Doorgaan naar hoofdcontent

Anna Achmatova wringt haar handen onder haar donkere voile...

Onder een voortdurend komen en gaan van huiszoekingen moest ze vanuit haar Petersburgse celletje lijdzaam toezien hoe haar enige zoon tot bijna drie decennia van werkkampen werd verplicht. Het was in die dagen van de Grote Terreur ook dat haar derde echtgenoot op mysterieuze wijze van de Sovjetkaart verdween. Vertaler en Ruslandkenner Arthur Langeveld herinnert zich dat zij de gedichten die zij in de jaren 30 schreef uit angst voor vervolging niet op papier durfde te zetten. Een zelfgekozen exit uit Rusland om principiële dichtersredenen geen optie. Daarom leerde ze haar geschriften gewoon uit het blote hoofd. Maar omdat ze haar eigen geheugen onvoldoende vertrouwde, liet ze zich voor die klus door een klein aantal getrouwen bijstaan: "Van tijd tot tijd werden de leden van deze besloten club bij de dichteres geroepen om een nieuw gedicht door te nemen of de oude te repeteren. Op die manier is een aantal van haar belangrijkste werken, in de hoofden van Achmatova zelf en van haar helpers, de Stalinperiode doorgekomen."

En of er ooit dichters waren die dingen op weegschalen durfden te lozen! 

Toen critici in haar modernistische krachttoer 'Epos zonder held', waarmee ze de laatste vijfentwintig jaar van haar leven aan de slag is geweest overeenkomsten zagen met Alain Robbe-Grillets nouveau roman 'L’année dernière à Marienbad' schoot ze vanop haar Moskouse sterfbed in die eerste maartdagen van 1966 alsnog in een kramp. Dat dooreen klutsen van verschillende tijdsniveaus en het uitvergroten van pietluttige details was bij haar, in tegenstelling tot bij haar Franse collega, immers niet aan de orde: "En waar komen die onheilspellende overeenkomsten vandaan? De Fransman heeft geen tijdperk – het had waar dan ook kunnen gebeuren. Een man pakt gewoon heel elegant de vrouw van een ander af. Zij is futloos, gezichtsloos, eigenlijk oninteressant. De scène van de 'viol' is helemaal overbodig, maar dat hij haar mond daarbij ook nog met een doekje dichtpropt is gewoon walgelijk. Het einde stelt teleur. Bij mij is er helemaal geen einde – alleen het verbod op de opvoering en het IJzeren Gordijn." 

En of er ooit dichters waren die dingen op weegschalen durfden te lozen!

5 maart 1966 is het heengaan van Anna Achmatova. 5 maart 1953 is ook – o, ironie! – het verscheiden van Jozef Stalin. Van die eerste omschreef Joseph Brodsky ooit de hypnotiserende werking die uitging van die vijf open a's in haar pseudoniem als haar eerste geslaagde dichtregel, voor altijd bovenaan in het alfabet van de Russische poëzie. Deze Anna Achmatova dus. Ze kende naar ’t schijnt ganse slierten Eliot en Dante uit d'r kop en beschouwde zichzelf, want steeds zonder vaste verblijfplaats, voortdurend als 'te gast in het leven'. Russische sovjets deden haar literaire bijdragen nogal lacherig af als 'de poëzie van een losgeslagen salondame (...) die zich heen en weer beweegt tussen boudoir en bidstoel' en ook detectiveromans waren nauwelijks op haar nachtkastje te vinden: "'Misdaad en straf' is een anti-Sherlock Holmes. Wie wie heeft vermoord en waarom, is vanaf de eerste bladzijde bekend. De auteur bevuilt de lezer niet door hem aan recherchewerk te laten deelnemen." 

5 maart 1966 is het heengaan van Anna Achmatova. 5 maart 1953 is ook – o, ironie! – het verscheiden van Jozef Stalin. En ondertussen kruip ik hier langzaam overeind van die vergoelijkende Knack-uppercuts uit de mond van slimme mens en voormalige Dichter des Vaderlands Charles Ducal over dat regime rond Achmatova. Maar kijk, tot de jaren 20 waren er die kleine, novelleachtige gedichten van haar. Die supergeconcentreerde Toergenjev-aftreksels, over de liefde die steevast ongelukkig is. Gedichten ook waarin ze zich extreem hulpeloos tegenover aardse zaken wist op te stellen (later door Ingeborg Bachmann uitentreuren geperfectioneerd), gedichten die aan de basis lagen van een heuse Achmatova-cultus in het Petersburg van honderd jaar geleden. Laten we ons daarom, zeker vandaag, 5 maart 2023, eens lekker verzuipen in dat water van zo’n (h)eerlijk hoogschuimend vroeg Achmatova-bad.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Djoos Utendoale tient le fou avec moi: verzen geschreven in de taal van de volksmens aan weerskanten van de 'schreve'.

