Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

"Dokters(...) om dichters die zich ongesteld wanen, in behandeling te nemen."

"Probeert U maar eens dagelijks op dezelfde tijd te beginnen te dichten. Zoals er een educatie van de darm bestaat, bestaat er ook een educatie van de inspiratie. Geloof mij vrij, wij zouden in ons land best enige dokters kunnen gebruiken, om dichters die zich ongesteld wanen, in behandeling te nemen."  Zo luidde het laconieke advies van de Maastrichtse dichter Pierre Kemp aan zijn veel jongere dichtersvriend Jan Hanlo . Het is augustus 1954 en Hanlo maakte in een brief aan Kemp, tot groot ongenoegen dus van die laatste, voor de tigste keer melding van zijn 'poëtische dorheid'. Jan Hanlo zelf zou vandaag, samen met zijn waan van ongesteldheid, precies honderdentien geworden zijn. Van harte dus, beste Jan, van harte (en lees ondertussen Wiel Kusters' Kemp-biografie uit 2010)!

Vervuld van misprijzen voor de banaliteit van de wereld verschanste Huysmans' neurotische Des Esseintes zich in zijn landhuisje in Fontenay...

Hij kon als geen ander onverschillig staren naar buikige, donkergroene bierflessen, koesterde een bijzondere belangstelling voor armoedige krotbloemen die zich pas lekker gingen voelen op de vensterbank van een zolderkamertje en leefde uitsluitend 's nachts omdat hij ervan overtuigd was dat de geest slechts werkelijk geprikkeld werd en opvlamde door de nabijheid van het donker.  Ik heb het over Jean Floressas des Esseintes, hoofdfiguur uit de roman 'À Rebours' (1884) van de fransman Joris-Karl Huysmans , die vandaag, als alter ego van diezelfde Huysmans, precies honderdvijftien jaar onder de bruine kluiten ligt. Vervuld van misprijzen voor de banaliteit van de wereld verschanste de neurotische Des Esseintes zich in zijn landhuisje in Fontenay en bouwde er uiterst zorgvuldig een paradijs van oude boeken, schilderijen, siervoorwerpen, parfums en likeuren. Louter gevoed door zijn verbeelding kon hij op die manier alsnog een opwindend leven leiden. Des Esseintes, een figuur dus...

Grass, Kempowski, Bobrowski en deze Bienek: mannen van dat proza gewijd aan een verloren vaderland...

Behalve voor die befaamde verkleedpartij in het plaatselijke radiostationskantoor aan het begin van de Tweede Wereldoorlog is het Poolse Gliwice (Gleiwitz) ook verantwoordelijk voor leven en werken van de op 7 mei 1930 geboren schrijver en uitgeefredacteur Horst Bienek . Regionale noordelijke varianten van deze Bienek waren Günter Grass, Walter Kempowski en Johannes Bobrowski, ook mannen van dat proza gewijd aan een verloren vaderland. Dat van Horst Bienek, van dit kwartet, waarschijnlijk met de grootste zorg voor esthetiek. 'De eerste polka', 'Septemberlicht', 'Tijd zonder klokken', 'Aarde en vuur': de titels van zijn Gleiwitz-tetralogie, waarvan de Nederlandse variant alweer bijna een halve eeuw oud. Vier boeken waartussen dus de periode van de Duitse inval van Polen op 1 september 1939 tot die laatste oorlogsmaanden en dat gemarcheer van het Rode Leger langs de oostzijde van Duitsland, richting Berlijn: "Alle reden vom Krieg, aber ausser das wir ...

"Der Kluge gibt so lange nach, bis er der Dumme ist," zo luidt het officieuze opschrift op Kempowski's grafsteen.

29 april 1929 is Walter Kempowski , de ten noordwesten van de Rijn amper vertaalde lagere schoolonderwijzer, zoon ook van een Noord-Duitse reder en officieel Duitslands volkschroniqueur nummer een. Altijd laconiek in die typische collagestijl van hem. Denk bij Kempowski gerust aan Rudolf Lorenzen maar dan met een aantal pagina's in het vijftigvoud, sommigen menen zelfs hier en daar wat van Arno Schmidt te ontwaren. "Der Kluge gibt so lange nach, bis er der Dumme ist," zo luidt het officieuze opschrift op zijn grafsteen. Nog meer Walter in die zoon van de Alles umsonst-Von Globigs uit 2006, die twaalfjarige Peter, genre mal hoofd, blond gekruld haar. Stil als zijn moeder en ernstig als zijn vader. Walter Kempowski is ook dat motto van dat het allemaal niet zo gemakkelijk is en dat niets uit niets voorkomt, zeker in Oost-Pruisen, Mitkau, landgoed Georgenhof, januari 1945 met die dagelijkse slierten vluchtelingenstromen aan de voorpoort aldaar: "Vladimir, een bedachtzam...

