Doorgaan naar hoofdcontent

"D. Hooijer voelde zich zeer vreemd in het literaire gezelschap van die avond. Waar de 'uitgemergelde nervositeit' van de andere genomineerden volgens haar hun kunstenaarschap bewees, (...)"


In 2008 was dit 'Sleur is een roofdier' nog goed voor de Libris Literatuurprijs. Verschillende bookmakers snakten nadien terecht naar hun C4. 2023 en het portret dat vriendin des huizes en toenmalig redacteur Mirjam van Hengel aan het tienjarig verscheiden van deze D. Hooijer wijdde nog héél ver weg. Dat D. Hooijer oorspronkelijk met een 'y' was en schrijversnaam van Kitty Ruys lezen we bij diezelfde Van Hengel. En ook: dat ze haar veelkleurige fluwelen jas toen voor de zeer versleten windjack, inclusief plooien en vlekken, van uitgever Wouter van Oorschot inruilde. Enzovoorts, enzoverder. Helaas niks specifieks over die D. 
Nu ja. 
Van de geportretteerde, betreurde D. Hooijer, de schrijfster in kwestie, had ik alvast nog nooit gehoord, nee. Nu pas bedenk ik me dat leven en werken van deze dame zo in de wasmachine kunnen voor die van ene Kollaard Sander. Winnaar van dezelfde literaire prijs, anderhalf decennium later. Gelijkluidend schrijverscuriosum ook uit die stal van Van Oorschot. Of nee, wacht, deze D. Hooijer kan eigenlijk gewoon in een van zijn boeken, als Kollaards rondlopende hond. Zou ze nog fijn vinden ook. En vice versa: Sander dan als het wat trage Rikje uit dat titelverhaal van haar. Rikje, de pluszoon van Rolf, die bij zijn echte vader niet terechtkan voor die broodnodige rekenlessen. 
Nu ja. 
Kort even naar dat bewuste portret (duimen en vingers, mensen, duimen en vingers) van de bijzondere verschijning, D. Hooijer geheten, kort na die Libris van 2008: "'Waar is uw man?' was een van de omineuze vragen van Nova-presentator Twan Huys na de bekendmaking. Die komt me straks ophalen, zei ze, nog rood van de schrik van de overwinning. Ze voelde zich zeer vreemd in het literaire gezelschap van die avond. Waar de 'uitgemergelde nervositeit' van de andere genomineerden volgens haar hun kunstenaarschap bewees, liep zij daar rond als een 'dik gezellig soort koningin Juliana' aan wie je meteen zag dat het geen echte schrijfster was. Toch vond ze dat ze de prijs verdiende, 'want ik vind mijn boeken vreselijk goed'. Dat zei ze gewoon." 
Verhalenbundels van proportioneel bescheiden schrijvers die mannen het huishouden laten doen en waarin dokters niet verlegen om af en toe wat medisch-filosofisch advies zijn inderdaad gewoon vreselijk goed. En grappig. Naar het schijnt deed D. Hooijer er vóór deze 'Sleur' uit 2007 ook al twee van de pen, verhalenbundels dan. Ik ga alvast op zoek en wacht ondertussen tot volgende regels uit dit boek in het melkschuim van mijn koffie verschijnen: "Mijn huisarts waarschuwde me indertijd dat onder de geliefde altijd het lege bed was. Niet dat hij dat van zichzelf had en anderzijds was daar Freud van wie hij begrepen had dat onder de geliefde de vorige ligt en daaronder de eervorige tot aan je moeder aan toe. Soms stelde ik me bij het vrijen de opeenstapeling voor en soms het lege bed. Zoiets duurt bij mij niet lang want als ik echte dijen voor me heb dan zie ik daar bij voorkeur geen andere dijen doorheen." 
Openbaringske van jewelste! En 2025 is amper geboren. Lézen, mensen, lézen!


Sleur is een roofdier / D. Hooijer (auteur). - Amsterdam : Van Oorschot, 2007. - 172 p.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Secuur portret van Theun de Vries als halfzachte wereldverbeteraar en mateloze veelschrijver: "Het schrijven welde in mij op als het sprengwater in een beek."

Dichtbundels, hoorspelen, novellen, filmscenario's, biografieën, historische romans,… Met ruim 150 titels op zijn naam heeft de in het Friese Veenwouden geboren veelschrijver Theun de Vries , Nederlands meest argeloze revolutionair, met Revolte is leven: biografie van Theun de Vries (1907-2005) nu ook zijn eigen complete levensverhaal op papier. Rond "een van de sterkst overschatte schrijvers van ons land," zoals criticus Max Nord de veelzijdige De Vries ooit typeerde, heeft historicus Jos Perry toch maar mooi deze meeslepende en rijk geschakeerde biografie geweven. Zelfs op heel hoge leeftijd weigerde De Vries, die van zijn favoriete filosoof Spinoza leerde "het leven op aarde te veranderen en te humaniseren," zijn communisme te verzwijgen, te verloochenen of te bagatelliseren. Gezien de toenmalige situatie bleef de schrijver, ook als zeventigjarige achter zijn keuze staan. Niet abnormaal voor een man die sinds het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 19...

Djoos Utendoale tient le fou avec moi: verzen geschreven in de taal van de volksmens aan weerskanten van de 'schreve'.

Utendoale, uit de vallei of het dal van de West-Vlaamse bergen. Djoos, van Joris. Afkomstig van Westouter: pater Joris Declercq. Troubadours en kleinkunstenaars uit de regio zoals Antoon vander Plaetse, Gerard Vermeersch en Willem Vermandere namen Declercqs verzen in hun repertorium op. Van Boeschepe tot Cassel en van Ieper tot Ekelsbeke, de ganse Westhoek ging aan Utendoales rijmsels kapot. Vlinders zijn er hellekapellen, butterschitters of flikflodders. Averullen, mulders en roenkers worden in gangbaar Nederlands meikevers. Voetelingen, sokken. Nuus, wij. Hadden pendelaars geen files onderweg dan was het volop vroeger thuus komm'n of dan-ze peisden. De poëzie van Djoos Utendoale is geschreven in een bijzonder zingend taaltje: het Westhoeks. Over de invloed van dialecten moeten we, althans pater Joris Declercq, niet al te neerbuigend doen: "En moest Luther de bijbel in het Nederduits vertaald hebben en niet in het Hochdeutsch, de taal van zijn geboortestreek, dan sprak de he...

Simons' toonaangevende boekgeschiedenis dertig jaar na dato grondig herzien en sterk uitgebreid...

In 1984 kwam Ludo Simons , emeritus hoogleraar boek- en bibliotheekwetenschap en oud-bibliothecaris van verschillende Vlaamse culturele instellingen, voor de dag met het eerste deel van zijn studie Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen . Terwijl boekwetenschapper Simons in dit overzicht uitsluitend aandacht had voor het Vlaamse uitgeefvak in de negentiende eeuw, completeerde hij zijn omvangrijke eenmansstudie in 1987 met een tweede volume dat zich volledig toespitste op de twintigste eeuw. Vreemd genoeg was er tot dan toe in Vlaanderen op dit terrein nauwelijks enige voorstudie gedaan. Simons' titanenarbeid werd onverwijld verheven tot standaardwerk en achteraf terecht bekroond met velerlei prijzen. Op vraag van uitgeverij Lannoo is er nu deze grondig herziene en sterk uitgebreide versie van dit alom bejubelde naslagwerk dat in historische analyse en gedetailleerde volledigheid veruit onevenaarbaar is. Deze keer schenkt Simons extra aandacht aan de ontwikkeling van de boe...