Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

"Weet je wat het is: kunst is iets voor abnormalen onder elkaar."

"Een normaal mens schrijft niet, een normaal mens gaat liever naar Zuid-Frankrijk. En als je helemaal normaal bent, lees je niet eens. Schrijven is een manier van bestaan. In een maatschappij waarin iedereen in volmaakte harmonie met zichzelf en de werkelijkheid zou leven, zou kunst niet bestaan.(...) Weet je wat het is: kunst is iets voor abnormalen onder elkaar."  Dát dus, en een rist andere goede schrijvers onder de scalpeerpen van wijlen Herman de Coninck, dezer dagen alweer bijna drie decennia onder de bruine kluiten. Scrol voor één keer een week lang doelloos door deze schrijversinterviews in plaats van door die socials. Met aan de einder dan: die betere mens!

Thomas Manns onthechte sanatoriumgangers lijken zo uit dat cursiverende visioen aan het begin van deze Barbusse te zijn ontsnapt...

Morgen precies anderhalve eeuw Henri Barbusse . Remarque las zich stevig bij hem in, Céline droeg naar 't schijnt een halssjaaltje met zijn naam in geborduurd en ook Manns onthechte sanatoriumgangers daar hoog op die Alpense toverberg lijken zo uit dat cursiverende visioen aan het begin van deze koortsdroom uit 1916 te zijn ontsnapt. En dan is er nog dat midden en het moment waarop piot Barque zelf aangeeft waarin nu juist de kracht van dit naar adem doen happend oorlogsrelaas precies schuilt: "Zeg dan 'ns, ik wil je niet dwingen, hoor... D'r is iets wat 'k je zou willen vragen. En dat is 't volgende: als je in je boek de gewone soldaten laat praten, laat je ze dan praten zoals ze praten of kalefater je 't stiekempjes wat op? Ik bedoel, vanwege de vuile taal die ze gebruiken. Want tenslotte, nietwaar, ook al zijn we heel goeie kameraden en schelden we mekaar daarom de huid niet vol, je zal nooit twee soldaten ook maar 'n seconde horen kwaken, zonder dat...

"Dan maak ik de deur open en wandel hun wereld binnen. Die wereld is van karton, dat heb ik altijd wel geweten."

Een soort van spin-off van Brontës 'Jane Eyre', deze come-back van Jean Rhys uit 1966. 'Better call Bertha', met vooral dan dat derde deel in het zolderkamertje van Thornfield Hall én het hoofd van de Creoolse Bertha Mason: "Als het avond wordt en ze de fles een paar keer naar haar mond heeft gebracht valt ze in slaap en dan is het een koud kunstje haar sleutels te kapen. Ik weet waar ze ze verstopt. Dan maak ik de deur open en wandel hun wereld binnen. Die wereld is van karton, dat heb ik altijd wel geweten. Ik heb het eerder ergens gezien, die kartonnen wereld waar alles donkerbruin of donkerrood is, of geel, maar geel zonder licht. Ik loop de gangen door en zou graag eens zien wat er achter dat karton zit. Ze zeggen dat dit Engeland is, maar ik geloof er niets van."  Jean Rhys, uitvindster van al dit fraais, is vandaag precies vierenveertig jaar niet meer. Het zal Michael Fassbender, dé Edward Rochester van het witte doek, in ieder geval worst wezen. Sarga...

Dewhurst, Haring, Killian en Goldin: I want to be a part of it / New York, New York...