De romantische bard Heinrich Heine? Ach, een dichter voor handelsreizigers...

"Alles aan hem wekte mijn nieuwsgierigheid op: de zorg waarmee hij zijn potlood uitkoos, de manier waarop hij zat - recht, alsof hij misschien elk ogenblik zou moeten opstaan om een bevel aan een onzichtbaar leger te geven - en hoe hij door zijn blonde haar streek. Ik ontspande me pas toen hij zich, net als iedereen, begon te vervelen en op zijn stoel zat te wiebelen, wachtend op de bel voor de pauze tussen de lessen. Ik bestudeerde zijn trotse, fijn besneden gelaat, en geen minnaar zou Helena van Troje aandachtiger hebben kunnen aanschouwen of meer overtuigd geweest kunnen zijn van zijn eigen onwaardigheid. Wie was ik dat ik met hem zou durven praten? In welke Europese getto's waren mijn voorvaderen bijeen gedreven toen Friedrich von Hohenstaufen Anno von Hohenfels zijn beringde hand toestak?" In Riedenberg, een Vorort bezuiden Stuttgart, is hij de eigenaar van een heus straatnaambord en in de novelle 'Reunion' (1971) lijkt hij getransformeerd tot de besluiteloze...

Stephanie Hélène Swarth: het is tranen deppen met een natte zakdoek. Nooit is de dichteres gelukkig, nooit. Nooit.

Dood, liefde en melancholie. Dat is de poëzie van Stephanie Hélène Swarth (1859-1941), het is vandaag ten slotte Pasen, in drie stigmata. Als een moderne Maria Magdalena lag Jeroen Brouwers in 1985 nog aan haar voeten en trok hij de tien jaar daarvoor uit om dat gedeelte van haar tragische levensloop aan de zijde van de nochtans 'immer lebensfrohe' criticus Frits Lapidoth te beschrijven: "Het is tranen deppen met een natte zakdoek. Nooit is de dichteres gelukkig, nooit. Nooit. Haar leed heeft de klank die opstijgt uit een kristallen glas als men met een bevochtigde vinger rondgaat over de rand ervan." Tot Lapidoth er genoeg van krijgt en hij zijn mistroostige echtgenote Swarth de deur wijst om in 1910 te hertrouwen met ene Anna van der Ven. Gefundenes Fressen dus voor hagiograaf-van-het-ongeluk Brouwers.  Terwijl de stemmenhorende Maria Magdalena van de vandaag herrezen Jezus van Nazaret volgens evangelist Johannes op Pasen wel een tweede kans kreeg, bleef Hélène Swa...

Robert Musil: finetuner van het motief van het aan het venster staan en naar buiten staren. In boeken, doorgaans fictie.

Die zevenjarige knaap, vooraan rechts op de foto, der Junge aus Klagenfurt, daar is het vandaag om te doen. Precies tachtig jaar is hij al niet meer. Uitvinder van - of dan toch in ieder geval finetuner van - het motief van het aan het venster staan en naar buiten staren. In boeken, doorgaans fictie. Het decor zijn de ouders, en zittend op de boomstronk is er huisvriend Heinrich Reiter. Het is zondag 22 mei 1887, een daguitstap naar Achensee en een sessie in een fotostudio als verlaat verjaardagscadeau voor de jonge Robert Musil : "De kamer was groot, had twee ramen naar de tuin en lag bijna altijd in de schaduw vanwege de grote bomen. Vaak stond hij lange tijd - een half uur, drie kwartier - voor een van de ramen en keek naar buiten, de tuin in. Maar ook dit was meer een onverklaarbare betovering dan een genoegen. Hij zag enkel een donkere massa, een zich traag bewegende, ademende massa, iets donkers breidde zich uit in zijn binnenste, iets heel gelijkmatigs, zonder enig kenmerk ...