Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

J.R. Ackerley en zijn vader: intelligent, ruimhartig én een oprechte genegenheid voor elkaar en toch nooit één openhartig gesprek.

"'Mijn vader en ik' stelt de vraag hoe het mogelijk is dat twee intelligente en ruimhartige mensen, die een oprechte genegenheid voor elkaar voelen, tientallen jaren in elkaars nabijheid verkeren zonder ooit tot een werkelijk openhartig gesprek te komen."  (...)  "Het lijdt geen twijfel dat Ackerley een overtuigd pessimist was, evenals een egoïst, een combinatie die overigens vaker voorkomt."  (...)  "De kracht van dit boek is gelegen in Ackerley's conclusie dat het verleden in laatste instantie ongrijpbaar is en dat de mens zichzelf veel te slecht kent om een ander te kunnen doorgronden."  Geen diepgravender oordeel over een welomschreven titel dan dat van de vertaler in kwestie. En in 1986 was dat bij Veen Uitgevers ene Bas Heijne over 'zijn' autobiografische schets van Ackerley jr. Als we het kalenderjaar zouden opdelen in vakanties in plaats van in dagen dan kunnen de tot dusverre gelezen boeken tijdens mijn groot verlof nu al met...

Stadswandelaars met een voorliefde voor bijzondere huizenrijen zullen in hoofdfiguur Mihály uitgelezen gezelschap vinden!

"Als hij niet was getrouwd, als hij zich niet had voorgenomen een keurig huwelijk te beginnen en, zoals dat hoort, op huwelijksreis naar Italië te gaan, dan had hij een reis naar Italië wellicht eeuwig uitgesteld. Nu was hij niet zozeer naar Italië gegaan als wel op huwelijksreis, wat een groot verschil was. Bovendien, vond hij, kon hij als getrouwd man Italië wel aan. Nu zou de dreiging die van het land uitging geen vat meer op hem hebben."  Al vanop de eerste pagina is het raak bij deze Antal Szerb . Wat volgt is een trip down memory lane, een descente à l'enfer inclusief minutieuze plot, een soortement van 'My Own Private Idaho' maar dan in de kringen van een viertal Hongaarse jongemannen én een meisje in het Budapest van zo'n honderd jaar geleden. Mensen, stadswandelaars eigenlijk, die vaak dat vreemdsoortige ervaren telkens zij een bijzondere huizenrij lopen aan te staren, zullen aan hoofdfiguur Mihály sowieso een aardige vriend overhouden na consumptie ...

Fransman Georges Bataille: dodenmonumentschedel én tatoeage ineen!

"Mijn vader was een geestelijk zeer hoogstaand mens, mijn moeder een zigeunerin," zo staat het ergens in Frank Wedekinds vijfakter 'Der Marquis von Keith'. Het is 1900 en net als de meeste helden uit zijn stukken hekelde Wedekind dat Bürgertum waarin hij voortdurend diende te gedijen en besmette hiermee ook de piepjonge, naar zijn eigen expressionisme zoekende Bertolt Brecht. Waarna Brecht met dat bordeellied uit zijn 'Driestuiversopera' de Duitse actrice Lotte Lenya 30 jaar later eeuwige roem schonk én een plekje in de kop van de mannelijke ik-figuur uit Batailles 'Het blauw van de hemel' na zijn Parijse amoureuze avonturen aan de zijde van Dirty.  "De Duitse woorden wilden me niet te binnen schieten, maar wel de Franse. Ik herinnerde me abusievelijk dat Lotte Lenya het zong. Die vage herinnering verscheurde me. Ik ging op mijn blote voeten staan en zong zachtjes maar verscheurd van verdriet:  En het schip met aan boord  Honderd stukken aan bakb...

"De essentie van het Lwówiaanse bestaan (...), is die zonderlinge mengeling van verhevenheid en laagheid, slimheid en stupiditeit, poëzie en vulgariteit."