"All my relationships are with dead people," is een van die befaamde uitspraken van de jonge Amerikaanse dichter Robert Dewhurst. Daarom deed de man ooit dit gelegenheidssonnet voor de betreurde Keith Haring , zijn graffitispuitende landgenoot. In zijn gedicht zet Dewhurst collega-kunstenaar Haring naast de vier jaar geleden overleden dichter Kevin Killian, om zo een beeld te schetsen van hun beider fictief gedeelde jeugd in East Village begin jaren 80. Keith Haring, de meest iconische van de twee, zou vandaag precies 65 geworden zijn. Dezer dagen vind je in de cinemazalen een retrospectieve op dia's van Nan Goldins pakkende 'The Ballad of Sexual Dependency' , zelfde plek als die twintigerjaren van Haring. Wel een iets minder kleurrijk einde, of juist niet? Hangt er maar vanaf of je deze keer vanuit het oeuvre, dan wel vanuit de bio van de kunstenaar in kwestie zit terug te kijken. Feit is: Keith Haring precies 65 vandaag!

Charles Baudelaire, Hugh Hefner en Leopold II...

In Parijs was er Charles Baudelaire en in Chicago Hugh Hefner. Maar kijk, op een negende april zag ook ene Leopold Louis-Philippe Marie Victor, de latere tweede koning der Belgen en in 't diepst van zijn gedachten waarschijnlijk ergens tussen beide heerschappen in, het levenslicht. In tegenstelling tot de haast meisjesachtige adoratie waarmee Gita Deneckere haar koning Leopold I in een feeërieke levensbeschrijving op het papier weet te zetten, hoeft zijn zelfbewuste zoon 'Leo', zelfs in de eerste wittebroodsjaren na zijn tienerhuwelijk met Marie-Henriette van Oostenrijk, op niet al te veel biografenbegrip te rekenen: "De arme Leo had echt geen tact, zijn vader beklaagde hem omdat hij zich geen moment op zijn gemak voelde met zichzelf - Marie lachte hem vreselijk uit met zijn snorharen bijvoorbeeld. Bijna een jaar na het huwelijk bleef de koning hardnekkig op dezelfde nagel hameren: Marie moest aangemoedigd worden wat 'liebenswürdiger' te zijn in matrimoniale z...

"Iemand met één vijfde van zijn talent kan zich zomaar een Nobelprijs bij elkaar knoeien!"

"Niets is verbluffender dan de eenvoudige waarheid, niets is exotischer dan onze omgeving, niets is fantasievoller dan de feiten. En er bestaat niets sensationelers dan de tijd waarin we leven!"  Vandaag is 31 maart 2023, vandaag is 75 jaar dood van 'vliegende reporter' en anarchiserende stalinist Egon Erwin Kisch . Living legend in de voormalige DDR, want: systeembevestigend. Getuigen beweren dat waar Kisch was, een koffiehuis was en Wenen-Praag-Berlijn-Parijs-Wenen-Praag-Berlijn-Parijs-… de vaste reiscoördinaten gedurende zijn interbellum. Bertolt Brecht draaide vriend Kisch ooit lacherig in het gezicht dat iemand met één vijfde van zijn talent zich zomaar een Nobelprijs bij elkaar kan knoeien. Denk ook 1927 en dat 'Vlucht zonder einde' van (speel)schrijfbroeder Joseph Roth. Toen Egon Erwin Kisch samen met vertaler Nico Rost in 1934 vanuit het Belgische Geel verslag uitbracht van de thuisverpleging van psychiatrische patiënten aldaar, ging dat door zijn fant...

Hella S. Haasse: 34 brieven, kaarten en telegrammen. En dat over een periode van twaalf jaar.

34 brieven, kaarten en telegrammen. En dat over een periode van twaalf jaar. Poef, 1939-1950 in één boekje geramd. Hella S. Haasse stuurde haar brieven maar op goed geluk weg, Jet Steinz kleefde er een leerrijk voorwoord aan, Patricia de Groot verzamelde die openhartig geschreven neerslagjes, Ilse Josepha Lazaroms wijdde er twee aandoenlijke De Groene-pagina's aan en ik, ik schiet me morgen naar de dichtstbijzijnde papierhandelaar want: "Altijd is er een afstand tussen haar en andere mensen; zij en echtgenoot Jan hebben weinig vrienden. 'En toch leef ik normaal en consequent tussen het kader van mijn eigen karakter. Maar de eenzaamheid is grenzeloos.'"