Doorgaan naar hoofdcontent

Ted Hughes' kraaienpoten een halve eeuw na verschijning eindelijk in een frisse Nederlandse vertaling!


Met de onlangs verschenen, prima onthaalde Sylvia Plath-bio en nu dus deze grote onderscheiding voor de vertaalde kraaienpoten van Plaths ex-echtgenoot en UK-poet laureate Ted Hughes mag The Plath Family sowieso mee aan mijn beperkte kerstdis. Als een soortement van dertiende maand waarin het occulte, het dierenrijk, de wereld van de mythologie en de twee wereldoorlogen, zoals die blijkbaar ook van deze Hughes-dwaalster opvlammen, de richting en de kleur van de komende kersttafelgesprekken zullen bepalen. Want wat vertaler Daan Doesborgh met deze Ted Hughes' alle kanten uitvliegende 'Kraai' heeft gedaan, is die halve eeuw wachtkamer naar 't schijnt meer dan waard geweest. Al kan al mijn animo ook te maken hebben met de bezwerende woordkeus van Philip Huff, de boekbespreker in kwestie: "In 1970, toen T.S. Eliots shine als de zon en de maan van het Britse poëziefirmament een beetje begon te verbleken en de sterren van Larkin en Heaney begonnen te stralen, had Hughes zijn eigen supernova bij elkaar geschreven, een ziedend verslag-in-fragmenten, hoe vervormd, gemythologiseerd en bij-elkaar-gekrast ook, van een doorleefd leven. Van een vreemde dans. Van mensen die niet beter weten.(...) Boeken als 'Moortown', 'Wolfwatching' en het latere, meer reflectieve 'Birthday Letters' (1999) zijn zeker de moeite waard, maar 'Kraai' is en blijft Hughes' meesterwerk. Hoewel, met deze vertaling is 'Kraai' niet langer alleen van Ted Hughes, maar ook van Daan Doesborgh. Het is een groot fortuin voor de Nederlandse lezer dat dit boek er is."


Kraai : uit het leven en de liederen van de kraai / Ted Hughes (auteur), Daan Doesborgh (vertaler). - Amsterdam : De Bezige Bij, 2020. - 205 p.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Djoos Utendoale tient le fou avec moi: verzen geschreven in de taal van de volksmens aan weerskanten van de 'schreve'.

Utendoale, uit de vallei of het dal van de West-Vlaamse bergen. Djoos, van Joris. Afkomstig van Westouter: pater Joris Declercq. Troubadours en kleinkunstenaars uit de regio zoals Antoon vander Plaetse, Gerard Vermeersch en Willem Vermandere namen Declercqs verzen in hun repertorium op. Van Boeschepe tot Cassel en van Ieper tot Ekelsbeke, de ganse Westhoek ging aan Utendoales rijmsels kapot. Vlinders zijn er hellekapellen, butterschitters of flikflodders. Averullen, mulders en roenkers worden in gangbaar Nederlands meikevers. Voetelingen, sokken. Nuus, wij. Hadden pendelaars geen files onderweg dan was het volop vroeger thuus komm'n of dan-ze peisden. De poëzie van Djoos Utendoale is geschreven in een bijzonder zingend taaltje: het Westhoeks. Over de invloed van dialecten moeten we, althans pater Joris Declercq, niet al te neerbuigend doen: "En moest Luther de bijbel in het Nederduits vertaald hebben en niet in het Hochdeutsch, de taal van zijn geboortestreek, dan sprak de he...

"Whitman is de grootste kunstenaar die zijn natie heeft voortgebracht. Zijn gelijken zijn Milton, Bach, Michelangelo en de barokke meesters van sublimiteit."

(...)  hij was een peer van een okeë vent het mondje rap geroerd opvliegend  niet onknap sloeg hij het leven als een oude gabber op de schouders  hield wel van een humorgeintje zou zijn leven geven voor een vriend  dol op de vrouwtjes gematigd gokker at en dronk met smakken  kwister van duiten verloor hij de moed tegen het einde hij werd ziek  hij werd geholpen door een bijdrage hij stierf op eenenveertigjarige leeftijd en dat was zijn begrafenis  thumbs up of up yours boezelaar cape handschoenen riem  zweep met zorg uitgekozen baas starter uitkijk knecht  de kantjes eraf of iemand die de kantjes eraf rechtdoor tweede links eerste man of achterste man  een goede of een slechte dag goed spul of slechte spullen  de eerste buiten of de laatste binnen en dan onder de wol verpeinst de docht hoeveel dit alles voor hem was  onthemd in aarde  (...)  In 2005 nog gingen tweeëntwintig Nederlandse dichters voor Querido aan de sla...

"De hele Nederlandse literatuur is vergeven van deze verderfelijke mentaliteit. Jan Terlouw die Griet Op de Beeck tijdens een etentje schalks op schoot trekt. Griet die aan het kirren slaat."

De Nederlandse schrijver en politicus Jan Terlouw is overleden. Terlouw dus, tevens de halve, lezende jeugd van de meeste van mijn FB-vrienden, als ik hier zo rond me kijk. Jammer, want nu kan ik eens niet 'meedelen'. Van Jan Terlouw zelf heb ik nooit een letter gelezen, en dat wil ik het liefst houden zo. Alles de schuld van dat 'Horrortheater' van criticus, vertaler en schrijver Arie Storm , een landgenoot van eerdergenoemde, de overleden Terlouw.  "Ik dacht eraan hoe vervelend ik mannen als Jan Terlouw, Adriaan van Dis en uitgever Joost Nijsen vond. En nog steeds vind, moet ik zeggen. Dat heb ik aan mijn jeugd te danken: ik kan niet tegen achterbaks gedrag. Authenticiteit wordt op prijs gesteld. Genoemde 'heren' zijn drie mannen die het enorm achter hun ellebogen hebben. Ze zeggen dit, maar ze doen dat. En iedereen trapt erin.(...) De hele Nederlandse literatuur is vergeven van deze verderfelijke mentaliteit. Jan Terlouw die Griet Op de Beeck tijdens ee...