Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Brigitte Reimann vraagt zich in d'r dagboeken onder meer af waarom het een vrouw zo moeilijk wordt gemaakt fatsoenlijk te blijven.

Er is niet alleen dat snuifje uit d'r kin maar er zijn ook die diep doorleefde dagboeken van haar. Vol hartverscheurende vragen, relevante wanhoopskreten. Brigitte Reimann , dames en heren, de volle vierentwintig, het is 21 maart 1958 en een DDR-lente komt opnieuw om de hoek zien.  "Waarom ben ik in godsnaam een vrouw geworden? Ik ben, alleen al door mijn geslacht, gedoemd om nooit vriendschap te sluiten, omdat geen enkele man in staat is 'de ziel' van het lichaam te scheiden, omdat niemand begrijpt dat ik geliefd wil worden om mijn geest, om mijn talenten - om het woord opnieuw te gebruiken, om 'mijn ziel'. Waarom wordt het een vrouw zo moeilijk gemaakt om fatsoenlijk te blijven?" Ik heb nergens spijt van : dagboeken van een gekooide rebel / Brigitte Reimann (auteur), Gerrit Bussink (vertaler). - Breda : De Geus, 1999. - 363 p.

Shirley Jackson, queen of horror: "Iedereen is het slachtoffer van zijn jeugd en zij die daardoor geen solide volwassen bestaan weten op te bouwen, zijn veroordeeld om voor eeuwig door de gangen van vroeger te dolen."

Vandaag is 08 augustus 1965, vandaag is verstokte roker, bezielde echtgenote, beoefenaar van hekserij, dweepzieke moeder en zware drinker Shirley Jackson . Dé 'Virginia Werewolf among the séance-fiction writers' wier 'Hill House' uit 1959 criticus Bertram Koeleman ooit tot de volgende wanhoopskreet dreef: "Jackson lijkt te zeggen dat iedereen het slachtoffer is van zijn jeugd. Degenen die daardoor geen solide volwassen bestaan weten op te bouwen zijn uiteindelijk veroordeeld om voor eeuwig door de gangen van vroeger te dolen. Misschien gaat dat te ver. En het is misschien ook beter om niet te lang na te denken over die eenzame doler in de gangen van Hill House. Ik ben bang, ziet u, dat ik het ben."  Vandaag is 08 augustus 1965, geen schrijver die weergalozer kon 'binnenkomen' dan deze Shirley, in een Nederlandse vertaling van Rob van Moppes, vandaag precies 60 jaar onder de bruine kluiten. De geesten van Hill House / Shirley Jackson (auteur), Rob van ...

Naima El Bezaz, helaas al vijf jaar betreurd: "Echte literatuur lees je, zie je en doet je niet struikelen over moeilijke of overbodige woorden."

"Een echt goed boek is gewoon een geschrift dat voor alle mensen toegankelijk is. 'De donkere kamer van Damocles' van W.F. Hermans, samen met Guy de Maupassant en Honoré de Balzac een van mijn lievelingsschrijvers, las ik in de tweede klas van de middelbare school. Het is helemaal niet moeilijk en vooral heel helder geschreven en een kind van twaalf had het ook kunnen lezen. Maar het is wel echte literatuur. Je leest het, je ziet het en je hoeft niet te struikelen over moeilijke of overbodige woorden."  Amper eenentwintig was ze toen ze in 1995 debuteerde met 'De weg naar het noorden' , net zesenveertig toen ze er precies vijf jaar geleden een einde aan maakte. Haar zelfgekozen slot noodzaakte de oude Brouwers alvast tot een dringende herziening van zijn zelfmoordboek. 'Sleur is een roofdier' zou als boektitel voor deze Naima El Bezaz een perfect gemillimeterd grafschrift zijn, al was het maar omdat ook kerkhofpassanten dit terstond zouden begrijpen. ...

Guy de Maupassant: genadeloos observator van de menselijke laagheid, anatoom ook die het leven een 'kliniek voor schrijvers' noemde...

