Doorgaan naar hoofdcontent

Francesca Woodman en haar sprong van een New Yorks flatgebouw: amper 22, voor ieder levensjaar een verdieping...


19 januari 1981 is voor altijd Francesca Woodmans sprong van een New Yorks flatgebouw. Amper 22, voor ieder levensjaar een verdieping. Angel Francesca, die als negentienjarige verdwijnkunstenaar het Romeinse getto helemaal binnenstebuiten keerde, deed dat in mijn fantasie met haar exemplaar van 'De zangen van Maldoror', dé bijbel van de surrealisten, en een paar kattebelletjes aan haar Isidore Ducasse, de lokale antiquaar Giuseppi Casetti, op zak. Woodmans Italiaanse reis bestond hieruit dat ze met verschillende series de grenzen van de fotografie en die van haar eigen existentie wist af te tasten. Kijk anders gewoon zelf eens naar haar Angel-serie en laat daarna alle zelfmoordinterpretaties voor één keer aan de kant want die staan de ernst van Woodmans werk altijd in de weg. 

19 januari 1981 is voor altijd Francesca Woodman, met geen enkele andere fotograaf of springer-zelfmoordenaar ter wereld te vergelijken. Woodman dus, over wie publiciste Anne Branbergen een indringend De Groene-stuk waaruit deze zinnen: "Haar verdwijn-act achter het afgebladderde behang van een leegstaand huis, de foto waarop ze zichzelf omhoogtrekt aan haar lange haren, langs een korsterige muur, de wortels van een enorme boom in het water waar ze haar kwetsbare blanke lichaam tussen heeft gevlochten, de blonde haren al drijvend in het water, de foto’s uit de Angel-serie waarin ze met wijd opengesperde mond the horror, the horror uitbeeldt. Hoe kun je niet denken aan dat laatste moment, waarop alles waarop ze had gehoopt definitief voorbij was?" 

Vandaag is 19 januari 1981 en het fotografische werk van deze Francesca Woodman gewoon op schoot. Héél bijzonder gerief, bijzondere warmte ook, fantastische kunstenaar!

Reacties

Populaire posts van deze blog

Secuur portret van Theun de Vries als halfzachte wereldverbeteraar en mateloze veelschrijver: "Het schrijven welde in mij op als het sprengwater in een beek."

Dichtbundels, hoorspelen, novellen, filmscenario's, biografieën, historische romans,… Met ruim 150 titels op zijn naam heeft de in het Friese Veenwouden geboren veelschrijver Theun de Vries , Nederlands meest argeloze revolutionair, met Revolte is leven: biografie van Theun de Vries (1907-2005) nu ook zijn eigen complete levensverhaal op papier. Rond "een van de sterkst overschatte schrijvers van ons land," zoals criticus Max Nord de veelzijdige De Vries ooit typeerde, heeft historicus Jos Perry toch maar mooi deze meeslepende en rijk geschakeerde biografie geweven. Zelfs op heel hoge leeftijd weigerde De Vries, die van zijn favoriete filosoof Spinoza leerde "het leven op aarde te veranderen en te humaniseren," zijn communisme te verzwijgen, te verloochenen of te bagatelliseren. Gezien de toenmalige situatie bleef de schrijver, ook als zeventigjarige achter zijn keuze staan. Niet abnormaal voor een man die sinds het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 19...

Djoos Utendoale tient le fou avec moi: verzen geschreven in de taal van de volksmens aan weerskanten van de 'schreve'.

Utendoale, uit de vallei of het dal van de West-Vlaamse bergen. Djoos, van Joris. Afkomstig van Westouter: pater Joris Declercq. Troubadours en kleinkunstenaars uit de regio zoals Antoon vander Plaetse, Gerard Vermeersch en Willem Vermandere namen Declercqs verzen in hun repertorium op. Van Boeschepe tot Cassel en van Ieper tot Ekelsbeke, de ganse Westhoek ging aan Utendoales rijmsels kapot. Vlinders zijn er hellekapellen, butterschitters of flikflodders. Averullen, mulders en roenkers worden in gangbaar Nederlands meikevers. Voetelingen, sokken. Nuus, wij. Hadden pendelaars geen files onderweg dan was het volop vroeger thuus komm'n of dan-ze peisden. De poëzie van Djoos Utendoale is geschreven in een bijzonder zingend taaltje: het Westhoeks. Over de invloed van dialecten moeten we, althans pater Joris Declercq, niet al te neerbuigend doen: "En moest Luther de bijbel in het Nederduits vertaald hebben en niet in het Hochdeutsch, de taal van zijn geboortestreek, dan sprak de he...

Simons' toonaangevende boekgeschiedenis dertig jaar na dato grondig herzien en sterk uitgebreid...

In 1984 kwam Ludo Simons , emeritus hoogleraar boek- en bibliotheekwetenschap en oud-bibliothecaris van verschillende Vlaamse culturele instellingen, voor de dag met het eerste deel van zijn studie Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen . Terwijl boekwetenschapper Simons in dit overzicht uitsluitend aandacht had voor het Vlaamse uitgeefvak in de negentiende eeuw, completeerde hij zijn omvangrijke eenmansstudie in 1987 met een tweede volume dat zich volledig toespitste op de twintigste eeuw. Vreemd genoeg was er tot dan toe in Vlaanderen op dit terrein nauwelijks enige voorstudie gedaan. Simons' titanenarbeid werd onverwijld verheven tot standaardwerk en achteraf terecht bekroond met velerlei prijzen. Op vraag van uitgeverij Lannoo is er nu deze grondig herziene en sterk uitgebreide versie van dit alom bejubelde naslagwerk dat in historische analyse en gedetailleerde volledigheid veruit onevenaarbaar is. Deze keer schenkt Simons extra aandacht aan de ontwikkeling van de boe...