Doorgaan naar hoofdcontent

George Sand: vandaag precies honderdvijfenveertig jaar komen te gaan...


Een van de grootste brievenschrijvers ooit, en op die manier ook autobiograaf pus sang, was Gustave Flaubert (1821-1880). Een van de negentiende eeuwse geadresseerden die Flaubert met zijn doorwrochte brieven torpedeerde, was deze in het kroningsjaar van keizer Napoleon geboren George Sand (1804-1876). Vandaag precies honderdvijfenveertig jaar komen te gaan. Over de naar haar gemodelleerde hoofdpersoon in het alom bejubelde romandebuut 'Indiana' (1832) schreef Sand in een van die brieven aan Flaubert: "Indiana is een type: de vrouw, het zwakke geslacht dat de verdrongen of – als u dat liever hoort – de door conventies verdrukte hartstochten verbeeldt. Zij staat voor de wil die in conflict is met de noodzaak, voor de liefde die haar blinde hoofd tegen de weerstanden in de maatschappij stoot." 
Geboren in een tijd waarin niets waarmee een vrouw zich bezighield zo belangrijk kon zijn dat ze daarbij niet gestoord mocht worden, is het niet verwonderlijk dat gesprekken, brieven en reflecties vaak meer prijsgeven over de karakters van Sands romanpersonages dan de romangebeurtenissen an sich. Honger naar liefde en wilskracht moeten zowat de baseline van het leven van deze George Sand geweest zijn. Met de regelmaat van een machine schreef deze vrouw acht uur per dag en hield ze zich Jim Jarmuschgewijs recht met koffie en sigaretten tot ze, vaak tegen het eerste ochtendgloren, volledig uitgeput in slaap viel. Deze ijzeren wil was een van de redenen waarom de meeste mannen het niet lang met haar uitzongen, behalve dan dat 'ijdele, zelfzuchtige' pianowonder Frédéric Chopin (1810-1849) die in werkelijkheid meer voelde voor Sands opgroeiende dochter Solange dan voor George zelf. De enige die Sands onstilbare honger naar de onbevredigde liefde in de armen van haar vaak jonge minnaars eenduidig aan haar eeuwige ontroostbaarheid wist te koppelen, was de bevriende Hongaarse componist Franz Liszt (1811-1886): "Want U heeft nooit een beminnend hart gevonden dat vrouwelijk genoeg was om U lief te hebben..." 
Volgens Kristien Hemmerechts leefde George Sand met dezelfde hartstocht dan dat ze schreef en pende ze, bij wijze van onafhankelijkheidsverklaring, een gigantisch oeuvre met vaak uitsluitend persoonsnamen als titel bij elkaar. Eerst deed ze dat samen met letterenstudent Jules Sandeau die als bemiddelaar optrad tussen haar en de literaire wereld waarin de toen 26-jarige Aurore Dupin, gepakt met twee kinderen uit een mislukt, negen drukkende huwelijksjaren durend huwelijk, op haar Parijse mansarde was geland. Dat eerste pseudoniem Jules Sand vervelde al snel tot Georges Sand en niet veel later was er dat perfect gepolijste George Sand. In volle tijdsmode dus: de gezusters Brontë deden het, over het Kanaal was er George Eliot en bij Jane Austen ging het op dat voorblad onder die beroemde romantitel van haar van 'By a lady'. Om haar toentertijdse bewegingsvrijheid nog te vergroten door toegang te krijgen tot etablissementen die vrouwen doorgaans niet mochten betreden, ging Sand, naast dat mannelijke pseudoniem van haar, in het openbaar ook steeds meer in sekseverhullende mannenkleding getooid. Haar hele schrijversleven lang: uit koketterie, uit lust tot provocatie maar ook om die feministen die honderd jaar na haar zouden komen, met hun retrospectieve dooddoener genre 'George Sand als burgervrouw zonder moreel besef', tegen de schenen te kunnen schoppen. 
Daarom, alleen vandaag, met 'Indiana' (De Geus, 1994) - niet je beste, ik weet het - ferm zonnig opengeklapt op de schoot: "Zum Wohl, liebe Georgie, zum Wohl!"