"Hij had als schrijver een verbazend snelle en schitterende carrière achter de rug. 'Ik ben als een meteoor de literatuur binnen komen zetten,' zei hij weleens. 'En ik verlaat haar als de weerlicht.' Als genadeloos observator van de menselijke laagheid en als anatoom die het leven een 'kliniek voor schrijvers' noemde, voelde hij tegen het einde van zijn leven een hang naar zuiverheid, een neiging tot verheerlijking van liefdessmart en liefdesverrukking.(...) Eindelijk geloofde hij dat de liefde niet alleen begeerte is maar ook opoffering, verborgen vreugde, poëzie van dit ondermaanse. Maar het was nu te laat, hem restten nog slechts een knagend geweten en vergeefse spijt."  Van deze Franse 'meteoor' is de vertelling 'Vetbolletje' uit 1879 tot dusverre het enige dat ik ooit onder de eigen huid heb geschoven. Beschamend en vijftien weesgegroetjes! Amper dertig en toch al in staat om met tien mensen, een prostituee, een Pruisische officier...

J.R. Ackerley en zijn vader: intelligent, ruimhartig én een oprechte genegenheid voor elkaar en toch nooit één openhartig gesprek.

"'Mijn vader en ik' stelt de vraag hoe het mogelijk is dat twee intelligente en ruimhartige mensen, die een oprechte genegenheid voor elkaar voelen, tientallen jaren in elkaars nabijheid verkeren zonder ooit tot een werkelijk openhartig gesprek te komen."  (...)  "Het lijdt geen twijfel dat Ackerley een overtuigd pessimist was, evenals een egoïst, een combinatie die overigens vaker voorkomt."  (...)  "De kracht van dit boek is gelegen in Ackerley's conclusie dat het verleden in laatste instantie ongrijpbaar is en dat de mens zichzelf veel te slecht kent om een ander te kunnen doorgronden."  Geen diepgravender oordeel over een welomschreven titel dan dat van de vertaler in kwestie. En in 1986 was dat bij Veen Uitgevers ene Bas Heijne over 'zijn' autobiografische schets van Ackerley jr. Als we het kalenderjaar zouden opdelen in vakanties in plaats van in dagen dan kunnen de tot dusverre gelezen boeken tijdens mijn groot verlof nu al met...

Stadswandelaars met een voorliefde voor bijzondere huizenrijen zullen in hoofdfiguur Mihály uitgelezen gezelschap vinden!

"Als hij niet was getrouwd, als hij zich niet had voorgenomen een keurig huwelijk te beginnen en, zoals dat hoort, op huwelijksreis naar Italië te gaan, dan had hij een reis naar Italië wellicht eeuwig uitgesteld. Nu was hij niet zozeer naar Italië gegaan als wel op huwelijksreis, wat een groot verschil was. Bovendien, vond hij, kon hij als getrouwd man Italië wel aan. Nu zou de dreiging die van het land uitging geen vat meer op hem hebben."  Al vanop de eerste pagina is het raak bij deze Antal Szerb . Wat volgt is een trip down memory lane, een descente à l'enfer inclusief minutieuze plot, een soortement van 'My Own Private Idaho' maar dan in de kringen van een viertal Hongaarse jongemannen én een meisje in het Budapest van zo'n honderd jaar geleden. Mensen, stadswandelaars eigenlijk, die vaak dat vreemdsoortige ervaren telkens zij een bijzondere huizenrij lopen aan te staren, zullen aan hoofdfiguur Mihály sowieso een aardige vriend overhouden na consumptie ...

Fransman Georges Bataille: dodenmonumentschedel én tatoeage ineen!

"Mijn vader was een geestelijk zeer hoogstaand mens, mijn moeder een zigeunerin," zo staat het ergens in Frank Wedekinds vijfakter 'Der Marquis von Keith'. Het is 1900 en net als de meeste helden uit zijn stukken hekelde Wedekind dat Bürgertum waarin hij voortdurend diende te gedijen en besmette hiermee ook de piepjonge, naar zijn eigen expressionisme zoekende Bertolt Brecht. Waarna Brecht met dat bordeellied uit zijn 'Driestuiversopera' de Duitse actrice Lotte Lenya 30 jaar later eeuwige roem schonk én een plekje in de kop van de mannelijke ik-figuur uit Batailles 'Het blauw van de hemel' na zijn Parijse amoureuze avonturen aan de zijde van Dirty.  "De Duitse woorden wilden me niet te binnen schieten, maar wel de Franse. Ik herinnerde me abusievelijk dat Lotte Lenya het zong. Die vage herinnering verscheurde me. Ik ging op mijn blote voeten staan en zong zachtjes maar verscheurd van verdriet:  En het schip met aan boord  Honderd stukken aan bakb...

