Doorgaan naar hoofdcontent

De Grotes religieuze tolerantie sloeg regelmatig om in giftige spot...


De Pruisische vorst Frederik de Grote (1712-1786) was, naast een zeer verdienstelijk fluitspeler, ook een groot liefhebber van de Franse taal. De ganse dag door liep hij in de gangen van Sansoucci tegen zichzelf in het Frans te mompelen. Frans schrijven, deed hij in brieven aan Voltaire. Deze verlichte koning had naar het schijnt zo'n hekel aan het Duits dat hij zijn moedertaal enkel gebruikte in de buurt van zijn strijdros. Ook over zijn religieuze tolerantie worden vandaag nog verhandelingen volgekrabbeld. Zo kon het hem bijvoorbeeld geen moer schelen dat slotfilosoof Immanuel Kant de kleinzoon was van een protestantse Schotse zadelmaker en diens concurrent, Moses Mendelssohn, wortelde in het jodendom. De samenstelling van de geest in kwestie was, veel belangrijker nog dan zijn oorsprong, in de ogen van De Grote het voornaamste. Toch liet Frederik zich over het christendom, en je mag er prat op gaan dat dit gebeurde na een vorstelijke studie van deze godsdienst, ooit de volgende bijtende woorden ontvallen: "Volgepropt met wonderen, tegenstellingen en ongerijmdheden, uitgebroed in de overspannen verbeelding van de oosterlingen en vervolgens naar ons Europa verspreid, waar een paar dwepers het omhelsden, een paar intriganten voorwendden dat ze erdoor overtuigd waren en een paar imbecielen het werkelijk geloofden."
Geen dergelijke lucide geesten meer aan het Europese firmament.


Beschaving: het Westen en de Rest / N. Ferguson. - Amsterdam/Antwerpen : Contact, 2011. - 431 p.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Secuur portret van Theun de Vries als halfzachte wereldverbeteraar en mateloze veelschrijver: "Het schrijven welde in mij op als het sprengwater in een beek."

Dichtbundels, hoorspelen, novellen, filmscenario's, biografieën, historische romans,… Met ruim 150 titels op zijn naam heeft de in het Friese Veenwouden geboren veelschrijver Theun de Vries , Nederlands meest argeloze revolutionair, met Revolte is leven: biografie van Theun de Vries (1907-2005) nu ook zijn eigen complete levensverhaal op papier. Rond "een van de sterkst overschatte schrijvers van ons land," zoals criticus Max Nord de veelzijdige De Vries ooit typeerde, heeft historicus Jos Perry toch maar mooi deze meeslepende en rijk geschakeerde biografie geweven. Zelfs op heel hoge leeftijd weigerde De Vries, die van zijn favoriete filosoof Spinoza leerde "het leven op aarde te veranderen en te humaniseren," zijn communisme te verzwijgen, te verloochenen of te bagatelliseren. Gezien de toenmalige situatie bleef de schrijver, ook als zeventigjarige achter zijn keuze staan. Niet abnormaal voor een man die sinds het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 19...

Djoos Utendoale tient le fou avec moi: verzen geschreven in de taal van de volksmens aan weerskanten van de 'schreve'.

Utendoale, uit de vallei of het dal van de West-Vlaamse bergen. Djoos, van Joris. Afkomstig van Westouter: pater Joris Declercq. Troubadours en kleinkunstenaars uit de regio zoals Antoon vander Plaetse, Gerard Vermeersch en Willem Vermandere namen Declercqs verzen in hun repertorium op. Van Boeschepe tot Cassel en van Ieper tot Ekelsbeke, de ganse Westhoek ging aan Utendoales rijmsels kapot. Vlinders zijn er hellekapellen, butterschitters of flikflodders. Averullen, mulders en roenkers worden in gangbaar Nederlands meikevers. Voetelingen, sokken. Nuus, wij. Hadden pendelaars geen files onderweg dan was het volop vroeger thuus komm'n of dan-ze peisden. De poëzie van Djoos Utendoale is geschreven in een bijzonder zingend taaltje: het Westhoeks. Over de invloed van dialecten moeten we, althans pater Joris Declercq, niet al te neerbuigend doen: "En moest Luther de bijbel in het Nederduits vertaald hebben en niet in het Hochdeutsch, de taal van zijn geboortestreek, dan sprak de he...

Simons' toonaangevende boekgeschiedenis dertig jaar na dato grondig herzien en sterk uitgebreid...

In 1984 kwam Ludo Simons , emeritus hoogleraar boek- en bibliotheekwetenschap en oud-bibliothecaris van verschillende Vlaamse culturele instellingen, voor de dag met het eerste deel van zijn studie Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen . Terwijl boekwetenschapper Simons in dit overzicht uitsluitend aandacht had voor het Vlaamse uitgeefvak in de negentiende eeuw, completeerde hij zijn omvangrijke eenmansstudie in 1987 met een tweede volume dat zich volledig toespitste op de twintigste eeuw. Vreemd genoeg was er tot dan toe in Vlaanderen op dit terrein nauwelijks enige voorstudie gedaan. Simons' titanenarbeid werd onverwijld verheven tot standaardwerk en achteraf terecht bekroond met velerlei prijzen. Op vraag van uitgeverij Lannoo is er nu deze grondig herziene en sterk uitgebreide versie van dit alom bejubelde naslagwerk dat in historische analyse en gedetailleerde volledigheid veruit onevenaarbaar is. Deze keer schenkt Simons extra aandacht aan de ontwikkeling van de boe...