Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Warme hartstochten, kille misdaden en kwade lusten: het vloerkleed onder Heinrich Manns romanpersonages...

Al wat kleinburgerlijk, oer-Duits en beperkt was, wees hij al scheldend en hoofdschuddend van de hand. Nog meer dan zijn jongere broer een temperamentvolle schrijver, met zijn blik altijd naar die Franse cultuur gericht. Zijn romanfiguren barsten van warme hartstochten, kille misdaden en kwade lusten: altijd beminnen ze vurig, bedriegen ze schandalig, lijden ze hels en haten ze dodelijk. De stijl en de woordkeuze van de meeste van zijn verhalen baden in subtiele mystiek, net te verdragen romantiek en oervormen van wat toen nog geen expressionisme was. Niks mis mee, integendeel.  27 maart 1871, vandaag gaan de glazen de lucht in voor Heinrich Mann , de oudste uit de bekendste rij Lübecker Kinder, dat besnorde ventje ook uiterst links op de foto. Na Heini was later nog plaats voor Thomas, Julia, Carla en Viktor. Als tiener ging het na een baantje in een boekhandel in Dresden richting Berlijn, S. Fischer, het volle uitgeversleven. Zijn jongere broer Thomas publiceerde later nagenoeg a...

Leonid Tsypkin is schrijven zonder de hoop of het vooruitzicht ooit gepubliceerd te worden en bakken vertrouwen in de literatuur om dat vol te houden!

"Op zaterdag 20 maart, zijn zesenvijftigste verjaardag, ging Tsypkin vroeg in de ochtend aan zijn schrijftafel zitten om aan de vertaling van een Engelse medische tekst te werken - vertalen was een van de weinige mogelijkheden die openstonden voor refuseniks (sovjetburgers, doorgaans joden, aan wie een uitreisvisum was geweigerd en die hun baan waren kwijtgeraakt) om aan een beetje geld te komen; hij voelde zich opeens niet goed (het was een hartaanval), ging liggen, riep iets naar zijn vrouw en overleed. Hij was precies zeven dagen een gepubliceerde romanschrijver geweest."   Vandaag is het precies veertig jaar geleden dat de Russische patholoog-schrijver Leonid Tsypkin (1926-1982), de man rechts op de foto, die met het bijzondere hoofddeksel, is komen te gaan. Als geliefde dorpsarts smulde deze Leonid Tsypkin van de van morele strijd doordrongen poëzie van Tsvetajeva en van het extatische proza van de jonge Pasternak. Deze trotse, met de dood gepreoccupeerde hypochonder, s...

Griet Op de Beeck had het moeten weten, dat van Christa Wolf...

Van bestsellerauteur Griet Op de Beeck weten we dat sommige herinneringen zo pijnlijk en zo beschamend zijn dat we ze onderdrukken. Ze weer naar boven halen zou desoriëntatie en stress veroorzaken en in het geval van Op de Beeck zelfs fletse romans. Niet zo bij de vandaag jarige en in de DDR veel gelezen wijlen Christa Wolf, wier kritische boeken door het regime vaak gecensureerd werden. Toen deze Oost-Duitse schrijfster begin jaren 90 de mappen doornam die de Stasi over haar had aangelegd, ontdekte ze tot haar grote verbazing dat er een aantal rapporten bij zaten die ze zelf tussen 1959 en 1961 voor de geheime dienst van de DDR had geschreven. Ook zij was Stasi-informante geweest, een onderdeel van het uitgebreide netwerk van burgers die over elkaar rapporteerden aan de autoriteiten, en loyaal dus aan de idealen van de DDR. Wolf had gepraat met Stasi-agenten en was deze gebeurtenis compleet vergeten, Op de Beeck had het moeten weten. In 'Stadt der Engel' (Suhrkamp, 2010), haa...

Over oorlogvoering en Marguerite Duras: "Gooi een atoombom in zee en tien minuten later heeft ze weer haar oude vorm. Water kun je niet modelleren."