"De essentie van het Lwówiaanse bestaan (...), is die zonderlinge mengeling van verhevenheid en laagheid, slimheid en stupiditeit, poëzie en vulgariteit."

"De essentie van het Lwówiaanse bestaan dat ik hier grofweg probeer te schetsen, is die zonderlinge mengeling van verhevenheid en laagheid, slimheid en stupiditeit, poëzie en vulgariteit. De Lwówiaanse smaak is wrang en doet denken aan de smaak van die bijzondere vrucht die naar het schijnt alleen in de Lwówse wijk Kleparów rijpt en die zure kers wordt genoemd, geen zoete en geen gewone kers. Zure kers. De nostalgie houdt ervan ook de smaak te vervalsen en dwingt ons alleen het zoet van Lwów te proeven. Ik ken echter mensen voor wie Lwów een kelk van bitterheid was."  Bijna tegelijkertijd met dat flinterdunne 'Aardbeien' , dat onvoltooide, zonderlinge dingetje van zijn 'Freund meiner Seele', zijn streek- en tijdgenoot Joseph Roth, kwam Van Oorschot onlangs met het fijne geheugenspelletje 'Mijn Lwów' aanzetten. Deze bedrieglijke gelukzaligheid door de Lwówiaanse wonderjaren van ene Józef Wittlin, deze alternatieve stadswandeling door dat koninklijke Lw...

Alfred Döblin, zoals hij zelf ooit ergens treffend piepte: "Ik heb het talent van een schilder, ik kan zwijgen."

"Als een pottenbakker draait het noodlot om de mensen heen, beklopt hen, en als je maar lang genoeg leeft, bereikt het de plek waar de barst zit en slaat toe. Er is geen pardon."  Wijsheid! Nu nog een tegeltje.  Nadat het platteland in het eerste deel in armoede naar de stad kruipt en hoofdfiguur Karl in het tweede boek uiteindelijk zijn draai vindt als fabrieksdirecteur is er in het laatste deel van 'Er is geen pardon' uitsluitend plaats voor die nadagen van de Berlijnse revolutie anno '18-'19. Niet met zoveel woorden, dat niet, want de schrijver laat de dingen nu eenmaal graag zonder naam, zo is protagonist Karl Alfred en broer Ludwig tegelijkertijd, en is dit heerschap lezen namelijk lezen voor de goede verstaander. 'Er is geen pardon' is een keiharde bezinning op 's mans Pruisische verleden en wat dat derde boek in deze autobiografische vertelling betreft: naturalistischer worden ze niet meer geperst. De schrijver in kwestie daarom ook uitermat...

Gedenken wij ook alle andere literaire debuten als wij dezer dagen terechte slokop El Khannoussi ter hand nemen...

"Win je zelfvertrouwen terug!" blaast mijn Facebookmuur me haast dagelijks in het gezicht. Met net daarboven dan: reclamefilmpjes waarin van die ultra-absorberende boxershorts voor mannen. Géén flauw benul hoe die daar precies zijn beland. Of het moet zijn dat een oude man, ergens, waar ook ter wereld, dit account met mij deelt.  Anyway.  Deze raamvertelde queeste, dit knallende debuut is je aandacht anders ook méér dan waard. Publiek geheim, ik weet het. Terecht ook in allerlei geldprijzen gesopt, deze zuiderse, kleurrijke definitieve rehabilitatie van de zusjes Stitou, coffeeshop Rainblow City en de aan superhete baden verslaafde Zaynab, mysterieus liefdes- en gezelschapsdier van etablissementsführer Irad Abergel, over wie die laatste (een verklaring misschien ook voor die vreemde Facebookadvertenties op mijn wall): "De eerste avond wil je met me in bad, je praat met me alsof ik er altijd ben geweest, je raakt me aan op plekken waar ik zelf niet kom en laat mij hetzel...

Met één welgeboetseerde zin kon de Amerikaanse Lillian Hellman een gesprek zo de vernieling in rijden...

