Doorgaan naar hoofdcontent

Fransman Georges Bataille: dodenmonumentschedel én tatoeage ineen!


"Mijn vader was een geestelijk zeer hoogstaand mens, mijn moeder een zigeunerin," zo staat het ergens in Frank Wedekinds vijfakter 'Der Marquis von Keith'. Het is 1900 en net als de meeste helden uit zijn stukken hekelde Wedekind dat Bürgertum waarin hij voortdurend diende te gedijen en besmette hiermee ook de piepjonge, naar zijn eigen expressionisme zoekende Bertolt Brecht. Waarna Brecht met dat bordeellied uit zijn 'Driestuiversopera' de Duitse actrice Lotte Lenya 30 jaar later eeuwige roem schonk én een plekje in de kop van de mannelijke ik-figuur uit Batailles 'Het blauw van de hemel' na zijn Parijse amoureuze avonturen aan de zijde van Dirty. 

"De Duitse woorden wilden me niet te binnen schieten, maar wel de Franse. Ik herinnerde me abusievelijk dat Lotte Lenya het zong. Die vage herinnering verscheurde me. Ik ging op mijn blote voeten staan en zong zachtjes maar verscheurd van verdriet: 

En het schip met aan boord 
Honderd stukken aan bakboord 
Zal de haven BE-STO-KEN... 

Ik dacht: morgen begint in Barcelona de revolutie... Ik had het veel te warm en toch kleumde ik..." 

Ondertussen zijn zowel Frank Wedekind, Bertolt Brecht als Lotte Lenya al lang niet meer en hoef je voor deze titel van Georges Bataille dezer dagen alleen maar in de lucht te staren. Vandaag is 9 juli 1962, vandaag is deze Bataille, naast schedel in een van die dodenmonumenten van dokter Kelson, tatoeage ook op het lichaam van A, Koopmans obsessie in 'Tekenen van het universum'. Soms is het goed als de hele literatuur door theater en film met haar beide voetjes in de wereld blijft staan.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Djoos Utendoale tient le fou avec moi: verzen geschreven in de taal van de volksmens aan weerskanten van de 'schreve'.

Utendoale, uit de vallei of het dal van de West-Vlaamse bergen. Djoos, van Joris. Afkomstig van Westouter: pater Joris Declercq. Troubadours en kleinkunstenaars uit de regio zoals Antoon vander Plaetse, Gerard Vermeersch en Willem Vermandere namen Declercqs verzen in hun repertorium op. Van Boeschepe tot Cassel en van Ieper tot Ekelsbeke, de ganse Westhoek ging aan Utendoales rijmsels kapot. Vlinders zijn er hellekapellen, butterschitters of flikflodders. Averullen, mulders en roenkers worden in gangbaar Nederlands meikevers. Voetelingen, sokken. Nuus, wij. Hadden pendelaars geen files onderweg dan was het volop vroeger thuus komm'n of dan-ze peisden. De poëzie van Djoos Utendoale is geschreven in een bijzonder zingend taaltje: het Westhoeks. Over de invloed van dialecten moeten we, althans pater Joris Declercq, niet al te neerbuigend doen: "En moest Luther de bijbel in het Nederduits vertaald hebben en niet in het Hochdeutsch, de taal van zijn geboortestreek, dan sprak de he...

Simons' toonaangevende boekgeschiedenis dertig jaar na dato grondig herzien en sterk uitgebreid...

In 1984 kwam Ludo Simons , emeritus hoogleraar boek- en bibliotheekwetenschap en oud-bibliothecaris van verschillende Vlaamse culturele instellingen, voor de dag met het eerste deel van zijn studie Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen . Terwijl boekwetenschapper Simons in dit overzicht uitsluitend aandacht had voor het Vlaamse uitgeefvak in de negentiende eeuw, completeerde hij zijn omvangrijke eenmansstudie in 1987 met een tweede volume dat zich volledig toespitste op de twintigste eeuw. Vreemd genoeg was er tot dan toe in Vlaanderen op dit terrein nauwelijks enige voorstudie gedaan. Simons' titanenarbeid werd onverwijld verheven tot standaardwerk en achteraf terecht bekroond met velerlei prijzen. Op vraag van uitgeverij Lannoo is er nu deze grondig herziene en sterk uitgebreide versie van dit alom bejubelde naslagwerk dat in historische analyse en gedetailleerde volledigheid veruit onevenaarbaar is. Deze keer schenkt Simons extra aandacht aan de ontwikkeling van de boe...

"De hele Nederlandse literatuur is vergeven van deze verderfelijke mentaliteit. Jan Terlouw die Griet Op de Beeck tijdens een etentje schalks op schoot trekt. Griet die aan het kirren slaat."

De Nederlandse schrijver en politicus Jan Terlouw is overleden. Terlouw dus, tevens de halve, lezende jeugd van de meeste van mijn FB-vrienden, als ik hier zo rond me kijk. Jammer, want nu kan ik eens niet 'meedelen'. Van Jan Terlouw zelf heb ik nooit een letter gelezen, en dat wil ik het liefst houden zo. Alles de schuld van dat 'Horrortheater' van criticus, vertaler en schrijver Arie Storm , een landgenoot van eerdergenoemde, de overleden Terlouw.  "Ik dacht eraan hoe vervelend ik mannen als Jan Terlouw, Adriaan van Dis en uitgever Joost Nijsen vond. En nog steeds vind, moet ik zeggen. Dat heb ik aan mijn jeugd te danken: ik kan niet tegen achterbaks gedrag. Authenticiteit wordt op prijs gesteld. Genoemde 'heren' zijn drie mannen die het enorm achter hun ellebogen hebben. Ze zeggen dit, maar ze doen dat. En iedereen trapt erin.(...) De hele Nederlandse literatuur is vergeven van deze verderfelijke mentaliteit. Jan Terlouw die Griet Op de Beeck tijdens ee...