangrijke eenmansstudie in 1987 met een tweede volume dat zich volledig toespitste op de twintigste eeuw. Vreemd genoeg was er tot dan toe in Vlaanderen op dit terrein nauwelijks enige voorstudie gedaan. Simons' titanenarbeid werd onverwijld verheven tot standaardwerk en achteraf terecht bekroond met velerlei prijzen. Op vraag van uitgeverij Lannoo is er nu deze grondig herziene en sterk uitgebreide versie van dit alom bejubelde naslagwerk dat in historische analyse en gedetailleerde volledigheid veruit onevenaarbaar is. Deze keer schenkt Simons extra aandacht aan de ontwikkeling van de boe...

"De hele Nederlandse literatuur is vergeven van deze verderfelijke mentaliteit. Jan Terlouw die Griet Op de Beeck tijdens een etentje schalks op schoot trekt. Griet die aan het kirren slaat."

De Nederlandse schrijver en politicus Jan Terlouw is overleden. Terlouw dus, tevens de halve, lezende jeugd van de meeste van mijn FB-vrienden, als ik hier zo rond me kijk. Jammer, want nu kan ik eens niet 'meedelen'. Van Jan Terlouw zelf heb ik nooit een letter gelezen, en dat wil ik het liefst houden zo. Alles de schuld van dat 'Horrortheater' van criticus, vertaler en schrijver Arie Storm , een landgenoot van eerdergenoemde, de overleden Terlouw.  "Ik dacht eraan hoe vervelend ik mannen als Jan Terlouw, Adriaan van Dis en uitgever Joost Nijsen vond. En nog steeds vind, moet ik zeggen. Dat heb ik aan mijn jeugd te danken: ik kan niet tegen achterbaks gedrag. Authenticiteit wordt op prijs gesteld. Genoemde 'heren' zijn drie mannen die het enorm achter hun ellebogen hebben. Ze zeggen dit, maar ze doen dat. En iedereen trapt erin.(...) De hele Nederlandse literatuur is vergeven van deze verderfelijke mentaliteit. Jan Terlouw die Griet Op de Beeck tijdens ee...