"De essentie van het Lwówiaanse bestaan dat ik hier grofweg probeer te schetsen, is die zonderlinge mengeling van verhevenheid en laagheid, slimheid en stupiditeit, poëzie en vulgariteit. De Lwówiaanse smaak is wrang en doet denken aan de smaak van die bijzondere vrucht die naar het schijnt alleen in de Lwówse wijk Kleparów rijpt en die zure kers wordt genoemd, geen zoete en geen gewone kers. Zure kers. De nostalgie houdt ervan ook de smaak te vervalsen en dwingt ons alleen het zoet van Lwów te proeven. Ik ken echter mensen voor wie Lwów een kelk van bitterheid was."  Bijna tegelijkertijd met dat flinterdunne 'Aardbeien' , dat onvoltooide, zonderlinge dingetje van zijn 'Freund meiner Seele', zijn streek- en tijdgenoot Joseph Roth, kwam Van Oorschot onlangs met het fijne geheugenspelletje 'Mijn Lwów' aanzetten. Deze bedrieglijke gelukzaligheid door de Lwówiaanse wonderjaren van ene Józef Wittlin, deze alternatieve stadswandeling door dat koninklijke Lw...

Alfred Döblin, zoals hij zelf ooit ergens treffend piepte: "Ik heb het talent van een schilder, ik kan zwijgen."

"Als een pottenbakker draait het noodlot om de mensen heen, beklopt hen, en als je maar lang genoeg leeft, bereikt het de plek waar de barst zit en slaat toe. Er is geen pardon."  Wijsheid! Nu nog een tegeltje.  Nadat het platteland in het eerste deel in armoede naar de stad kruipt en hoofdfiguur Karl in het tweede boek uiteindelijk zijn draai vindt als fabrieksdirecteur is er in het laatste deel van 'Er is geen pardon' uitsluitend plaats voor die nadagen van de Berlijnse revolutie anno '18-'19. Niet met zoveel woorden, dat niet, want de schrijver laat de dingen nu eenmaal graag zonder naam, zo is protagonist Karl Alfred en broer Ludwig tegelijkertijd, en is dit heerschap lezen namelijk lezen voor de goede verstaander. 'Er is geen pardon' is een keiharde bezinning op 's mans Pruisische verleden en wat dat derde boek in deze autobiografische vertelling betreft: naturalistischer worden ze niet meer geperst. De schrijver in kwestie daarom ook uitermat...

Gedenken wij ook alle andere literaire debuten als wij dezer dagen terechte slokop El Khannoussi ter hand nemen...

"Win je zelfvertrouwen terug!" blaast mijn Facebookmuur me haast dagelijks in het gezicht. Met net daarboven dan: reclamefilmpjes waarin van die ultra-absorberende boxershorts voor mannen. Géén flauw benul hoe die daar precies zijn beland. Of het moet zijn dat een oude man, ergens, waar ook ter wereld, dit account met mij deelt.  Anyway.  Deze raamvertelde queeste, dit knallende debuut is je aandacht anders ook méér dan waard. Publiek geheim, ik weet het. Terecht ook in allerlei geldprijzen gesopt, deze zuiderse, kleurrijke definitieve rehabilitatie van de zusjes Stitou, coffeeshop Rainblow City en de aan superhete baden verslaafde Zaynab, mysterieus liefdes- en gezelschapsdier van etablissementsführer Irad Abergel, over wie die laatste (een verklaring misschien ook voor die vreemde Facebookadvertenties op mijn wall): "De eerste avond wil je met me in bad, je praat met me alsof ik er altijd ben geweest, je raakt me aan op plekken waar ik zelf niet kom en laat mij hetzel...

Met één welgeboetseerde zin kon de Amerikaanse Lillian Hellman een gesprek zo de vernieling in rijden...

Ze stond op haar vrijheid en versloeg in vitriool, net als collega Gellhorn, de gebeurtenissen aan het front van de Spaanse burgeroorlog vanop de eerste rij. Toch ging ze rond diezelfde periode, de jaren 30 dus, over de plas, onder het mom van een relatie, een bekeringspoging aan van een van Amerika's grootste rokkenjagers: de aan alcohol en tabak verslaafde schrijver Dashiell Hammett, geestelijke vader van privé-detective Sam Spade uit het meermaals verfilmde 'The Maltese Falcon'. Met één welgeboetseerde zin kon ze, volgens toehoorders in de New Yorkse 'Club 21', een gesprek zo de vernieling in rijden. De hypocrisie, zoals ze zelf ergens in haar memoires 'An Unfinished Woman' uit 1969 schrijft, zonder scrupules zomaar naast het uitgeschepte Hollywoodbuffet van die dagen gestald. Er zal wel iets van aan zijn, anders zou haar Hammett niet meer dan drie decennia, zonder zelf ook nog maar iets te schrijven, tot aan zijn verscheiden in 1961, zomaar aan d'r r...