Doorgaan naar hoofdcontent

Pynchon-vertaler Peter Bergsma: "Want hoe groot de hondendrol waarin je trapt ook is, uiteindelijk loop je toch gewoon verder..."

"Weer thuis draaide Doc een joint, zette hij de tv aan voor een late film, pakte hij een oud T-shirt en scheurde dat in korte, smalle repen tot hij er een stuk of honderd had liggen, waarna hij enige tijd een douche nam en hij de ene na de andere natte lok van zijn hoofd plukte en die om zo'n reep T-shirt heen rolde, die hij telkens met een knoop vastzette, een slavenstijltje dat hij over zijn hele hoofd herhaalde, waarna hij misschien een half uur de haardroger erop zette, waarbij hij misschien wel of misschien niet in slaap viel, om de knopen er vervolgens weer een voor een uit te halen en de hele boel op te borstelen tot hij een aanvaardbare afrocoupe van zowat een halve meter doorsnee had. Om zijn kapsel in vorm te houden stak hij zijn hoofd voorzichtig in een doos en ging hij op de bank liggen en deze keer viel hij wel degelijk in slaap, en tegen de ochtend droomde hij over Shasta. Het was niet precies dat ze aan het neuken waren maar het was wel zoiets. Ze waren allebei aan hun andere leven ontvlucht, zoals dat gaat in ochtendlijke dromen, voor een rendez-vous in een vreemd motel dat tevens kapsalon leek te zijn. Ze bleef maar volhouden dat ze 'hield' van een of andere gast die ze nog nooit bij name had genoemd, hoewel Doc toen hij eindelijk wakker werd begreep dat ze het vast over Mickey Wolfmann had gehad."

Zo, premisse én kennismaking ineen. Zo, Doc Sportello, privédetective en hoofdfiguur in 'Eigen gebrek', Pynchons meest opstapbare. Vandaag wordt hij achtentachtig, deze razendsnelle Thomas Pynchon die zijn 'Eigen gebrek' uit 2009 zo atypisch kant-en-klaar maakte dat filmmaker Anderson amper vijf jaar nodig had om Hollywoodster Joaquin Phoenix, uitstekend uitgedost als Doc, nog wat meer te doen rijzen. In ons taalgebied is het ooit anders geweest. Zeker toen vertaler Peter Bergsma vier decennia geleden zich aan zijn versie van Pynchons meesterproef 'Gravity's Rainbow', uit het begin van de jaren zeventig, zette en zich hierover niet veel later herinnerde: "Gedurende de drie jaren, 760 bladzijden en 357.263 woorden die ik met hem heb doorgebracht, zijn er momenten van grote harmonie en opperste bewondering mijnerzijds geweest, ja zelfs van euforie en hilariteit. Maar even vaak stelde Pynchon mijn geduld zo erg op de proef dat ik serieus overwoog hem met boek en al het raam uit te gooien.(...) Het gebeurde echter ook dat ik, na vertaling van een zin, nauwelijks naar de volgende durfde te kijken uit angst voor wat mij nu weer te wachten stond." 

Met Bergsma is het daarna weer goed gekomen, de oude Pynchon, zelfs op zijn verjaardag, zoals steeds nagenoeg onvindbaar en mijn exemplaar van 'Regenboog van zwaartekracht' sinds lange tijd ongelezen. Achtentachtig vandaag, deze Thomas Pynchon, misschien moet ik zijn regenboog toch maar eens proberen? Want hoe groot de hondendrol waarin je trapt ook is, uiteindelijk loop je toch gewoon verder, ook een advies van Peter Bergsma.


Eigen gebrek / Thomas Pynchon (auteur), Peter Bergsma (vertaler). - Amsterdam : De Bezige Bij, 2010. - 414 p.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Secuur portret van Theun de Vries als halfzachte wereldverbeteraar en mateloze veelschrijver: "Het schrijven welde in mij op als het sprengwater in een beek."

Dichtbundels, hoorspelen, novellen, filmscenario's, biografieën, historische romans,… Met ruim 150 titels op zijn naam heeft de in het Friese Veenwouden geboren veelschrijver Theun de Vries , Nederlands meest argeloze revolutionair, met Revolte is leven: biografie van Theun de Vries (1907-2005) nu ook zijn eigen complete levensverhaal op papier. Rond "een van de sterkst overschatte schrijvers van ons land," zoals criticus Max Nord de veelzijdige De Vries ooit typeerde, heeft historicus Jos Perry toch maar mooi deze meeslepende en rijk geschakeerde biografie geweven. Zelfs op heel hoge leeftijd weigerde De Vries, die van zijn favoriete filosoof Spinoza leerde "het leven op aarde te veranderen en te humaniseren," zijn communisme te verzwijgen, te verloochenen of te bagatelliseren. Gezien de toenmalige situatie bleef de schrijver, ook als zeventigjarige achter zijn keuze staan. Niet abnormaal voor een man die sinds het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 19...

Djoos Utendoale tient le fou avec moi: verzen geschreven in de taal van de volksmens aan weerskanten van de 'schreve'.

Utendoale, uit de vallei of het dal van de West-Vlaamse bergen. Djoos, van Joris. Afkomstig van Westouter: pater Joris Declercq. Troubadours en kleinkunstenaars uit de regio zoals Antoon vander Plaetse, Gerard Vermeersch en Willem Vermandere namen Declercqs verzen in hun repertorium op. Van Boeschepe tot Cassel en van Ieper tot Ekelsbeke, de ganse Westhoek ging aan Utendoales rijmsels kapot. Vlinders zijn er hellekapellen, butterschitters of flikflodders. Averullen, mulders en roenkers worden in gangbaar Nederlands meikevers. Voetelingen, sokken. Nuus, wij. Hadden pendelaars geen files onderweg dan was het volop vroeger thuus komm'n of dan-ze peisden. De poëzie van Djoos Utendoale is geschreven in een bijzonder zingend taaltje: het Westhoeks. Over de invloed van dialecten moeten we, althans pater Joris Declercq, niet al te neerbuigend doen: "En moest Luther de bijbel in het Nederduits vertaald hebben en niet in het Hochdeutsch, de taal van zijn geboortestreek, dan sprak de he...

Simons' toonaangevende boekgeschiedenis dertig jaar na dato grondig herzien en sterk uitgebreid...

In 1984 kwam Ludo Simons , emeritus hoogleraar boek- en bibliotheekwetenschap en oud-bibliothecaris van verschillende Vlaamse culturele instellingen, voor de dag met het eerste deel van zijn studie Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen . Terwijl boekwetenschapper Simons in dit overzicht uitsluitend aandacht had voor het Vlaamse uitgeefvak in de negentiende eeuw, completeerde hij zijn omvangrijke eenmansstudie in 1987 met een tweede volume dat zich volledig toespitste op de twintigste eeuw. Vreemd genoeg was er tot dan toe in Vlaanderen op dit terrein nauwelijks enige voorstudie gedaan. Simons' titanenarbeid werd onverwijld verheven tot standaardwerk en achteraf terecht bekroond met velerlei prijzen. Op vraag van uitgeverij Lannoo is er nu deze grondig herziene en sterk uitgebreide versie van dit alom bejubelde naslagwerk dat in historische analyse en gedetailleerde volledigheid veruit onevenaarbaar is. Deze keer schenkt Simons extra aandacht aan de ontwikkeling van de boe...