Doorgaan naar hoofdcontent

"Der Kluge gibt so lange nach, bis er der Dumme ist," zo luidt het officieuze opschrift op Kempowski's grafsteen.


29 april 1929 is Walter Kempowski, de ten noordwesten van de Rijn amper vertaalde lagere schoolonderwijzer, zoon ook van een Noord-Duitse reder en officieel Duitslands volkschroniqueur nummer een. Altijd laconiek in die typische collagestijl van hem. Denk bij Kempowski gerust aan Rudolf Lorenzen maar dan met een aantal pagina's in het vijftigvoud, sommigen menen zelfs hier en daar wat van Arno Schmidt te ontwaren. "Der Kluge gibt so lange nach, bis er der Dumme ist," zo luidt het officieuze opschrift op zijn grafsteen. Nog meer Walter in die zoon van de Alles umsonst-Von Globigs uit 2006, die twaalfjarige Peter, genre mal hoofd, blond gekruld haar. Stil als zijn moeder en ernstig als zijn vader. Walter Kempowski is ook dat motto van dat het allemaal niet zo gemakkelijk is en dat niets uit niets voorkomt, zeker in Oost-Pruisen, Mitkau, landgoed Georgenhof, januari 1945 met die dagelijkse slierten vluchtelingenstromen aan de voorpoort aldaar: "Vladimir, een bedachtzame Pool, en twee montere Oekraïense meiden hielden de boerderij draaiende. De corpulente Vera en Sonja, een blond meisje met een krans om haar hoofd. Rond de eiken cirkelden kraaien, en in de vogelhuisjes, die nu in de winter regelmatig werden bijgevuld, haalden de 'piepvogeltjes' hun voorraad op. 'Piepvogeltjes', dat was een woord dat Elfie had gebruikt, nu al twee jaar dood." 
Also, zum Wohl, lieber Walter, zum Wohl! En nu maar hopen dat in hangar 'Walter Kempowski' sweatshops vertalers Nederlands worden ingericht.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Djoos Utendoale tient le fou avec moi: verzen geschreven in de taal van de volksmens aan weerskanten van de 'schreve'.

Utendoale, uit de vallei of het dal van de West-Vlaamse bergen. Djoos, van Joris. Afkomstig van Westouter: pater Joris Declercq. Troubadours en kleinkunstenaars uit de regio zoals Antoon vander Plaetse, Gerard Vermeersch en Willem Vermandere namen Declercqs verzen in hun repertorium op. Van Boeschepe tot Cassel en van Ieper tot Ekelsbeke, de ganse Westhoek ging aan Utendoales rijmsels kapot. Vlinders zijn er hellekapellen, butterschitters of flikflodders. Averullen, mulders en roenkers worden in gangbaar Nederlands meikevers. Voetelingen, sokken. Nuus, wij. Hadden pendelaars geen files onderweg dan was het volop vroeger thuus komm'n of dan-ze peisden. De poëzie van Djoos Utendoale is geschreven in een bijzonder zingend taaltje: het Westhoeks. Over de invloed van dialecten moeten we, althans pater Joris Declercq, niet al te neerbuigend doen: "En moest Luther de bijbel in het Nederduits vertaald hebben en niet in het Hochdeutsch, de taal van zijn geboortestreek, dan sprak de he...

Simons' toonaangevende boekgeschiedenis dertig jaar na dato grondig herzien en sterk uitgebreid...

In 1984 kwam Ludo Simons , emeritus hoogleraar boek- en bibliotheekwetenschap en oud-bibliothecaris van verschillende Vlaamse culturele instellingen, voor de dag met het eerste deel van zijn studie Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen . Terwijl boekwetenschapper Simons in dit overzicht uitsluitend aandacht had voor het Vlaamse uitgeefvak in de negentiende eeuw, completeerde hij zijn omvangrijke eenmansstudie in 1987 met een tweede volume dat zich volledig toespitste op de twintigste eeuw. Vreemd genoeg was er tot dan toe in Vlaanderen op dit terrein nauwelijks enige voorstudie gedaan. Simons' titanenarbeid werd onverwijld verheven tot standaardwerk en achteraf terecht bekroond met velerlei prijzen. Op vraag van uitgeverij Lannoo is er nu deze grondig herziene en sterk uitgebreide versie van dit alom bejubelde naslagwerk dat in historische analyse en gedetailleerde volledigheid veruit onevenaarbaar is. Deze keer schenkt Simons extra aandacht aan de ontwikkeling van de boe...

"De hele Nederlandse literatuur is vergeven van deze verderfelijke mentaliteit. Jan Terlouw die Griet Op de Beeck tijdens een etentje schalks op schoot trekt. Griet die aan het kirren slaat."

De Nederlandse schrijver en politicus Jan Terlouw is overleden. Terlouw dus, tevens de halve, lezende jeugd van de meeste van mijn FB-vrienden, als ik hier zo rond me kijk. Jammer, want nu kan ik eens niet 'meedelen'. Van Jan Terlouw zelf heb ik nooit een letter gelezen, en dat wil ik het liefst houden zo. Alles de schuld van dat 'Horrortheater' van criticus, vertaler en schrijver Arie Storm , een landgenoot van eerdergenoemde, de overleden Terlouw.  "Ik dacht eraan hoe vervelend ik mannen als Jan Terlouw, Adriaan van Dis en uitgever Joost Nijsen vond. En nog steeds vind, moet ik zeggen. Dat heb ik aan mijn jeugd te danken: ik kan niet tegen achterbaks gedrag. Authenticiteit wordt op prijs gesteld. Genoemde 'heren' zijn drie mannen die het enorm achter hun ellebogen hebben. Ze zeggen dit, maar ze doen dat. En iedereen trapt erin.(...) De hele Nederlandse literatuur is vergeven van deze verderfelijke mentaliteit. Jan Terlouw die Griet Op de Beeck tijdens ee...