Ze stond op haar vrijheid en versloeg in vitriool, net als collega Gellhorn, de gebeurtenissen aan het front van de Spaanse burgeroorlog vanop de eerste rij. Toch ging ze rond diezelfde periode, de jaren 30 dus, over de plas, onder het mom van een relatie, een bekeringspoging aan van een van Amerika's grootste rokkenjagers: de aan alcohol en tabak verslaafde schrijver Dashiell Hammett, geestelijke vader van privé-detective Sam Spade uit het meermaals verfilmde 'The Maltese Falcon'. Met één welgeboetseerde zin kon ze, volgens toehoorders in de New Yorkse 'Club 21', een gesprek zo de vernieling in rijden. De hypocrisie, zoals ze zelf ergens in haar memoires 'An Unfinished Woman' uit 1969 schrijft, zonder scrupules zomaar naast het uitgeschepte Hollywoodbuffet van die dagen gestald. Er zal wel iets van aan zijn, anders zou haar Hammett niet meer dan drie decennia, zonder zelf ook nog maar iets te schrijven, tot aan zijn verscheiden in 1961, zomaar aan d'r r...

"Whitman is de grootste kunstenaar die zijn natie heeft voortgebracht. Zijn gelijken zijn Milton, Bach, Michelangelo en de barokke meesters van sublimiteit."

(...)  hij was een peer van een okeë vent het mondje rap geroerd opvliegend  niet onknap sloeg hij het leven als een oude gabber op de schouders  hield wel van een humorgeintje zou zijn leven geven voor een vriend  dol op de vrouwtjes gematigd gokker at en dronk met smakken  kwister van duiten verloor hij de moed tegen het einde hij werd ziek  hij werd geholpen door een bijdrage hij stierf op eenenveertigjarige leeftijd en dat was zijn begrafenis  thumbs up of up yours boezelaar cape handschoenen riem  zweep met zorg uitgekozen baas starter uitkijk knecht  de kantjes eraf of iemand die de kantjes eraf rechtdoor tweede links eerste man of achterste man  een goede of een slechte dag goed spul of slechte spullen  de eerste buiten of de laatste binnen en dan onder de wol verpeinst de docht hoeveel dit alles voor hem was  onthemd in aarde  (...)  In 2005 nog gingen tweeëntwintig Nederlandse dichters voor Querido aan de sla...

De misschien wel grootste, nog levende Vlaamse prozaschrijver, Leo Pleysier, wordt vandaag precies tachtig.

"Je zal opnieuw het woord 'landschap' schrijven, het woord 'dorp', het woord 'gehucht', het woord 'weg', het woord 'verkennen', het woord 'gaan', het woord 'doorkruisen'. Je stelt je hoop op deze tekst die uiteindelijk deze woorden opnieuw met elkaar in verbinding zal dienen te brengen en die jou het antwoord op de vraag naar de richting waarin jouw bewegen ten opzichte van dit landschap verloopt, zal moeten opleveren. Jij verloren en verliezende zoon. De schade vaststellen. Opgelopen averij becijferen. Uitmaken, eens en voorgoed, waar precies de verliezen tegenover dit landschap geleden worden. In het weggaan, het achterlaten, het zich verwijderen? Of andersom: in het terugkeren op zijn stappen, het opnieuw naderen, het weer thuiskomen."  De misschien wel grootste, nog levende Vlaamse prozaschrijver, Leo Pleysier , wordt vandaag precies tachtig. Toen Pleysier in 1978 kwam aanzetten met zijn 'Razernij' zag je de ...

Ethel Portnoy kon met een bijzonder gevoel voor humor dat belerende uit d'r stukken wat verbergen en debuteerde toen ze de veertig al ver was gepasseerd.

"In de jaren zestig namen wij een au pair-meisje in dienst om op ons dochtertje te passen, een gedresseerde slang van amper achttien, uit München, hard als glas. In nauwsluitende zwarte broek en hemelsblauwe muiltjes sloop zij door het huis, knipperend met haar lange wimpers. In haar kamer hield zij onder alle weersomstandigheden de ramen gesloten, een gewoonte waarvan ik haar van tijd tot tijd het onhygiënische probeerde te doen inzien. Maar het was vergeefse moeite, en bij een van die gelegenheden kwam de aap uit de mouw: zij was niet bang voor frisse lucht maar voor vampiers."  Kijk, als essayiste moest zij absoluut niet onderdoen voor d'r echtgenoot, de Nederlandse schrijver Rudy Kousbroek, met wie ze tenslotte bijna vier decennia was getrouwd, deze Ethel Portnoy . Ze kon met een bijzonder gevoel voor humor dat belerende uit d'r stukken wat verbergen en debuteerde toen ze de veertig al ver was gepasseerd. Bovendien schreef Portnoy, in navolging van Mulisch' ps...