"Het is een ongelooflijke luxe om de zee te kunnen zien vanaf het balkon. Als er steden worden gebombardeerd blijven er altijd puinhopen over, lijken. Gooi een atoombom in zee en tien minuten later heeft ze weer haar oude vorm. Water kun je niet modelleren."  De derde van maart is traditiegetrouw Marguerite Duras, sedert 1996 al. De derde van maart zijn dus de immense stranden van Trouville, de al even immense Atlantische Oceaan, het balkon van Hôtel des Roches Noires en haar gesprekken met Jérôme Beaujour zoals opgetekend in dat buitengewoon intieme 'La vie matérielle' uit 1987. Met, op het kabbelen van de stappen van de ganzenpas van Duras' depressieve geliefde Yann, hier en daar van die passende hartverwarmende anekdotiek: "In Trouville koop ik kaas voor hem, en yoghurt, en boter, want als hij 's nachts laat thuiskomt stort hij zich op dat soort dingen. Hij koopt voor mij dingen die ik lekker vind, brioches en fruit. Niet zozeer om me een plezier te d...

Gustav Meyrinck als briljant satiricus onder dat roze vel van het wilde zwijn Veronica...

"Hij schrijft over de Joodse Kabbala en over andere esoterische concepten met een even grote bevoegdheid als Viruly of de Saint-Exupéry over het vliegen," zo beleed Hubert Lampo in 'De zwanen van Stonehenge' (1971) zijn liefde voor de op 19 januari 1868 in Wenen geboren overprikkelde occultist Gustav Meyrinck . Net als bij die andere scherpzinnige rekenaar Poe drijft Meyrincks fantasie in zijn beste verhalen op een ijzige logica. Toen deze stoutmoedige esoterist vlak voor de Eerste Wereldoorlog de Praagse kringen rond Kafka, Brod, Werfel en Kornfeld frequenteerde, kon hij vriend en schilder-schrijver Alfred Kubin niet overtuigen om zijn 'Der Golem', dat uiteindelijk pas in 1915 werd gepubliceerd, van passende illustraties te voorzien. Gelukkig waren daar toen die onvergetelijke litho's van Hugo Steiner-Prag die de eerste edities van deze roman tegenwoordig nagenoeg onbetaalbaar maken. Maar veel belangrijker nog is dat deze Meyrinck ook een briljant satiric...

Tot aan 'De zondvloed' en niet verder: over het oeuvre van Jeroen Brouwers als de vastlegger van een gedroomd verleden...

"Pas als alle wanden van de liftkooi naar en in elkaar zijn geschoven en hem, als schroot, tot een fraai vierkant hebben ineengedrukt (…) zal de kabel breken met niet méér geluid dan het droge tikje dat men hoort als het steeltje uit een appel wordt getrokken." Dankzij Lodewijk Verduins geraffineerde herleeswerk vergeet geen mens nog wat voor een beklemmend en dreigend oeuvre Jeroen Brouwers in de loop van de afgelopen zes decennia bij elkaar heeft gepend. Van Jacob Voorlandt als aanvulling op 'Het verzonkene' en 'Bezonken rood' in 'Winterlicht' (een 'balansboek' waarin de schrijver, althans Verduin, op zijn drieënveertigste reflecteert op zijn leven en zich afvraagt of het allemaal de moeite waard is geweest) tot Rijmenam, Huize Krekelbos en de vijf in 'De toteltuin' gebundelde ziektegeschiedenissen rond schizofrenie: "Zo ik ooit een vader of voorganger heb gehad, dan was het Voorlandt,…" Met dan, bam, kort voor halverwege ...

Mensen, stenen, bladeren en torren als gelijkwaardige zandkorrels in die immense goddelijke woestijn: ook dat is Andrej Platonov...

5 januari 1951: vandaag herdenken we de plotloze Andrej Platonov wiens hoofdpersonen slechts zelden een voorgeschiedenis of familie hebben. En al helemaal geen bezittingen. Gelukszoekers, dat wel, met als enige doel: de zin van het leven trachten te achterhalen. Platonov is: de onmogelijkheid tot contact met andere mensen, het enige dat hen onderling bindt, is de gedachte aan een ideaal. Een ideaal dat alleen maar tot catastrofe kan leiden. Als mijn vader het eten dat mijn moeder indertijd had bereid als 'typisch Platonov' omschreef, betekende dit dat het hem tegelijkertijd wel én niet had gesmaakt. Een beetje zoals met de afloop van de meeste van Andrej Platonovs verhalen. Als zoon van een spoorwegarbeider en heilige drinker van de socialistische utopie paste deze veel te jong gestorven schrijver zich altijd aan de Sovjeteisen die hem als kunstenaar werden gesteld aan, daarom dat hij ook vaak (on)terecht wordt weggezet als moeilijke schrijver. Want: personages 'dargestell...