Utendoale, uit de vallei of het dal van de West-Vlaamse bergen. Djoos, van Joris. Afkomstig van Westouter: pater Joris Declercq. Troubadours en kleinkunstenaars uit de regio zoals Antoon vander Plaetse, Gerard Vermeersch en Willem Vermandere namen Declercqs verzen in hun repertorium op. Van Boeschepe tot Cassel en van Ieper tot Ekelsbeke, de ganse Westhoek ging aan Utendoales rijmsels kapot. Vlinders zijn er hellekapellen, butterschitters of flikflodders. Averullen, mulders en roenkers worden in gangbaar Nederlands meikevers. Voetelingen, sokken. Nuus, wij. Hadden pendelaars geen files onderweg dan was het volop vroeger thuus komm'n of dan-ze peisden. De poëzie van Djoos Utendoale is geschreven in een bijzonder zingend taaltje: het Westhoeks. Over de invloed van dialecten moeten we, althans pater Joris Declercq, niet al te neerbuigend doen: "En moest Luther de bijbel in het Nederduits vertaald hebben en niet in het Hochdeutsch, de taal van zijn geboortestreek, dan sprak de he...

Simons' toonaangevende boekgeschiedenis dertig jaar na dato grondig herzien en sterk uitgebreid...

In 1984 kwam Ludo Simons , emeritus hoogleraar boek- en bibliotheekwetenschap en oud-bibliothecaris van verschillende Vlaamse culturele instellingen, voor de dag met het eerste deel van zijn studie Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen . Terwijl boekwetenschapper Simons in dit overzicht uitsluitend aandacht had voor het Vlaamse uitgeefvak in de negentiende eeuw, completeerde hij zijn omvangrijke eenmansstudie in 1987 met een tweede volume dat zich volledig toespitste op de twintigste eeuw. Vreemd genoeg was er tot dan toe in Vlaanderen op dit terrein nauwelijks enige voorstudie gedaan. Simons' titanenarbeid werd onverwijld verheven tot standaardwerk en achteraf terecht bekroond met velerlei prijzen. Op vraag van uitgeverij Lannoo is er nu deze grondig herziene en sterk uitgebreide versie van dit alom bejubelde naslagwerk dat in historische analyse en gedetailleerde volledigheid veruit onevenaarbaar is. Deze keer schenkt Simons extra aandacht aan de ontwikkeling van de boe...

"De hele Nederlandse literatuur is vergeven van deze verderfelijke mentaliteit. Jan Terlouw die Griet Op de Beeck tijdens een etentje schalks op schoot trekt. Griet die aan het kirren slaat."

De Nederlandse schrijver en politicus Jan Terlouw is overleden. Terlouw dus, tevens de halve, lezende jeugd van de meeste van mijn FB-vrienden, als ik hier zo rond me kijk. Jammer, want nu kan ik eens niet 'meedelen'. Van Jan Terlouw zelf heb ik nooit een letter gelezen, en dat wil ik het liefst houden zo. Alles de schuld van dat 'Horrortheater' van criticus, vertaler en schrijver Arie Storm , een landgenoot van eerdergenoemde, de overleden Terlouw.  "Ik dacht eraan hoe vervelend ik mannen als Jan Terlouw, Adriaan van Dis en uitgever Joost Nijsen vond. En nog steeds vind, moet ik zeggen. Dat heb ik aan mijn jeugd te danken: ik kan niet tegen achterbaks gedrag. Authenticiteit wordt op prijs gesteld. Genoemde 'heren' zijn drie mannen die het enorm achter hun ellebogen hebben. Ze zeggen dit, maar ze doen dat. En iedereen trapt erin.(...) De hele Nederlandse literatuur is vergeven van deze verderfelijke mentaliteit. Jan Terlouw die Griet Op de Beeck tijdens ee...