"Vroeger zag ik altijd op tegen de zondag en propte ik hem vol met werk, maar nu verheug ik me er al de hele week op."

Waarom precies deze brieven, net als haar dagboeken overigens, zo onweerstaanbaar zijn, kan ik niet zeggen. Misschien omdat de extreme 'meisjesachtigheid' ervan, met die o zo dunne, gevoelvolle lijnen erin, in de buurt van een verklaring komt. Feit is: aan de ene kant is daar Brigitte , die als schrijversrenommee in de DDR blijft, terwijl, aan de andere kant, vriendin Irmgard met d'r echtgenoot emigreert naar Nederland. En ondertussen blijven beide dames, met af en toe grote tussenpozen, dat wel, aan elkaar schrijven over allerlei verschillen tussen beide landen, maar ook over de gelijkenissen tussen bijvoorbeeld schrijven en het hebben van liefjes waar ook ter wereld.  Het is 08 april 1967 wanneer Brigitte aan Irmgard het volgende schrijft: "(...) Daarentegen heb ik, zoals gezegd, niets interessants te melden en als ik de afgelopen weken en maanden terugkijk, heb ik het gevoel dat ik alleen maar heb geschreven, geslapen, geschreven, de enige onderbreking is de zondag,...

"Als we van school kwamen zochten we peuken uit asbakken en vuilnisemmers. We maakten ze glad, stopten ze tussen onze lippen en paften er op los."

Het is 20 mei 1970 en deze Christiane precies acht. Het liefste van al wil dit kleine meisje snel ouder worden, met spoed volwassen, gewoon, macht uitoefenen, net zoals haar aan de drank verslaafde, gewelddadige vader: "Met mijn zusje deden we bijna iedere dag het bekende spelletje. Als we van school kwamen zochten we peuken uit asbakken en vuilnisemmers. We maakten ze glad, stopten ze tussen onze lippen en paften er op los. Als mijn zusje ook een peuk wou hebben kreeg ze een tik op haar vingers. Ze moest van ons het huishouden doen, dus afwassen, stof afnemen en wat onze ouders ons verder hadden opgedragen. Vervolgens pakten we onze poppenwagen, deden de huisdeur achter ons op slot en gingen een eindje lopen. We hielden mijn zusje net zo lang opgesloten tot ze al het werk had gedaan."  Vandaag, 20 mei 2025, is deze Christiane precies drieënzestig. Al meer dan tien jaar vermijdt ze bewust de schijnwerpers van alle media. Toen ze medio 1975 in een Berlijnse drugszaak moest op...

"De Duitse man is zijn lusten volkomen de baas. Hij kan een vrouw te lijf gaan als een paarse duivel; maar hij is ook in staat om beschaafd toe te kijken en zijn handen rustig thuis te houden."

"In de periode 1936-'39 was er jaarlijks een parade, ruimhartig gesteund door de Staat - 'de Nacht van de Amazones' noemden ze het (deze herinnering kwam bij me op toen ik over de plek liep van de synagoge die we 2 jaar geleden opbliezen): rijen Reichsdeutsche deernen te paard trokken langs met ontbloot bovenlijf. Smaakvol gechoreografeerd speelden deze maagden historische taferelen na - vieringen van het Teutoonse erfgoed. Naar verluidt heeft de Verlosser zelf ooit ook doodgemoedereerd een beroemd naaktballet in diezelfde stad bijgewoond. Zo doen wij Duitsers dat, ziet u. De Duitse man is zijn lusten volkomen de baas. Hij kan een vrouw te lijf gaan als een paarse duivel; maar als de gelegenheid zulks vereist, is hij ook heel wel in staat om beschaafd toe te kijken en zijn handen rustig thuis te houden."  Veracht door zijn superieuren en mishandeld door zijn vrouw is Auschwitz-kampcommandant en tweede verteller in de roman 'Het Interessegebied', deze Paul ...