Reacties

Populaire posts van deze blog

Secuur portret van Theun de Vries als halfzachte wereldverbeteraar en mateloze veelschrijver: "Het schrijven welde in mij op als het sprengwater in een beek."

Dichtbundels, hoorspelen, novellen, filmscenario's, biografieën, historische romans,… Met ruim 150 titels op zijn naam heeft de in het Friese Veenwouden geboren veelschrijver Theun de Vries , Nederlands meest argeloze revolutionair, met Revolte is leven: biografie van Theun de Vries (1907-2005) nu ook zijn eigen complete levensverhaal op papier. Rond "een van de sterkst overschatte schrijvers van ons land," zoals criticus Max Nord de veelzijdige De Vries ooit typeerde, heeft historicus Jos Perry toch maar mooi deze meeslepende en rijk geschakeerde biografie geweven. Zelfs op heel hoge leeftijd weigerde De Vries, die van zijn favoriete filosoof Spinoza leerde "het leven op aarde te veranderen en te humaniseren," zijn communisme te verzwijgen, te verloochenen of te bagatelliseren. Gezien de toenmalige situatie bleef de schrijver, ook als zeventigjarige achter zijn keuze staan. Niet abnormaal voor een man die sinds het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 19...

Djoos Utendoale tient le fou avec moi: verzen geschreven in de taal van de volksmens aan weerskanten van de 'schreve'.

Utendoale, uit de vallei of het dal van de West-Vlaamse bergen. Djoos, van Joris. Afkomstig van Westouter: pater Joris Declercq. Troubadours en kleinkunstenaars uit de regio zoals Antoon vander Plaetse, Gerard Vermeersch en Willem Vermandere namen Declercqs verzen in hun repertorium op. Van Boeschepe tot Cassel en van Ieper tot Ekelsbeke, de ganse Westhoek ging aan Utendoales rijmsels kapot. Vlinders zijn er hellekapellen, butterschitters of flikflodders. Averullen, mulders en roenkers worden in gangbaar Nederlands meikevers. Voetelingen, sokken. Nuus, wij. Hadden pendelaars geen files onderweg dan was het volop vroeger thuus komm'n of dan-ze peisden. De poëzie van Djoos Utendoale is geschreven in een bijzonder zingend taaltje: het Westhoeks. Over de invloed van dialecten moeten we, althans pater Joris Declercq, niet al te neerbuigend doen: "En moest Luther de bijbel in het Nederduits vertaald hebben en niet in het Hochdeutsch, de taal van zijn geboortestreek, dan sprak de he...

Simons' toonaangevende boekgeschiedenis dertig jaar na dato grondig herzien en sterk uitgebreid...

In 1984 kwam Ludo Simons , emeritus hoogleraar boek- en bibliotheekwetenschap en oud-bibliothecaris van verschillende Vlaamse culturele instellingen, voor de dag met het eerste deel van zijn studie Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen . Terwijl boekwetenschapper Simons in dit overzicht uitsluitend aandacht had voor het Vlaamse uitgeefvak in de negentiende eeuw, completeerde hij zijn omvangrijke eenmansstudie in 1987 met een tweede volume dat zich volledig toespitste op de twintigste eeuw. Vreemd genoeg was er tot dan toe in Vlaanderen op dit terrein nauwelijks enige voorstudie gedaan. Simons' titanenarbeid werd onverwijld verheven tot standaardwerk en achteraf terecht bekroond met velerlei prijzen. Op vraag van uitgeverij Lannoo is er nu deze grondig herziene en sterk uitgebreide versie van dit alom bejubelde naslagwerk dat in historische analyse en gedetailleerde volledigheid veruit onevenaarbaar is. Deze keer schenkt Simons extra aandacht aan de ontwikkeling van de boe...