Doorgaan naar hoofdcontent

De voorbije week: gelezen en gehoord (21).

* "Volgens Freud is het verlangen een pompsysteem van lustenergie. Als je die lavastroom van het verlangen tegenhoudt, dan zoekt hij elders een uitweg. Niet altijd fraai. Wat gebeurt er als de volwassen, genitale seksualiteit van buitenaf (door verboden) of van binnenin (door inhibities, neuroses, trauma's etcetera) wordt geblokkeerd? Men zoekt zijn heil in wat Freud Partialtriebe noemde, deeldriften die in principe allemaal in min of meerdere mate tot synthese moeten komen in de volwassen genitale seksualiteit, maar die bij blokkering als perversies op zich zelf komen te staan. Of zelfs totaal misgroeien. Het is een hele catalogus: voyeurisme, exhibitionisme, sadisme, maar ook zoöfilie, necrofilie en pedofilie. Perversies blijven meestal binnen de perken van de fantasie, maar worden soms ook echt ongeremd uitgeleefd, bijvoorbeeld binnen de bescherming van een instituut. Vandaar die gruwelverhalen."

(De Morgen, 15/09/2010, briefschrijver Lieven De Cauter in zijn pleidooi waarom het celibaat pedofielen creëert.)


* "De taalstrijd sloot toewijding aan het prille vaderland niet uit. Van de letterkundigen, filologen en andere taalminnaren die zich al snel als een Vlaamse Beweging gingen manifesteren, stelde bijna niemand België ter discussie. Omgekeerd bejegende het Franstalige establishment de Vlaamse cultuur niet vijandig. Het promoveerde de mix van Romaanse en Germaanse elementen tot een typisch kenmerk van de Belgische identiteit. Alleen geloofde dit establishment niet zo in de noodzaak van een tweede staatstaal. Wie zou bij zijn volle verstand het Frans, taal van verlichting en moderniteit, afwijzen voor een van ver op Nederlands lijkend 'patois'?
Om deze vraag te bezweren, wilde de Vlaamse Beweging dat patois upgraden. Maar hoe? Na enige discussie raakte men het eens dat wat zich in Nederland tot algemene cultuurtaal had ontwikkeld moest worden geïmporteerd. Kenners vonden de taal in het noorden van België namelijk 'vervuild' door Franse invloeden en vreesden dat een Standaardvlaams geen aanzien zou verwerven. Om de Vlaming kaas te leren eten van zijn nieuwe 'moedertaal' werd geen moeite gespaard om het enige juiste en beschaafde Nederlands te verspreiden en te promoten. Dit offensief zou een hoogtepunt bereiken in de jaren 1950 en '60, toen allerhande ABN-verenigingen floreerden en geen krant zonder taalrubriek kon."

(Knack, 08/09/2010, de Vlaamse literatuurwetenschapper Kevin Absillis schrijft een heldere geschiedenis in standaardtaal bij 30 jaar Nederlandse Taalunie.)

Reacties

Populaire posts van deze blog

Secuur portret van Theun de Vries als halfzachte wereldverbeteraar en mateloze veelschrijver: "Het schrijven welde in mij op als het sprengwater in een beek."

Dichtbundels, hoorspelen, novellen, filmscenario's, biografieën, historische romans,… Met ruim 150 titels op zijn naam heeft de in het Friese Veenwouden geboren veelschrijver Theun de Vries , Nederlands meest argeloze revolutionair, met Revolte is leven: biografie van Theun de Vries (1907-2005) nu ook zijn eigen complete levensverhaal op papier. Rond "een van de sterkst overschatte schrijvers van ons land," zoals criticus Max Nord de veelzijdige De Vries ooit typeerde, heeft historicus Jos Perry toch maar mooi deze meeslepende en rijk geschakeerde biografie geweven. Zelfs op heel hoge leeftijd weigerde De Vries, die van zijn favoriete filosoof Spinoza leerde "het leven op aarde te veranderen en te humaniseren," zijn communisme te verzwijgen, te verloochenen of te bagatelliseren. Gezien de toenmalige situatie bleef de schrijver, ook als zeventigjarige achter zijn keuze staan. Niet abnormaal voor een man die sinds het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 19...

Djoos Utendoale tient le fou avec moi: verzen geschreven in de taal van de volksmens aan weerskanten van de 'schreve'.

Utendoale, uit de vallei of het dal van de West-Vlaamse bergen. Djoos, van Joris. Afkomstig van Westouter: pater Joris Declercq. Troubadours en kleinkunstenaars uit de regio zoals Antoon vander Plaetse, Gerard Vermeersch en Willem Vermandere namen Declercqs verzen in hun repertorium op. Van Boeschepe tot Cassel en van Ieper tot Ekelsbeke, de ganse Westhoek ging aan Utendoales rijmsels kapot. Vlinders zijn er hellekapellen, butterschitters of flikflodders. Averullen, mulders en roenkers worden in gangbaar Nederlands meikevers. Voetelingen, sokken. Nuus, wij. Hadden pendelaars geen files onderweg dan was het volop vroeger thuus komm'n of dan-ze peisden. De poëzie van Djoos Utendoale is geschreven in een bijzonder zingend taaltje: het Westhoeks. Over de invloed van dialecten moeten we, althans pater Joris Declercq, niet al te neerbuigend doen: "En moest Luther de bijbel in het Nederduits vertaald hebben en niet in het Hochdeutsch, de taal van zijn geboortestreek, dan sprak de he...

Simons' toonaangevende boekgeschiedenis dertig jaar na dato grondig herzien en sterk uitgebreid...

In 1984 kwam Ludo Simons , emeritus hoogleraar boek- en bibliotheekwetenschap en oud-bibliothecaris van verschillende Vlaamse culturele instellingen, voor de dag met het eerste deel van zijn studie Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen . Terwijl boekwetenschapper Simons in dit overzicht uitsluitend aandacht had voor het Vlaamse uitgeefvak in de negentiende eeuw, completeerde hij zijn omvangrijke eenmansstudie in 1987 met een tweede volume dat zich volledig toespitste op de twintigste eeuw. Vreemd genoeg was er tot dan toe in Vlaanderen op dit terrein nauwelijks enige voorstudie gedaan. Simons' titanenarbeid werd onverwijld verheven tot standaardwerk en achteraf terecht bekroond met velerlei prijzen. Op vraag van uitgeverij Lannoo is er nu deze grondig herziene en sterk uitgebreide versie van dit alom bejubelde naslagwerk dat in historische analyse en gedetailleerde volledigheid veruit onevenaarbaar is. Deze keer schenkt Simons extra aandacht aan de ontwikkeling van de boe...