Doorgaan naar hoofdcontent

Dan nu graag die definitieve rehabilitatie van Georgette Leblanc voor die vrolijkere toets in Maeterlincks werk...


Bijna een kwarteeuw sleet de Belgische Nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck (1862-1949) aan de zijde van de Franse operazangeres Georgette Leblanc (1869-1942), over wie literatuurvorsers soms fluisteren dat deze extravagante Parisienne Maeterlincks oeuvre duidelijk van een minder sombere toets voorzag. In werkelijkheid, beweren woke kwatongen, zat Leblanc de arme schrijver, wiens concentratievermogen dat van een zesjarige nauwelijks wist te overtreffen, hele slierten plot voor te kauwen. Hoeveel Maeterlinck, vraag ik me dan af, zouden in deze koninklijke regels van Leblanc te ontwaren zijn: "Einige Menschen haben gelernt, glücklick zu sein, aber wo sind die, welche in ihrem Glücke darauf bedacht waren, ihre Stimme dem stummen Erzengel zu leihen, der ihre Seele erleuchtete? Woher kommt dieses ungerechte Schweigen?" 
Dat grote stukken van 's mans unieke oeuvre amper in het Nederlands verkrijgbaar zijn - eigenlijk een goed argument tégen de afschaffing van die avondklok - een regelrechte schande dus. Feit is dat de eventueel voor deze integrale (vertaal)taak bereid gevonden uitgever, naast de tanden in een aantal bijzondere gedachten van een dezer dagen sowieso amper gelezen schrijver, dé uitgelezen kans krijgt om Georgette Leblanc hier en daar als mede-auteur te afficheren. Met op het voorplat, netjes ónder Leblancs definitieve rehabilitatie dan, de volledige naam van de vertaler in kwestie. Zo is, van boekproducent tot -consument, iedereen tevree!

Reacties

Populaire posts van deze blog

Djoos Utendoale tient le fou avec moi: verzen geschreven in de taal van de volksmens aan weerskanten van de 'schreve'.

Utendoale, uit de vallei of het dal van de West-Vlaamse bergen. Djoos, van Joris. Afkomstig van Westouter: pater Joris Declercq. Troubadours en kleinkunstenaars uit de regio zoals Antoon vander Plaetse, Gerard Vermeersch en Willem Vermandere namen Declercqs verzen in hun repertorium op. Van Boeschepe tot Cassel en van Ieper tot Ekelsbeke, de ganse Westhoek ging aan Utendoales rijmsels kapot. Vlinders zijn er hellekapellen, butterschitters of flikflodders. Averullen, mulders en roenkers worden in gangbaar Nederlands meikevers. Voetelingen, sokken. Nuus, wij. Hadden pendelaars geen files onderweg dan was het volop vroeger thuus komm'n of dan-ze peisden. De poëzie van Djoos Utendoale is geschreven in een bijzonder zingend taaltje: het Westhoeks. Over de invloed van dialecten moeten we, althans pater Joris Declercq, niet al te neerbuigend doen: "En moest Luther de bijbel in het Nederduits vertaald hebben en niet in het Hochdeutsch, de taal van zijn geboortestreek, dan sprak de he...

Simons' toonaangevende boekgeschiedenis dertig jaar na dato grondig herzien en sterk uitgebreid...

In 1984 kwam Ludo Simons , emeritus hoogleraar boek- en bibliotheekwetenschap en oud-bibliothecaris van verschillende Vlaamse culturele instellingen, voor de dag met het eerste deel van zijn studie Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen . Terwijl boekwetenschapper Simons in dit overzicht uitsluitend aandacht had voor het Vlaamse uitgeefvak in de negentiende eeuw, completeerde hij zijn omvangrijke eenmansstudie in 1987 met een tweede volume dat zich volledig toespitste op de twintigste eeuw. Vreemd genoeg was er tot dan toe in Vlaanderen op dit terrein nauwelijks enige voorstudie gedaan. Simons' titanenarbeid werd onverwijld verheven tot standaardwerk en achteraf terecht bekroond met velerlei prijzen. Op vraag van uitgeverij Lannoo is er nu deze grondig herziene en sterk uitgebreide versie van dit alom bejubelde naslagwerk dat in historische analyse en gedetailleerde volledigheid veruit onevenaarbaar is. Deze keer schenkt Simons extra aandacht aan de ontwikkeling van de boe...

"De hele Nederlandse literatuur is vergeven van deze verderfelijke mentaliteit. Jan Terlouw die Griet Op de Beeck tijdens een etentje schalks op schoot trekt. Griet die aan het kirren slaat."

De Nederlandse schrijver en politicus Jan Terlouw is overleden. Terlouw dus, tevens de halve, lezende jeugd van de meeste van mijn FB-vrienden, als ik hier zo rond me kijk. Jammer, want nu kan ik eens niet 'meedelen'. Van Jan Terlouw zelf heb ik nooit een letter gelezen, en dat wil ik het liefst houden zo. Alles de schuld van dat 'Horrortheater' van criticus, vertaler en schrijver Arie Storm , een landgenoot van eerdergenoemde, de overleden Terlouw.  "Ik dacht eraan hoe vervelend ik mannen als Jan Terlouw, Adriaan van Dis en uitgever Joost Nijsen vond. En nog steeds vind, moet ik zeggen. Dat heb ik aan mijn jeugd te danken: ik kan niet tegen achterbaks gedrag. Authenticiteit wordt op prijs gesteld. Genoemde 'heren' zijn drie mannen die het enorm achter hun ellebogen hebben. Ze zeggen dit, maar ze doen dat. En iedereen trapt erin.(...) De hele Nederlandse literatuur is vergeven van deze verderfelijke mentaliteit. Jan Terlouw die Griet Op de Beeck tijdens ee...