"De hele Nederlandse literatuur is vergeven van deze verderfelijke mentaliteit. Jan Terlouw die Griet Op de Beeck tijdens een etentje schalks op schoot trekt. Griet die aan het kirren slaat."

De Nederlandse schrijver en politicus Jan Terlouw is overleden. Terlouw dus, tevens de halve, lezende jeugd van de meeste van mijn FB-vrienden, als ik hier zo rond me kijk. Jammer, want nu kan ik eens niet 'meedelen'. Van Jan Terlouw zelf heb ik nooit een letter gelezen, en dat wil ik het liefst houden zo. Alles de schuld van dat 'Horrortheater' van criticus, vertaler en schrijver Arie Storm , een landgenoot van eerdergenoemde, de overleden Terlouw.  "Ik dacht eraan hoe vervelend ik mannen als Jan Terlouw, Adriaan van Dis en uitgever Joost Nijsen vond. En nog steeds vind, moet ik zeggen. Dat heb ik aan mijn jeugd te danken: ik kan niet tegen achterbaks gedrag. Authenticiteit wordt op prijs gesteld. Genoemde 'heren' zijn drie mannen die het enorm achter hun ellebogen hebben. Ze zeggen dit, maar ze doen dat. En iedereen trapt erin.(...) De hele Nederlandse literatuur is vergeven van deze verderfelijke mentaliteit. Jan Terlouw die Griet Op de Beeck tijdens ee...

Michail Boelgakov, morfinist die het geluk kent dat niemand hem kan afnemen: het vermogen om zijn leven in totale eenzaamheid door te brengen.

"Een morfinist kent een geluk dat niemand hem kan afnemen: het vermogen om zijn leven in totale eenzaamheid door te brengen. En eenzaamheid betekent belangrijke, wezenlijke gedachten, beschouwing, rust, wijsheid,... De nacht zeilt voorbij, zwart en zwijgend. Ergens verderop is het kale bos, daarachter het riviertje, koude herfst. Ver, heel ver weg is het opgeschrikte, onstuimige Moskou. Ik heb nergens iets mee te maken, ik heb niets nodig, hoef nergens heen. Brand, vlammetje, in mijn lamp, brand zacht, ik wil uitrusten van mijn Moskouse avonturen, ik wil ze vergeten. En ben ze vergeten."  Vandaag is 15 mei 1891, vandaag is de Oekraïense schrijver Michail Boelgakov , in een van zijn vele verslavingen gewoon Sergej Poljakov, de Russische legerarts die tijdens zijn Revolutie in een Moskouse verslavingskliniek langzaam maar zeker verglijdt in een bad vol morfine en zweren. Poljakov dus, de Amerikaanse soldaat ook die tijdens een bloederige hinderlaag in het Iraakse Ramadi, in een...

Fré Dommisse riep met haar 'Krankzinnigen' een compassievolle missie in het leven om de "kloof te helpen dempen die er tusschen normalen en abnormalen is."

Dat de hoofdzuster in dit verhaal Van Pelt heet, zoals ook de latere biografe van Vlaams epigoon Roger Van de Velde, puur toeval. Dat de schrijfster van dit debuut als tiener in de ban raakte van de beweging rond de Nederlandse pacifist Bart de Ligt en als gevolg van alle gruwelijke oorlogsberichten kort nadien in een psychose belandde nooit met de nodige oorzakelijkheid behangen. Wel aangetoond, is dat toen patiëntenervaringsverhalen in de ggz nog geen literair genre op zich waren deze Fré Dommisse haar in volle kwetsbaarheid neergepende ziekenhuisberichten, 'Krankzinnigen' geheten, reeds in 1929 de wereld in gooide. Ook aangetoond, is dat deze buitengewone schrijfster, als jongste in een rij van zes, op 12 mei 1900 in het Nederlandse Ophemert ter wereld kwam en door haar nagenoeg volledig blinde moeder liefdevol werd opgevoed tot ggz-ervaringsdeskundige (reeds lang voor dit begrip werd uitgevonden) om daarna samen tot succesvolle bedrijfsleidsters in de kunsthandel carrière t...